Advertenties

De teloorgang van ons pensioenstelsel (3)

Over rekenrente, euro, ECB ‘beleid’ en oplossingen

Volg OpinieZ

Foto:


Deze longread vormt het slotdeel van de pensioentrilogie van prof. Kees de Lange. In dit deel 3 van “De teloorgang van ons pensioenstelsel” gaat het over de problemen van onze pensioenfondsen met betrekking tot dekkingsgraad en rekenrente en over de negatieve invloed van de EU via de euro en het lage rentebeleid. Centraal staat de vraag of in de toekomst voldoende geld is om onze pensioenen te kunnen betalen.

Een viertal grote bedrijfstakpensioenfondsen (bpf’s) in Nederland is al jaren in grote financiële problemen. Kan een pensioenfonds failliet gaan? Omdat in een bpf geld wordt ingelegd door alle verplicht deelnemende generaties, is er altijd een aanzienlijke reserve aanwezig. Die reserve dient om deelnemers in de soms verre toekomst van een pensioen te voorzien. Dat bij een actief pensioenfonds de kas leeg raakt, is dus ondenkbaar.
Maar is er genoeg geld om aan alle verplichtingen, nu en in de toekomst, te voldoen? De vraag is simpel, maar het antwoord heel wat minder. Tijd voor een nuchtere analyse.

Dekkingsgraad

Voor een gezond pensioenfonds dienen de beschikbare middelen groter te zijn dan de verplichtingen. De verhouding tussen beide grootheden wordt dekkingsgraad genoemd. Als middelen en verplichtingen precies in de evenwicht zijn, is de dekkingsgraad gedefinieerd als 100. De Nederlandse Bank (DNB) houdt toezicht op het reilen en zeilen van alle pensioenfondsen. Als de verplichtingen worden gedekt door de bezittingen (premies en beleggingen) wordt het sein ‘veilig’ gegeven.
In dat geval kan ook gedeeltelijke of volledige indexatie overwogen worden. Bij lagere dekkingsgraden is het fonds in de gevarenzone. In een dergelijk geval legt DNB in overleg met het fonds een herstelplan op. Het fonds wordt dan een aantal jaren in de gelegenheid gesteld om orde op zaken te stellen. Pas als dit onverhoopt niet of onvoldoende lukt, kan een korting op de nominale pensioenen afgedwongen worden als ‘ultimum remedium’.

Koopkracht

Eigenlijk is het enige waar iemand die pensioen ontvangt in geïnteresseerd is zijn koopkracht. Of wat hij ontvangt nu nominaal pensioen of indexatie heet is van weinig belang, als de inflatie maar bijgehouden wordt. Nog beter is natuurlijk als ook de eventuele welvaartsstijging van de samenleving als geheel via de pensioenen gegarandeerd zou worden. De harde praktijk is helaas dat al langer dan een decennium bij de vier grote bpf’s geen indexatie is uitgekeerd, waardoor de koopkracht van de aanvullende pensioenen in die periode zeker 15% achteruitgegaan is.


Nu na jaren aangespoord te zijn door DNB deze fondsen nog steeds geen kans hebben gezien hun zaken op orde te krijgen, dreigen uiteindelijk ook nog kortingen op de nominale pensioenen, waardoor de koopkracht nog verder zal dalen. Dat de ontwikkelingen in de Eurozone en het lage- en zelfs negatieve-rentebeleid van de ECB daarbij niet echt helpen, moge duidelijk zijn. We hebben helaas te maken met een opeenstapeling van ongunstige factoren.
Voorwaar een zorgwekkend perspectief.

Hoe wordt de dekkingsgraad bepaald?

Net als bij ieders huishoudportemonnee is het belangrijk te weten hoeveel er binnenkomt en hoeveel eruit gaat. De inkomstenkant wordt bepaald door de premies die alle verplichte deelnemers inleggen, en door rendementen op het aanwezige kapitaal. Momenteel hebben alle pensioenfondsen in Nederland samen een bezit van zo’n 1500 miljard euro, ongeveer tweemaal de grootte van het nationaal product van ons land. Dat is veel geld, zoveel zelfs dat het mensen vaak verblindt en tot onverantwoorde uitspraken leidt over waarom kortingen niet nodig zijn en indexatie mogelijk is. Het geld klotst immers tegen de plinten….

Grepen in de kas

Laat me toch even de euforie verstoren en naar de verplichtingenkant kijken. Hoe zit het daarmee? Zoals betoogd in deel 1, is er jarenlang geen kostendekkende premie betaald. Er zijn grepen in de kas gedaan, er zijn premievakanties geweest, en ten onrechte zijn de kosten van een landelijk arbeidsvoorwaardenbeleid bij de fondsen gedeponeerd middels de VUT, en is een matig beleggingsbeleid gevoerd. Daar bovenop is de levensduur van de gemiddelde deelnemer veel sterker gestegen dan zelfs demografen ooit vermoed hadden.
Uiteraard is het een zegen als we met zijn allen in goede gezondheid ouder worden, maar voor onze pensioenfondsen is het een ramp. Niet voor niets spreken zij van het langlevenrisico. Pensioenen moeten dus over een veel langere periode uitbetaald worden dan waarop gerekend was. Alle pensioenverslechteringen die in deel 1 van deze serie beschreven zijn, hebben echter de totale kosten onvoldoende weten te drukken.

Garanties

Het berekenen van de verplichtingen is een hele lastige zaak. Nederlanders zijn dol op zekerheid, zelfs als het vermeende zekerheid is. Zij willen een gegarandeerd pensioen en daarmee basta. Nu is het geven van financiële garanties een zeer kostbare aangelegenheid, terwijl de kosten hoger worden als de garantietermijn langer duurt. Wie kan voorspellen hoe de economie zich gaat ontwikkelen gedurende de volgende 50 jaar, en wat de renteontwikkeling gedurende een dergelijke lange periode zal zijn? En juist die rente is ontzaglijk belangrijk, omdat een procent rentestijging de dekkingsgraad met ongeveer 15 punten doet stijgen.

Lange-termijnrente

Momenteel worden de verplichtingen berekend op basis van de economische lange-termijnrente. Die is voor een periode van 50 jaar niet beschikbaar, wel voor 30 jaar. Die lange-termijnrente is historisch laag, maar dat is al jaren het geval. Er bestaat weinig uitzicht op verandering op afzienbare termijn. Er is geen enkele financiële instantie die op deze lange termijn een hogere vergoeding betaalt.


Graag wordt door pensioenwensdenkers aangehaald dat de rendementen over een reeks van jaren hoger zijn dan de lange-termijnrente en dat dus kortingen niet nodig zijn en indexatie mogelijk is. Datzelfde op niets gebaseerde vertrouwen dat onze pensioenoptimisten ten toon spreiden wordt niet gedeeld door financiële instellingen die op basis van de gegeven rendementscijfers geen hogere lange-termijnrente willen garanderen. De onzekerheden zijn op grond van gezond actuarieel en wiskundig risicomanagement domweg te groot.

Wensdenken

Omdat de lange-termijnrente zo ongeveer de belangrijkste parameter in het berekenen van de verplichtingen is, spitst veel van het pensioendebat zich hierop toe. Als we namelijk veronderstellen dat de hoop op blijvend goede rendementen en op stijging van de lange-termijnrente in de weerbarstige praktijk in de toekomst gerealiseerd gaat worden, dan zijn al die grote financiële buffers nu niet nodig en kunnen we lekker gaan uitgeven. Na ons de zondvloed.
Na ons? Inderdaad heeft de huidige generatie van gepensioneerden er belang bij dat de fondsen nu nominale pensioenen plus indexatie zouden gaan uitbetalen. Wanneer later blijkt dat dit gebeurd is zonder dat er voldoende dekking voor was, zadelen we toekomstige jongere generaties op met gigantische problemen. Discussies over de rekenrente hebben dus alle elementen van een generatieconflict in zich.

Strijdpunt

De politieke praktijk van dit moment is, dat sommige politieke partijen van het verhogen van de rekenrente boven de lange-termijnrente een strijdpunt gemaakt hebben. Die rekenrente moet in hun ogen verhoogd, maar met hoeveel? Een paar jaar geleden werd ingezet op 4%, nu lijkt 2% de magische norm. Waarom niet 1,5 of 2,5%? We zullen het nooit weten. Wensdenken en wiskundig risicomanagement verdragen zich nu eenmaal erg slecht met elkaar.
Groot probleem met deze rekenrentediscussie is dat er geen voor alle generaties bevredigende oplossing is. Bovendien ontneemt dit zinloze emotionele maar weinig rationele debat elk zicht op de echte problemen waar het Nederlandse pensioenstelsel al decennia lang mee kampt. Dit stelt pensioenfondsbesturen en de overheid in staat het aloudedivide et impera’-spel te spelen. Als jullie er zelf niet uitkomen, laat je ons geen keus en moeten wij de knopen doorhakken. Tel uit je winst.

Invloed EU-beleid

Door het steeds dreigender gevaar voor een eurocrisis, door het voortduren van het lage-renteregime en het verder optuigen van een Europese transferunie komen de pensioenfondsen in Nederland onder steeds grotere druk te staan. De fondsen worden gedwongen deels te beleggen in staatsobligaties van problematische Zuid-Europese landen. Om toch de rendementen te maken nodig om gegarandeerde pensioenen uit te kunnen betalen, zoeken zij steeds meer hun heil in risicovollere beleggingen. Maar uiteindelijk zijn het altijd de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen die als het misgaat voor de gevolgen opdraaien.

“Kicking the can down the road”

Zoals het zich nu laat aanzien, is de politiek in Nederland niet bereid of bij machte de pensioenkoe bij de horens te vatten. Liever surft men mee op de golven van de pensioenverontwaardiging en schopt men het pensioenblikje oudergewoonte maar weer eens een paar meter vooruit. Geen enkele poging om tot fundamentele oplossingen te komen voor een pensioenstelsel dat niet meer van de huidige tijd is, zelfs geen discussie over mogelijk verstandige oplossingsrichtingen.
Geen enkele poging ook om onder ogen te zien wat een verhoging van de rekenrente (met hoeveel en voor hoe lang?) voor jongere generaties betekent. Dat jongeren en ZZP-ers geen enkele affiniteit met de bestaande pensioenfondsen meer hebben, wordt voor het gemak vergeten. Niettemin gaat het ontbreken van draagvlak uiteindelijk het einde van het huidige stelsel betekenen. En waarschijnlijk eerder dan later.

Geen rekening met individuele behoeften

Een bedrijfstakpensioenfonds kent slechts verplichte deelnemers die gedwongen afnemers zijn van zowel de levensverzekering als ook het beleggingsbeleid dat het fonds biedt. Die beide producten zijn gekoppeld, er is geen keuzevrijheid en er wordt iets geleverd dat geen enkele rekening houdt met de eventuele individuele behoeften van de deelnemers. Het is dan ook hoogst onwaarschijnlijk dat hiermee de deelnemer de best mogelijke waarde voor zijn levenslang ingelegde pensioenpremie krijgt.
De meeste bpf’s presteren al jaren zeer matig, met politieke benoemingen en een links ideologisch gestuurd beleggingsbeleid. Dit pakket wordt de deelnemers ongevraagd maar met grote arrogantie, betutteling en bevoogding door de strot geduwd. De pensioenfondsbesturen weten op voorhand toch wel dat ze zich vrijwel alles kunnen permitteren en dat hun acties sowieso door de kartelpartijen gesanctioneerd worden.

Gebrek aan keuzevrijheid

Het gebrek aan keuzevrijheid voor de deelnemers is in toenemende mate een steen des aanstoots. De echte wereld is vol levensverzekeringsbedrijven en beleggingsinstellingen die desgewenst individueel maatwerk, toegesneden op de persoonlijke situatie leveren. Het is zeer wel denkbaar dat iemand helemaal geen levensverzekering wil, maar voor lief neemt dat wanneer hij langer leeft dan de sterftetabellen suggereren, hij terugvalt op een AOW-uitkering. In de tussentijd bespaart hij wel veel verzekeringskosten.
Ook een leeftijdsbewust beleggingsbeleid, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat verschillende leeftijdscategorieën verschillende wensen kunnen hebben, is door een goede keuze van een daarin gespecialiseerde beleggingsmaatschappij heel goed realiseerbaar. In plaats daarvan biedt een bpf de deelnemers tegen wil en dank een beleid van one size fits none. Bovendien, en dat is in de moderne tijd toch eigenlijk ondenkbaar, hebben diezelfde verplichte deelnemers die een levenslang 20-25% van hun inkomen aan pensioenpremie betalen geen eigendomsrecht of zelfs maar zeggenschap over hun ingelegde geld. En dat in 2019.

Gewenste aanpak

Het is duidelijk dat slechts een grote mate van individualisering en keuzevrijheid het pensioenstelsel naar de moderne tijd kan tillen. Het is daarom noodzakelijk dat deelnemers die dat wensen de mogelijkheid geboden wordt om uit een pensioenfonds te stappen, uiteraard met meenemen van hun inleg en het tot dan toe behaalde rendement. Mensen die dat niet willen, staat het natuurlijk vrij om hun pensioenbelangen bij het pensioenfonds ondergebracht te laten. Niemand die iemand nog betuttelt en bevoogdt in zijn vrije keuze. Deze benadering impliceert dat werkgevers en werknemers niet langer worden gedwongen om premie in te leggen in een verplicht pensioenfonds.

Eigen zeggenschap deelnemer

De deelnemer die uit het pensioenfonds stapt kan vervolgens zelf kiezen of hij een levensverzekering gaat sluiten en bij wie, en zelf kiezen of hij eigenhandig zijn beleggingen gaat regelen of dat aan een of meer beleggingsinstellingen uitbesteedt. Mocht hij na enige tijd ontevreden zijn over het resultaat, dan is er niets dat hem weerhoudt zijn geld elders onder te brengen. Natuurlijk horen nu alle risico’s bij de deelnemer zelf, maar als we bezien hoe de ontwikkeling de laatste decennia in pensioenland is geweest, dan is dat in feite toch al het geval, maar dan wel zonder keuzevrijheid of zeggenschap van de deelnemer.
Hoewel bpf’s geacht worden een pensioenstelsel te vertegenwoordigen waarbij ieder voor zichzelf spaart en overdracht van middelen van de ene groep naar de andere onmogelijk is, laten de afgelopen jaren helaas een heel ander beeld zien. Bij individualisering is dat probleem onmiddellijk de wereld uit. Het is glashelder dat iedereen uitsluitend voor zijn eigen oudedagsvoorziening spaart en daarvoor zelf alle risico’s loopt. Zo werkt dat in een wereld van volwassen zelfstandige mensen.
Als je je eigen kinderen kunt opvoeden en je eigen spaargeld kunt beheren, zal het met je besparingen voor je oudedagsvoorziening ook best goedkomen. Groot voordeel van deze aanpak is bovendien dat de hele splijtende rekenrentediscussie hiermee definitief de wereld uit is, want de ongewenste overdracht van middelen tussen generaties is simpelweg onmogelijk geworden. En mocht er bij uw overlijden geld overblijven? Dat wordt dan gewoon onderdeel van de erfenis.

Conclusies

De gevolgen van de onhoudbare Europese muntunie en het daaruit voortvloeiende lage-rentebeleid van de ECB zijn desastreus voor het Nederlandse pensioenstelsel en voor iedereen die enig spaargeld bezit. Het verkwanselen van de nationale zeggenschap op onder meer monetair gebied aan de EU is een fout geweest die alsnog hersteld dient te worden. Of de EU in zijn huidige vorm aangepast kan worden aan de behoeften van ons land en zijn burgers is uitermate dubieus. Het zou daarom van wijsheid getuigen om op een rationele manier ook de gevolgen van een mogelijk Nexit in kaart te brengen, zoals Rutger van den Noort eerder op OpinieZ heeft bepleit.
De huidige Pensioenwet is al tientallen jaren volkomen verouderd. Het draagvlak voor de tweede pijler van ons pensioenstelsel is in belangrijke mate geërodeerd door allerlei vormen van bevoogding en betutteling die in de moderne tijd onaanvaardbaar zijn. Simpele oplossingen bestaan niet, maar als hoogste prioriteit in de pensioenwereld zou ingezet dienen te worden op het leggen van het eigendomsrecht bij de deelnemers en het aanzienlijk vergroten van hun keuzevrijheid. De tijd voor lapmiddelen is definitief voorbij.
Deel 1 van de pensioentrilogie van Kees de Lange vindt u hier, deel 2 hier.

Over de auteur

Kees de Lange
Kees de Lange
Prof. Dr. C.A. (Kees) de Lange studeerde wis-, natuur- en sterrenkunde aan de UvA en promoveerde in de Theoretische Chemie in Bristol, UK. Hij is emeritus hoogleraar fysische chemie en chemische fysica aan zowel de UvA als de VU. Zijn research betreft atmosferische chemie en fysica, en magnetische resonantie, alsmede het ontwikkelen van complexe fysische modellen. Zijn onderzoek is vastgelegd in enige honderden publicaties. Hij is tot op de huidige dag actief in wetenschappelijk onderzoek. In de periode 2011-2015 was hij als een van de zeer weinige bèta’s lid van de Eerste Kamer.

Email-abonnement

8
Reageer.

Meld je aan om te reageren.
avatar
1800
6 Draadjes
2 Antwoorden
5 Volgers
 
Meest bediscussieerde reactie
Meest actieve draadje
7 Auteur(s)
BegrensEuropa!FluitjetheoprinsePeterFrans Recente reacties van de auteur(s)
  Abonneren op reactie(s)  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Peter
Peter
Artikelwaardering :
     

We mogen hopen dat die nieuwe televisie zender heel snel komt ,en duidelijk gaat maken en uitleggen aan de jeugd dat er elke week 600 tot 700 nieuwe gelukszoekers bij komen ,die niks bijdragen en zonder te werken heel oud gaan worden , iets wat de NPO verzwijgt in samenwerking met onze regering. Sprinkhanen vreten alles kaal,en trekken verder ,die plaag treft ons nu.

BegrensEuropa!
BegrensEuropa!
Artikelwaardering :
     

De euro was het wisselgeld aan Frankrijk voor de Duitse eenwording. Nederland heeft zich daar in mee laten slepen. Als aanhangsel van Duitsland. Frankrijk sluist een deel van het wisselgeld door aan zuidelijke landen en gebruikt die landen als diplomatiek en economisch achterland. Nederland heeft het nakijken. We hadden net als Denemarken meer afstand tot de EU moeten bewaren. Nu zitten we met de gebakken peren, zowel op migratie als financieel gebied, pensioenen inbegrepen. Tijd voor een pittige verandering.

Fluitje

Tijd voor een pittige verandering.?

Ik stel het als oudere Nederlander simpeler.
Wij zijn in Nederland via de haat-nijd stelling, bijna niet meer in staat om zonder Franse of Hongkong oplossingen het tij te keren.
Ik geef er geen Gulden meer voor.
Nederland had ca 10 jaar geleden, ballen moeten tonen.
Nu heeft Rutte, Nederland in een EU frame geduwd, waar uitkomen geen optie meer is.

BegrensEuropa!
BegrensEuropa!

De vraag is dus wie o wie met de nodige ‘ballen’ uw ‘bijna’ kan helpen verwekelijken. De kritische geesten bij VVD en CDA lijken te worden gesmoord in EU liefde ook al staan alle signalen op rood. De boel zit zo in elkaar gedraaid dat ‘rood’ geen enkel effect meer heeft. De EU is een klassieke juggernaut.

ni28
ni28
Artikelwaardering :
     

De pensioenstelsel verschilt per land en het is niet wenselijk dat deze centraal geregeld wordt in Brussel. De koopkracht is in elke land al anders en de pensioenleeftijd ook. Het uit de handen geven is het domste wat kon iemand doen met dank aan de regering Rutte 2. De ECB “greater good” beleid is funest voor landen die presteren en het is de buit voor landen die dat niet kunnen of willen doen. De pensioen geld vloeit dan uit het noorden naar het zuiden. Wat wij veertig jaar lang hebben gespaard wordt in het zuiden nu uitgegeven door mensen elders die nog eerder met pensioen gaan dan wij. Als werknemer ben je verplicht om bij een Pensioenfonds deel te nemen met een voorwendsel van een zekere vaste inkomen later op leeftijd. Je hebt geen keuze en bent maar een verplichte financierder van iets wat absoluut niet zeker blijkt. Je kunt je wraak nemen alleen door zo lang mogelijk te leven. Maar ook dat is deels afhankelijk van de maatregelen van bovenaf.

theoprinse
theoprinse
Artikelwaardering :
     

Nederland moet idd de Euromunt afschaffen en Nederlandse gulden weer invoeren en Nederland moet ook uit de Europese Unie stappen. Nederland moet daarnaast een industrieel herstelplan rond robotisering en samenhangend herscholing in beta vakken koppelen aan de plicht voor Nederlandse pensioenfondsen om in de nieuwe Nederlandse industrie te beleggen. Dit laatste behoeft afscherming van buitenlandse hedgefunds zoals in wezen Nederlandse pensioenfonds adviseurs Blackrock, Goldman Sachs, Blackrock en State Street zijn.
Samen met Engeland kan dan met Amerika aan de Navo want nu zal Frankrijk nog lange tijd de afbrokkelende Europese unie militair de Franse atoom paraplu opdringen en een onder Franse leiding Europees leger en een quasi Europees lees Frans buitenlands beleid gaat opleggen.
De Nederlandse pensioen problematiek begint niet bij de rekenrente hoewel dat flink verhoogd moet worden – maar bij het feit dat indertijd wettelijk is vastgelegd dat een fors percentage belegd moet worden in (Nederlandse en Duitse) banken om reden van risico spreiding … maar de bankenrente is door Mario Draghi onder nul terecht gekomen.
Schrap die wettelijke bank beleggingsbepaling en laat de Nederlandse pensioenfondsen de Nederlandse robotindustrie financieren.

Frans
Frans
Artikelwaardering :
     

Een hoogst interessant maar feitelijk weinig belanghebbend relaas.
Wat namelijk als een paal boven water staat is dat het huidige EU klimaat beleid tot de totale instorting van de Europese economieën gaat leiden.
Voeg daar het huidige EU immigratie beleid aan toe, en de daar uit voortkomende explosief groeiende druk op de sociale verzorgingsstaat, en het mag duidelijk wezen dat er zich in de nabije toekomst een gigantisch financieel probleem gaat aandienen.
Het gaat straks weinig uitmaken hoe hoog iemand zijn pensioen (na de nodige EU nivelleringsjaren) nog is, dat pensioen gaat dan namelijk geheid toch van de (dan nog resterende) AOW afgetrokken worden, zo werkt dat namelijk in een socialistische heilstaat.
Al die domme Nederlanders die van wegen de “financiële zekerheid” op het pro-EU partijkartel blijven stemmen gaan exact het tegenovergestelde bereiken van wat zij willen bereiken.

Jan
Jan
Artikelwaardering :
     

Het verkwanselen van de nationale zeggenschap op onder meer monetair gebied aan de EU is een fout geweest die alsnog hersteld dient te worden… en een mogelijk Nexit in kaart te brengen… Wie doet hier nu aan wensdenken?