Advertenties

Eerste Kamer is exponent van de doorgedraaide particratie

Onafhankelijkheid opgeofferd aan partijbelang en lobbycratie

plenaire vergadering van de Eerste Kamer

Titelfoto: plenaire vergadering van de Eerste Kamer. Screenshot door redactie OpinieZ van YouTube-video, kanaal Eerste Kamer

De laatste jaren is er een uitgebreid debat over het bestaansrecht van de Eerste Kamer. Regelmatig zijn er geluiden te beluisteren dat de Eerste Kamer maar beter opgeheven kan worden. Alvorens onberaden stappen te ondernemen, is een analyse wellicht zinvol. Daartoe is dit stuk een poging.

In Nederland hebben we volgens de Grondwet een tweekamersysteem. De Tweede Kamer met 150 leden wordt via directe verkiezingen gekozen. De samenstelling van de Eerste Kamer komt getrapt tot stand. Bij de verkiezingen voor Provinciale Staten worden 564 statenleden gekozen die vervolgens de 75 leden van de Eerste Kamer kiezen. Politieke partijen stellen vooraf kandidatenlijsten samen en het is zeldzaam als statenleden van hun partijlijn afwijken. De leden van de Tweede Kamer bekleden een voltijdsfunctie en worden als zodanig gehonoreerd, inclusief sociale lasten en pensioenopbouw. Het Eerste Kamer lidmaatschap is een deeltijdfunctie waarvoor uitsluitend een beperkte vergoeding betaald wordt.

Chambre de réflexion

De grondwettelijke bevoegdheden van de Tweede en Eerste Kamer verschillen niet, dus in principe kan de Eerste Kamer zich net zo politiek opstellen als de Tweede Kamer. Al vroeg werd natuurlijk ingezien dat dit tot ongewenste duplicatie zou leiden, dus is er een praktische taakverdeling gegroeid. Idealiter is de Eerste Kamer een chambre de réflexion waar wetten na goedkeuring in de Tweede Kamer een extra toetsing ondergaan op het punt van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

De Eerste Kamer kan wetten niet amenderen, dus formeel zijn goedkeuring of verwerping van een wetsvoorstel de enige opties. In de praktijk kan de Eerste Kamer dusdanige bezwaren naar voren brengen, dat de minister die het wetsvoorstel verdedigt zich wil beraden en daarna met een aangepaste versie van de wet, een zogenaamde ‘novelle’ komt.

 

Maatschappelijke ervaring

Leden van de Eerste Kamer, ook wel senatoren genoemd, hebben in het algemeen hun sporen verdiend in de maatschappij op een grote verscheidenheid van terreinen. Het idee is dat hun collectieve maatschappelijke, bestuurlijke en wetenschappelijke ervaring en hun grotere afstand tot allerlei directe politieke processen een heroverweging of toetsing van een wet waardevol kunnen maken. Praktische gevolgen van een wetsvoorstel worden in de hectiek van de Tweede Kamer namelijk niet altijd doorzien.

Een belangrijk punt in het democratische bestel in Nederland is, dat in de Grondwet politieke partijen niet voorkomen. Iedere volksvertegenwoordiger wordt gekozen met een individueel mandaat, en wordt ook geacht als individu zijn stem uit te brengen. Dat het strikt doorzetten van dit principe elke stemming nogal onvoorspelbaar maakt, is een belangrijke reden voor partijvorming, en in het spoor daarvan partijdiscipline geweest. Niettemin impliceert dit onmiddellijk een spanningsveld tussen individuele verantwoordelijkheid en partijdiscipline.

Partijdiscipline

In de Tweede Kamer is partijdiscipline altijd veel belangrijker geweest dan in de Eerste Kamer. Tweede Kamerleden zijn afhankelijk van hun partij om op een verkiesbare plaats gezet te worden en dat houdt de meesten wel koest. Tussen leden van verschillende partijen zijn de verhoudingen meestal erg koel. Heulen met de vermeende vijand wordt niet gewaardeerd.

Onafhankelijkheid

In de Eerste Kamer was de partijgebondenheid wel aanwezig, maar toch als een minder knellend keurslijf. Ouderen die al een hele maatschappelijke carrière op goed niveau achter de rug hebben, lopen nu eenmaal niet zo makkelijk aan de leiband van wie dan ook. Ook tussen partijen heerste vooral de sfeer om de vaak gecompliceerde taken met elkaar te moeten klaren. De Eerste Kamer stelde prijs op zijn onafhankelijkheid. Dat maakte de Senaat een prettige plek om politiek op een heel behoorlijk intellectueel niveau te bedrijven. Het zal de goede lezer opvallen dat ik wel in de verleden tijd spreek.

Bijwagen

Met het kabinet-Rutte 2 brak helaas een heel andere tijd aan. Met een flinterdunne meerderheid in de Tweede Kamer kon het kabinet geen weerspannige senatoren uit eigen kring gebruiken. Ook werd een cordon sanitaire ingesteld om de PVV monddood te maken. Fractieleiders in de Eerste Kamer werden geacht oekazes van hun partijleiders zonder verder nadenken uit te voeren, terwijl nadenken toch geacht wordt de core business van de Senaat te zijn.

Tot verbazing van velen schikten de coalitiepartijen zich onmiddellijk braaf in deze bijwagenrol. Debat in de Senaat verwerd tot een exercitie voor Jan met de korte achternaam, waarbij de uitkomst van te voren vaststond. Ik heb die periode ervaren als intellectueel ontluisterend en als de ondermijning van een instituut dat op veel fronten zijn nut voor politiek Nederland bewezen heeft. Door de figurantenrol die de senaat zichzelf aanmat, is de discussie over het bestaansrecht van de Eerste Kamer begrijpelijkerwijs opgelaaid.

 

Lobbycratie

Een ander probleem dat niet onbesproken kan blijven is de lobbycratie die vooral de Eerste Kamer vervuilt. Dat senatoren met een maatschappelijk carrière achter de rug veel maatschappelijke contacten hebben, is alleen maar toe te juichen. Dat zij met elkaar vele honderden commissariaten en invloedrijke maatschappelijke functies vervullen, en in hun stemgedrag schaamteloos de bijbehorende belangen behartigen, is echter de nagel aan de doodkist van de Eerste Kamer. In feite leert een nuchtere waarneming dat lobbycratie en particratie takken van dezelfde boom zijn die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Dat is onaanvaardbaar in elk gezond democratisch systeem.

 

Hoe nu verder?

De voorstellen over hoe om te gaan met de Eerste Kamer zijn legio. Zij variëren van het opheffen zonder meer (ten koste van de broodnodige checks and balances?), tot het vervangen van de Senaat door een Constitutioneel Hof (maar wie benoemt welke rechters en voor welke termijn?) naar Duits model. Al deze voorstellen, en er zijn er veel meer, hebben de potentie het kind met het waswater weg te gooien.

De eerste vraag die men stelt zou moeten zijn waarom de Eerste Kamer in huidige vorm niet of onvoldoende functioneert. Naar mijn mening zijn er twee belangrijke redenen.

Ten eerste hebben we te maken met een dolgedraaide particratie.

Ten tweede sluit een cordon sanitaire een belangrijk deel van de bevolking uit van democratische deelname. Als deze in het oog springende tekortkomingen niet worden aangepakt, zal er nooit verbetering optreden.

Verleidelijk pluche

De particratie in Nederland is een enorm probleem en de belangrijkste oorzaak van het democratisch tekort waar ons land mee kampt. Politiek dualisme is een zaak van het verleden en politieke integriteit wordt met graagte opgeofferd aan partijgebonden machtsdenken. Het pluche is zo verleidelijk dat de Grondwet er niet langer toe doet.

Ook het bewust uitsluiten van partijen die een aanzienlijk deel van de kiezers vertegenwoordigen is een democratisch monstrum waar geen enkel excuus voor is. Zolang dit schandelijke gedrag van wat terecht de kartelpartijen genoemd wordt niet aangepakt wordt, is enige vorm van democratische verbetering onmogelijk.
Op dit moment is er een Staatscommissie Parlementair Stelsel aan het werk om de problematiek te bezien. De samenstelling van deze commissie geeft weinig reden tot vertrouwen op een goede afloop. Het inmiddels verschenen tussenrapport spreekt nauwelijks over de Eerste Kamer.

 

Partijkartel

Het partijkartel-gehalte is namelijk verontrustend hoog. Bovendien zal een eventuele noodzakelijke Grondwetswijziging zeer tijdrovend en aanleiding voor eindeloos gechicaneer zijn. Nederland verdient beter dan een clubje partijpionnen die geheel voorspelbaar vooral de eigen partijbelangen vertegenwoordigen.

Het systeem van volksvertegenwoordiging in Nederland is niet meer toegesneden op de moderne tijd. De schaamteloze particratie en de antidemocratische voorkeur van de kartelpartijen om onwelgevallige geluiden geen enkele ruimte te geven, zijn een definitieve blokkade voor alles wat verbetering nastreeft.

Weinig hoop

Zolang de overheersende neiging blijft om de kiezers waar het maar even kan buiten spel te zetten en te houden, onder meer door de mogelijkheid van referenda niet te verfijnen maar af te schaffen, is er weinig hoop op een breed geaccepteerde, waarlijk democratische volksvertegenwoordiging die kan bijdragen aan een enigszins stabiele democratische samenleving. Ondanks de ongetwijfeld erudiete aanstaande rapporten van onze staatscommissie.

Over de auteur

Kees de Lange
Kees de Lange
Prof. Dr. C.A. (Kees) de Lange studeerde wis-, natuur- en sterrenkunde aan de UvA en promoveerde in de Theoretische Chemie in Bristol, UK. Hij is emeritus hoogleraar fysische chemie en chemische fysica aan zowel de UvA als de VU. Zijn research betreft atmosferische chemie en fysica, en magnetische resonantie, alsmede het ontwikkelen van complexe fysische modellen. Zijn onderzoek is vastgelegd in enige honderden publicaties. Hij is tot op de huidige dag actief in wetenschappelijk onderzoek. In de periode 2011-2015 was hij als een van de zeer weinige bèta’s lid van de Eerste Kamer.
Advertenties

9

Reacties zijn welkom. Graag kernachtig, niet meer dan 15 regels (ca. 200 woorden). Er wordt gemodereerd. De spelregels staan in de voettekst. De redactie gaat niet in discussie over geweigerde reacties.

  Abonneren  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Marien

Super duidelijk verhaal. Prof de Lange, ik neem voor al uw bijdragen mijn denkbeeldige petje af. (en ja, ik stemde uit principe wel eens op Geert Wilders en ben lid geworden van FvD)
Dat heeft alles te maken met wat u hier duidelijk probeert te maken. Ik vertrouw de kartel politici net zo ver als ik ze kan zien. Niet dus. Ik vind dat Nederland GEEN democratie meer genoemd mag worden als de 2e partij van Nederland wordt uitgesloten van samenwerking en als de 2e kamerleden de serieuze toespraak van Thierry Baudet belachelijk proberen te maken door o.a die domme opmerkingen van Jesse Klaver.
En zolang men in Nederland ZO met betrokken politici wenst om te gaan, zal ik in elk geval NOOIT meer een stem op een kartelpartij zetten. Ik blijf dan uit principe net zo lang PVV of FvD stemmen als ik wil. d.w.z. Zolang deze partijen zeggen wat ik zelf ook denk. Thuis blijven en mijn stemrecht voorbij laten gaan zal ik nooit doen.

Jan de Jong

Gewenste ontwikkelingen (en vooral ook de vermijding van ongewenste) moeten door de stembus bereikt worden. Ik hoop dat groei van het FvD het begin van een ommekeer kan zijn. Maar misschien moet het erger worden voor het beter wordt.

Piet Karbiet

De Senaat heeft niks meer met (directe) volksvertegenwoordiging te maken. Het is een lobbyclub voor verzekeraars, ngo’s, energiereuzen, farmaceuten en banken. Er ontbreekt alleen nog een benoemd paard.

BegrensEuropa!

Ik kan er zo gauw geen statistisch bewijs voor vinden, maar ik denk dat in het verleden meerderheden in tweede en eerste kamer meer gelijk op liepen. Door de versmallende marges als gevolg van uitsluiting FvD, PVV en Denk (uitsluiting daarvan wordt in de toekomst nog veel belangrijker, we willen geen hier geen moslimbroeders aan het roer) is de eerste kamer een gevaar voor de bestuurbaarheid van het land geworden. Rutte sorteert hierop voor op allerlei manieren. Dat leidt tot bizarre resultaten, waaronder het uiterst controversiele klimaatakkoord om groenlinks te paaien voor als de meerderheid in de eerste kamer verloren gaat. Dat gebeurt vanzelf doordat kabinetten in de loop van hun bestaan steeds minder populair worden, zodat provinciale verkiezingen voor verschuivingen in de eerste kamer zorgen. Dat is weer vreemd omdat het provinciale bestuur van minimaal belang is gezien vanuit het landsbestuur. Daarnaast is er de problematiek van het debat. Die zijn in de tweede kamer nogal hakketakkerig van aard met veel monoloogjes, op de inhoud waarvan meestal niet wordt ingegaan. Dus is er van een constructief, open debat geen sprake. Veel parlementsleden doen dat binnen de partij. Dus consensus binnen de partij is dan dus het eindresultaat van het debat. Vaak gaat daar nog een partijleidersoverleg aan vooraf. Daarna moet het nog door de kamers heen. De hele besluitvorming raakt zo enorm vertroebeld. De eerste kamer zou daar een corrigerende rol kunnen spelen. Misschien kan de voorzitter een ruimer mandaat worden gegeven om een debat op niveau te stimuleren.

Sabreur

Als NL echt een democratie wil zijn, dan moeten we de Eerste Kamer vervangen door een constitutioneel hof, bij voorkeur aangevuld met een soort ProvincieRaad, waardoor de macht van de Randstad ingeperkt wordt.
Vervolgens moeten we ophouden met het vormen van regeringscoalities. Die leiden nergens toe. Gewoon de grootste partij de regering laten vormen en bij elk wetsvoorstel een meerderheid in de Kamer zien te krijgen. Zo kan iedereen naar beste weten zijn achterban dienen en is er dus echt sprake van een democratie.
De eenpartijen-regering kan dan ook een stuk eenvoudiger weg gestemd worden bij malafide beleid zoals dat van het huidige kabinet. Hoevaak is het namelijk niet voorgekomen dat een belabberde partij toch weer in het nieuwe kabinet kwam door slimme coalitieaccoorden?
Als laatste moet er een verbod komen op de huidig gehanteerde partijdiscipline bij het stemmen in de kamer. Een parlementariër moet namelijk zonder beperkingen zijn mening kunnen geven. Hij of zij is een volksvertegenwoordiger en geen partijvertegenwoordiger.

Frans

Rutte & Co willen gewoon nog meer macht naar zich toe trekken.
Daartoe is het referendum al afgeschaft.
En de eerste kamer is eerst onklaar gemaakt, zodat deze nu ook afgeserveerd kan worden.
Straks kunnen ze dan Nederland op een virtueel presenteerblaadje aan de EU aanbieden, zonder dat ook maar iemand hen daar dan nog een strobreed bij in de weg kan leggen.
De democratische schijn is lang in stand gehouden, maar nu het volk begint te morren worden de teugels steeds strakker aangetrokken.
En mocht het straks nodig blijken, dan maak je maar geen illusies, dan gaat ook de dictatoriale zweep er over.

Der Ganzumsonst

Een waarlijk democratische volksvertegenwoordiging die kan bijdragen aan een enigszins stabiele democratische samenleving is niet het doel, maar een schrikbeeld voor onze bestuurders.

adrianus

in europa zijn 2 landen zonder constitutioneel hof.. daar lees ik niks over, jammer.. de eerste kamer doet daar een poging naar dat wel te zijn en aan EU eisen te voldoen..
dan is het vreemd dat art. 120 GW (uit 1848) 94 GW blokkeert en internationaal dat sinds 1948 boven lokaal gaat, door rechter bewust word uitgesloten als zijnde ook de gehele wet teksten..
de eed van deze raadsheer of rechter is wel dat hij/zij : Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen. etc.etc.
in de praktijk kan niks dan heel weinig van deze eed ervaren worden, in dat deze continu gebroken wordt dat wat meineed door en voor rechter oplevert.. het ook zeker een bewuste keus is..
zeker nu ik door wat lees werk als domme mens dit inziet, het staat geschreven en gedrukt in de door kamers goed gekeurde wetten..
bij het gelijktijdig instellen van een constitutioneel hof en de wetgeving in nederland had in 1948 de art.120 als overbodig en geschrapt..
zouden die knappen koppen van de nederlandse wet makers denken dit komt nooit aan het licht!!!..

J Rademaker

De eerste kamer is overbodig, evenals de staten generaal.
Slechts bestaansrecht gegeven om een ceremoniële rol aan het staatshoofd te kunnen geven.