Advertenties

De teloorgang van ons pensioenstelsel (1)

Politieke nalatigheid en bestuurlijke incompetentie

Volg OpinieZ

Foto:

In een drietal longreads gaat prof. dr. Kees de Lange in op de teloorgang van ons pensioenstelsel en stelt hij houdbare oplossingen voor de toekomst voor. In dit deel 1 komt aan de orde hoe de wereld veranderde, maar de politiek en de pensioenwereld achter de feiten aanlopen. Het thema van deel 2 is de invloed van de boze buitenwereld (publicatie zondag 24 november). Deel 3 sluit af met de rekenrente, de zieltogende euro, het ECB-‘beleid’ en oplossingen (publicatie zondag 1 december).

Leven met onzekerheden

In een tijd waarin de wereld in hoog tempo verandert en oude machtsverhoudingen verdwijnen, heeft de gewone burger een sterke behoefte aan zekerheden. Het is dan ook niet toevallig dat in de huidige onzekere tijden juist die problemen die een looptijd in de orde van een mensenleven of langer hebben, hoog op de agenda staan. De klassieke respons van het mensdom in tijden van wanorde en instabiliteit is de vlucht in religie.

Moderne varianten van in feite hetzelfde mechanisme zijn de enorme populariteit van klimaat- en pensioensprookjes. Daar waar rationele modellen ontbreken om betrouwbare lange termijnvoorspellingen te doen, voorzien dergelijke sprookjes in de diep gevoelde behoefte aan zekerheid of de illusie daarvan. Rationeler is echter die onzekerheden gewoon onder ogen te zien en die te accepteren als normaal onderdeel van het leven. Een verstandige levenshouding van adaptatie aan verandering bespaart ons veel geld en kopzorg.

Pijlers pensioenstelsel

In Nederland kennen we een pensioenstelsel bestaande uit een drietal zogenaamde ‘pijlers’:

  1. De AOW als volksverzekering. Dit is een sociaal vangnet voor ouderen, betaald door werkenden en de belastingbetaler. Omdat een groot deel van de mensen die bijdragen aan de bekostiging van te voren weten dat zij zelf aanzienlijk meer zullen betalen dan ontvangen, is er sprake van solidariteit. We willen geen samenleving waar ouderen in de goot belanden en dat mag wat kosten. Zoals elk omslagstelsel is de AOW zeer gevoelig voor vergrijzing. Met te weinig werkenden en te veel uitkeringstrekkers loopt het systeem op de klippen.
  2. De aanvullende pensioenen. Dit betreft in principe een spaarsysteem waarbij iedereen voor zichzelf spaart. Totaal pensioenvermogen ~ 1500 miljard euro, twee keer Nederlands Bruto Nationaal Product (BNP) in ~ 240 fondsen. Ongeveer 80% van werknemers en gepensioneerden is verplicht aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds (bpf) dat zowel het regelen van een collectieve levensverzekering als het collectief beleggen van het gespaarde geld van de verplichte deelnemers voor zijn rekening neemt. Ten onrechte wordt hier dikwijls van solidariteit gesproken, terwijl het in feite om risicodeling als vorm van welbegrepen eigenbelang gaat. Wie een levensverzekering sluit, doet dat niet uit solidariteit met zijn medeburgers. Zolang binnen een fonds er geen overdracht van geld van de ene groep naar de andere is, is dit systeem ongevoelig voor vergrijzing. Helaas is de werkelijkheid een andere.
  3. Individueel sparen. Deze activiteit wordt door de overheid momenteel buitengewoon ontmoedigd, gezien de fiscale behandeling die de spaarder belast met een fictief rendement dat geen relatie tot de zorgwekkende werkelijkheid heeft.

 

Kerngegevens pensioenfondsen

In het vervolg zal ik me beperken tot de situatie bij de bedrijfstakpensioenfondsen, om twee redenen. Allereerst is daar de grote meerderheid van de deelnemers verplicht bij aangesloten. Ten tweede zijn bij deze fondsen de problemen verreweg het grootst.

  • Er zijn in Nederland momenteel ongeveer 8,9 miljoen werkenden waaronder 1 miljoen zzp’ers, 3 miljoen gepensioneerden, en 305 000 werklozen.
  • ​Grootste pensioenfonds is het ABP met 1,1 miljoen actieven, 952 000 slapers, en met 880 000 gepensioneerden, met verplichte deelname.
  • Ongeveer 50% van het pensioenvermogen in ons land is opgebracht door huidige gepensioneerden.
  • Bedrijfstakpensioenfondsen worden paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden (Stichting van de Arbeid).
  • ​Vier van de vijf grote bpf’s (ABP, Zorg en Welzijn, PME, PMT) presteren matig tot slecht.
  • Gemiddeld heeft een gepensioneerd echtpaar een aanvullend maandpensioen van € 800-900, naast een AOW van € 1600.
  • De overheid heeft geen formele zeggenschap, maar wel een enorme invloed op ons pensioenstelsel via de fiscale spelregels, wetgeving over ‘governance’, en politieke druk b.v. op het beleggingsbeleid.
  • Een euronaïef beleid van ‘de euro tot elke prijs’ betekent de nekslag voor de koopkracht van onze pensioenen, mede door het desastreuze rentebeleid van de ECB met zelfs negatieve rente.
  • Overheid (als grote aasgier) oefent enorme druk uit op hoe ons pensioenvermogen te investeren.

 

Het sprookje van het uitgesteld loon

Pensioen is uitgesteld loon, maar wat betekent dat voor de rechten van de deelnemer? Een korte samenvatting van de situatie zoals die al decennia lang voortduurt mag niet ontbreken.

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde die overeengekomen wordt in het cao overleg. De veelgehoorde bewering dat de werkgever de werknemer een dienst bewijst door een deel van de premie voor zijn rekening te nemen is onterecht. Bij de cao-onderhandelingen wordt de loonruimte verdeeld. Meer geld richting pensioen betekent b.v. minder direct besteedbaar inkomen.

De deelnemer is verplicht aangesloten bij een pensioenfonds, bestuurd door werkgevers en vakbonden, en betaalt zijn premie aan het pensioenfonds. Over andere arbeidsvoorwaarden heeft de werknemer de eigen vrije beschikking, opmerkelijk genoeg niet over zijn pensioengeld.

Geen zeggenschap

Curieus genoeg berusten de eigendomsrechten van pensioengelden niet bij de deelnemer die levenslang ruim 20% van zijn salaris als premie betaalt, maar bij pensioenfondsbestuur of uitvoerder. Deelnemers hebben geen enkele zeggenschap over de precieze besteding van pensioengelden noch over het beleggingsbeleid. Het enige dat de deelnemer bezit is een trekkingsrecht.

 

Medezeggenschap – voor zover aanwezig – heeft uitsluitend adviesrecht

Over premie, indexatie, kortingen (ultimum remedium?) op nominale pensioenen en verdeling van de risico’s over generaties beslissen de besturen.

DNB houdt toezicht op de dekkingsgraad, maakt afspraken over herstelplannen, en controleert in algemene zin de randvoorwaarden

Zeggenschap bij wie alle risico’s loopt?

Een korte historische terugblik leert ons dat zeggenschap dient te berusten bij hen die alle risico’s lopen. Een paar eeuwen geleden liep vooral de directeur-eigenaar van een onderneming de financiële risico’s en had dus de volledige zeggenschap. Langzaamaan drong het besef door dat ook personeel en aandeelhouders van een onderneming aanzienlijke risico’s liepen, die een andere verdeling van de zeggenschap rechtvaardigde.

Dat kreeg zijn beslag in b.v. de Code Tabaksblat over ‘governance’ van 2003 en de Wet op de Ondernemingsgraden (WOR). Met name de WOR geeft de personeelsvertegenwoordiging op belangrijke punten instemmingsrecht. Mits goed gehanteerd kan de WOR het personeel een grote invloed op het reilen en zeilen van de onderneming verschaffen. En bij de bedrijfstakpensioenfondsen? NIETS van dit alles.

Pensioenpluche

Bedrijfstakpensioenfondsen worden paritair bestuurd door uitsluitend vakbonden en werkgevers, maar zijn zij representatief en lopen zij risico’s? Om te beginnen met de werkgevers, zij betalen hun contractueel overeengekomen deel van de pensioenpremie, niet meer en niet minder. Zij hebben vrijwillig hun handtekening onder het cao-contract gezet en daarmee is de kous af. Risico lopen zij niet, en het is een raadsel waarom zij überhaupt zeggenschap over pensioen hebben.

De vakbonden verliezen al jaren lang leden, het totale aantal is onlangs gedaald tot beneden 1 miljoen. Op dit moment is zo’n 15 % van alle werkenden en een zeer gering percentage gepensioneerden lid van een vakbond. De leden zijn vooral blanke mannen van boven de 50. Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd en jongeren zien al helemaal niets meer in deze fossiele organisaties. Niettemin is voor de vakbondselite een goedbetaalde zetel op het pensioenpluche zeer aantrekkelijk, en vrijwillig zal men die nooit opgeven. Risico’s loopt men echter niet. Het zijn de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen die alle financiële risico’s lopen, maar niettemin geen enkele zeggenschap of zelfs eigendomsrecht bezitten.

 

Overzicht van de verslechteringen

Het onderstaande overzicht van de verslechteringen die men op pensioengebied decennia lang te slikken heeft gehad is tamelijk ontluisterend. Niettemin is er in de bestuursstructuur van de bedrijfstakpensioenfondsen niets veranderd.

  1. Allereerst moet natuurlijk de greep uit de ABP kas van 32 miljard euro door kabinet Kok-Lubbers genoemd worden. Wat velen niet weten, is dat dit met instemming van de vakbonden die het ABP-bestuur vormden is gebeurd. Als ruil voor het afromen van wat de regering toen ‘overwinst’ noemde, kwam het ABP verder van de overheid af te staan en kreeg het fonds als beloning meer bestuurlijke zelfstandigheid.
  2. Nog maar enige decennia geleden trad het ABP naar buiten met folders waarin gesteld werd dat de deelnemers bij pensionering konden rekenen op 70% van hun laatstverdiende salaris, waarbij zelfs de koopkracht gegarandeerd was. Das war einmal. Sindsdien is 70% van het laatstverdiende loon, alsmede koopkrachtbehoud, een totale illusie gebleken.
  3. De kosten van het arbeidsvoorwaardenbeleid van overheid en grote ondernemingen zijn afgewenteld op de pensioenfondsen via een VUT-constructie. Tot op de huidige dag betalen jongeren bij het ABP een opslag op hun pensioenpremie voor een VUT die zij nooit zullen ontvangen.
  4. Inmiddels zijn alle bedrijfstakpensioenfondsen overgegaan van een eindloonregeling naar een middenloonregeling, hetgeen voor alle deelnemers een geweldige verslechtering betekent. In het verlengde daarvan is stilzwijgend overgegaan van een systeem op basis van Defined Benefit (DB, waarbij bij een bepaalde inleg een bepaald eindbedrag gegarandeerd wordt) naar een systeem van Defined Contribution (DC, waarbij je maar mag hopen dat je uiteindelijk een behoorlijk eindbedrag ontvangt). De risico’s? Die zijn uiteraard allemaal voor de deelnemer.
  5. Het nabestaandenpensioen is gehalveerd.
  6. Sinds 2008 is er niet of nauwelijks indexatie. In 10 jaar tijds is daarmee de koopkracht van een ABP-pensioen met 15% terug gelopen. Dit proces zet zich nog steeds door en in hoger tempo nu de inflatie de laatste jaren weer stijgt.
  7. Reeds eerder hebben sommige fondsen kleine kortingen op de nominale pensioenen doorgevoerd.
  8. Door ABP en Zorg en Welzijn is jarenlang een beleggingsvehikel Alpinvest gebruikt. De kleine kring van bestuurders van deze club werd beloond met typisch 100 miljoen euro voor hun activiteiten, ongeacht het behaalde beleggingsresultaat.
  9. Het beleggingsbeleid van de grote bedrijfstakpensioenfondsen is politiek-ideologisch gestuurd waardoor bepaalde beleggingscategorieën zijn uitgesloten. Ook bij de pensioenen regeert de groene gekte. Dat betekent wiskundig automatisch suboptimale resultaten. Het beleggingsbeleid is voor alle leeftijdscategorieën identiek en houdt geen rekening met het feit dat verstandig beleggen qua risicoprofiel voor jongeren niet hetzelfde is als voor ouderen. Resultaat is een beleid dat voor geen enkele groep optimaal is.
  10. Het niet afdekken van de renterisico’s is een belangrijke oorzaak van de huidige malaise. Door de overheid worden pensioenfondsen gedwongen om te beleggen in staatsobligaties van zieltogende Zuid-Europese landen.
  11. In het recente ‘pensioenakkoord’ dat werd gesloten zonder enige inbreng door de verplichte deelnemers, maar wel in nauw overleg met de vakbonden, werd een tegemoetkoming voor ‘zware beroepen’ overeengekomen. Wie dit gaan betalen is vooralsnog een volstrekt raadsel, maar de politieke druk om dit bij de pensioenfondsen te deponeren zal groot zijn.
  12. Nu na een lange periode van aanzeggingen door DNB vier grote bedrijfstakpensioenfondsen er jarenlang niet in zijn geslaagd hun zaken op orde te krijgen, dreigen nu uiteindelijk harde aanzienlijke kortingen op de nominale pensioenen.

 

Bovenstaande niet uitputtende lijst betreft vrijwel uitsluitend die factoren die een gevolg zijn van Nederlands intern beleid. In deel 3 van deze serie (publicatie 1 december) komt ook de invloed op de pensioenen van het desastreuze EU en ECB-‘beleid’ aan de orde.

De verplichte deelnemer in een bedrijfstakpensioenfonds is het beste te vergelijken met een kikker die in een pan koud water op het gas wordt gezet. Voordat hij doorheeft dat hij er beter aan doet met spoed uit de pan te springen, is hij gekookt. Het is curieus om te zien hoe de cumulatieve verslechteringen van het pensioen over een lange reeks van jaren eigenlijk een veel groter verlies in koopkracht betekenen dan de verwachte komende (eenmalige?) kortingen op de nominale pensioenen.

Samenvatting

De koopkracht van pensioenen voor gepensioneerden en de pensioentoezeggingen aan nog werkenden gaan al decennia lang op allerlei manieren omlaag. Van de ooit beloofde 70 % van het laatst verdiende loon met behoud van koopkracht is niets over. Niettemin heeft de politiek, in casu de kartelpartijen, altijd willens en wetens nagelaten de op veel punten volstrekt verouderde Pensioenwet op de schop te nemen. Integendeel, als er al gepraat wordt over pensioen worden de verplichte deelnemers bewust niet gehoord en wordt de ‘discussie’ slechts gevoerd met niet-representatieve vakbonden.

De verslechteringen in onze pensioenen zijn enorm en een belangrijke aantasting van de oudedagsvoorziening van vele miljoenen gepensioneerden en werkenden. Die verslechteringen zijn voor het merendeel niet toe te schrijven aan externe factoren of aan een of andere fictieve rekenrente. Zij zijn het onmiddellijke gevolg van politieke nalatigheid en van bestuurlijke incompetentie van de pensioenfondsbesturen. Niettemin doen de kartelpartijen alles om dat falen te verhullen.

Deel 2 wordt zondag 24 november gepubliceerd op OpinieZ.com: de invloed van de boze buitenwereld.

Over de auteur

Kees de Lange
Kees de Lange
Prof. Dr. C.A. (Kees) de Lange studeerde wis-, natuur- en sterrenkunde aan de UvA en promoveerde in de Theoretische Chemie in Bristol, UK. Hij is emeritus hoogleraar fysische chemie en chemische fysica aan zowel de UvA als de VU. Zijn research betreft atmosferische chemie en fysica, en magnetische resonantie, alsmede het ontwikkelen van complexe fysische modellen. Zijn onderzoek is vastgelegd in enige honderden publicaties. Hij is tot op de huidige dag actief in wetenschappelijk onderzoek. In de periode 2011-2015 was hij als een van de zeer weinige bèta’s lid van de Eerste Kamer.

Email-abonnement

10
Reageer.

Meld je aan om te reageren.
avatar
1800
7 Draadjes
3 Antwoorden
5 Volgers
 
Meest bediscussieerde reactie
Meest actieve draadje
7 Auteur(s)
OliverkartonFranstheoprinseni28 Recente reacties van de auteur(s)
  Abonneren op reactie(s)  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Arie
Arie
Artikelwaardering :
     

Nederland heeft de vetste pensioenpotten van Europa, en zelfs hier hangen de problemen als een zwaard van Damokles boven miljoenen werkenden. Omdat we door een kleine groep miljonairs in politiek en bedrijfsleven worden belazerd.

In dit verhaal moeten de “verdwenen miljarden” van de havenarbeiders ook genoemd worden. Handige jongens mochten speculeren met het uitgestelde loon van havenarbeiders; en hebben daar goed aan verdiend. Ze hingen zelfs de toffe peer uit met de oprichting van het “goede doel” Optas. Zonder bedankje naar de havenarbeiders die dat geld bijeen gesprokkeld hadden.
https://www.volkskrant.nl/economie/havenarbeiders-zijn-2-miljard-kwijt~bfe56e7b/

Ik ben benieuwd naar de volgende afleveringen.

ni28
ni28
Artikelwaardering :
     

Zeer informatieve uiteenzetting over pensioenen van prof.de Lange. De twee natuurlijke vijanden van onze pensioenen zijn grofweg de overheid en de euro. Het enige wat je als pensioendeelnemer kunt tegen doen is zo lang mogelijk te leven. De overheid zal wel alles in werk zetten om dat te verhinderen.

DPmar
DPmar

Zeer verhelderend artikel. Moet helaas bekennen dat toen ik veel jonger was ik meer met m’n vak bezig was dan met mijn pensioen. Denk dat dit bij velen zo is en daar maakt de overheid gruwelijk misbruik van. Sinds ik in 2008 met pensioen ging heb ik een aantal zaken zien gebeuren die ons werden gepresenteerd door de MSM als ‘volkomen van elkaar los staande feiten’, terwijl andere delicate zaken nooit werden besproken. Ik denk hierbij aan:

1. De onduidelijke pensioenplannen van staatssecr. Klijnsma die, naar ik heb horen zeggen, enkele uren voor de ‘Brusselse-dead line’ in de Tweede Kamer werden neergelegd. De volgende ochtend lag alles in Brussel.
2. Het presenteren door Dijsselbloem in de Tweede Kamer van de eerste Naheffing, als ‘oude Brusselse afspraak’. Hij wapperde met een document, rijkelijk voorzien van zwarte strepen om tekstdelen onleesbaar te maken.
3. De goede samenwerking tussen Dijsselbloem en de Fransen. Via de TV zagen we dat zijn termijn in dezelfde week werd verlengd nadat de tweede Naheffing van was voldaan.
4. In Duitsland verscheen in juni 2014 een artikel, ik dacht in Die Welt, waarin madame Lagarde meende te moeten ventileren dat het een goede zaak zou zijn als in de EU de ‘rijke landen’ 10 tot 30% van hun pensioentegoeden zouden overhevelen naar Brussel ter ondersteuning van de arme landen (zoals Frankrijk).
5. Ondergetekende zocht contact met het PME (2x) en met De Telegraaf om nadere uitleg. PME was eerlijk en meldde: ‘Wij kunnen en willen hierop niet reageren’! De Telegraaf zweeg het talloze malen dood!

wordt vervolgd:

DPmar
DPmar

6. De heer Dijsselbloem was enige tijd ‘voorzitter adviescommissie rekenrente en -rendementen voor pensioenfondsen’. Toen er in dit jaar, na een hoop gedoe, eindelijk een pensioenakkoord was gesloten kwam binnen 24 uur de heer Dijsselbloem met de melding dat de rekenrente omlaag moest!
7. Zag een deel van het debat over de rekenrente in de Tweede Kamer. In zijn verdediging was minister Kookmees weinig overtuigend.

Een zeer mistig gebeuren allemaal, waar kennelijk absoluut niet over gepraat mag worden, zoals blijkt.
Persoonlijk denk ik echter dat op grond van bovenstaande waarnemingen er wel een rode draad in te ontdekken is, namelijk:
Er is een ‘oude Brusselse afspraak uit juni 2014’ (die wij als belanghebbend publiek nog niet kennen), dat op advies van madame Lagarde ‘rijke landen’ 10 tot 30% van hun pensioentegoeden zouden overhevelen naar Brussel ter ondersteuning van de arme landen’. De heren Dijsselbloem, Koolmees en Rutte weten dit en omdat de heer Dijsselbloem deze enorme aderlating ziet aankomen, trapte hij op de noodrem, direct na het pensioenakkoord om een te snelle leegloop van de pensioenpot te voorkomen. Inmiddels is madame Lagarde door de heer Macron keurig op de troon van ECB gemanoeuvreerd en verwacht ik dat binnen afzienbare tijd de ‘rekening uit Brussel’ op de mat valt!
In de Tweede Kamer zal, conform mijn punt 2 hierboven, deze ‘aderlating’ worden gepresenteerd als ‘oude afspraak’,

ni28
ni28

Dank voor uw informatieve long reed aanvulling.

Frans
Frans
Artikelwaardering :
     

Ik wil wel nog even opmerken dat de AOW in den beginne door de werkenden betaald moest worden omdat het benodigde geld er destijds eenvoudig niet was.
Dit “AOW gat” had echter in de zogenaamde “vette jaren”, waarin er een groot AOW overschot bestond, gemakkelijk gedicht kunnen worden.
Als dat destijds gebeurd was dan had nu iedereen voor zijn eigen AOW gewerkt, en had het vergrijzingsprobleem niet bestaan.
Maar dat geld is destijds “afgeroomd”, en gebruikt voor “leuke dingen voor linkse mensen”; als een PvdA kiezersmagneet dus.
En nu wordt dit vergrijzingsprobleem dan door diezelfde linkse mensen als excuus gebruikt om grote massa’s ongeschikte en ongewenste immigranten Nederland binnen te slepen.
En dat terwijl eenieder die over enig gezond boerenverstand beschikt op zijn/haar vingers kan natellen dat deze immigranten nooit een positieve economische bijdrage gaan leveren en dus enkel het vergrijzingsprobleem nog maar gaan vergroten.
Maar links ziet enkel een welkome aanvulling van de linkse kiezerskudde.

De bedrijfspensioenen worden beheerd door bedrijven (voor wie het maken van zoveel mogelijk winst primair is) en door (linkse) vakbonden (die tot taak hebben de arbeider arm en dom te houden, zodat deze links blijft stemmen).
En de toezichthouder in het hele gebeuren is dan de staat, die geen boodschap heeft aan de arbeider en de bedrijfspensioenen zuiver als een eigen appeltje voor de dorst ziet.
Gewoon een recept voor ongelukken dus, met alle gevolgen van dien.

karton
karton
Artikelwaardering :
     

Ik erger mij de afgelopen paar jaren vaak aan de houding van heel veel jongeren t.o.v. gepensioneerde ex-werkers. Velen hebben nog nóóit écht gewerkt maar hebben hun mond vol over de “rijkdom” van de gepensioneerden. Ik zag onlangs een Nederlandse jongeman, studerend in Hongkong ( één of andere duistere studie-richting ! Kan kennelijk NIET in Nederland; hem was geadviseerd om Hongkong te verlaten i.v.m. de opstand). Deze student verklaarde dat hij, na nog één jaar “studie” een wereldreis ging maken en daarna wel eens naar werk zou uitkijken. Dát is de instelling van heel veel jongeren : zij misgunnen de ouderen het door hen zélf opgebouwde pensioen en verwijten álle ouderen dat zij “rijk” zouden zijn. Als die jongelui zouden gaan doen wat de thans gepensioneerden óóit óók deden, n.l. hard werken, dan kunnen zij mogelijk over een aantal jaren een probleemloze “oude dag” genieten, hetgeen voor veel ouderen momenteel NIET mogelijk is.
Maar zolang die zelfde jongelui (blijven) stemmen op partijen als GL van Yasser Feras of D66 van Jetje zal hún oude dag óók niet probleemloos worden.

theoprinse
theoprinse
Artikelwaardering :
     

Dank voor dit artikel prof de Lange.
Hier mijn email onlangs Aan de leden van de commissie voor financiën

Met referte aan het gesprek vanmiddag van Jord Kelder met hoogleraren Theo Kocken, Mary Pieterse-Bloem en promovendus Ilja Boelaars over beleggingsbeleid pensioenfondsen, het voorstel van 40 experts in oktober aan u om de rekenrente te verhogen, het onderzoek van juli van Gosse Alserda van Aegon dat pensioenen gemiddeld 14 procent meer waard hadden kunnen zijn en de uitspraak van februari Eloy Lindeijer van PGGM dat pensioenfondsen jaarlijks 7 miljard euro mislopen door uw wettelijke verplichting om te beleggen in Nederlandse en Duitse staatsleningen.

Schrap de wettelijke verplichting om met Nederlandse pensioenpremies Nederlandse maar met name Duitse banken overeind te houden.

Maak wettelijk verplicht dat beleggingen van pensioenpremies alleen mogen plaatsvinden in bij voorkeur Nederlandse en verder buitenlandse technologische bedrijven waarvan de consumptieve en productieve voortbrengsels een lange termijn levensduur hebben zoals kernreactoren, Schiphol in de Noordzee, robotisering, artificiële intelligentie, ruimtevaart enz. en verbiedt beleggingen in niet productieve maar louter vraag en aanbod speculatie markt objecten zoals buitenlandse valuta, grond, vastgoed en negatieve technologie zoals windmolenparken.

Robotisering kan de productie van mensen en daarmee het BNP van Nederland minstens tot 9.000 miljard vertienvoudigen en na herscholing tot beta wetenschappelijk onderzoekers het BNP nog eens verdubbelen tot 18.000 miljard euro.

zie hieronder

ni28
ni28
Artikelwaardering :
     

Dit lijkt de prijs voor te veel opgepotte geld. Mensen veranderen als zij rijk worden. Hoe meer er is hoe minder willen zij uitgeven. Over de rovers niet te spreken.

Oliver
Oliver
Artikelwaardering :
     

Wat een verademing – eindelijk eens iemand met verstand van zaken en lange termijn geheugen, die zegt waar het op staat!