Misvattingen in het debat over #Elections2016

Het is een van de fascinerende dingen die bij de huidige presidentsverkiezingen komen kijken: iedereen is ineens een expert. Ja, ik ook. Dat is goed, want mensen die zichzelf ergens bekwaam in achten debatteren er doorgaans lustig op los.

Aan de stortvloed aan opiniestukken over de #Elections2016 te zien gebeurt dat dan ook. Dat niet iedere bijdrage even geslaagd of zelfs feitelijk juist is, doet daar niet aan af. Want juist die opinies die het verst van de realiteit staan, nopen tot repliek en stimuleren daarmee het debat.

Plank misgeslagen
In dat opzicht staken twee stukken afgelopen week met kop en schouders boven de rest uit: Geerten Waling’s voortzetting van zijn reeks over de negentiende eeuwse Franse socioloog Alexis de Tocqueville in Amerika, en het exposé van Peter van Dijken op deze site over de merites van president Trump. Beiden sloegen de plank en eigenlijk de hele houtzagerij grondig mis.

Anti-Federalisme
Waling betoogt in het kort dat de Amerikaans federale overheid te machtig is vergeleken met de individuele staten. In het kader van zijn zoektocht naar het hedendaags belang van Tocqueville ging Waling daarom op bezoek bij de anti-federalistische historicus James Ronald Kennedy. Kennedy zit in de onfortuinlijke positie dat hij het publiek imago van een slavernijverdediger heeft, hetgeen Waling met klem ontkent. Kennedy, zo voert Waling aan, is juist een fervent voorvechter van rechten en wel de rechten van individuele staten. Die zijn volgens Waling sinds Amerikaanse Burgeroorlog steeds meer onder druk komen te staan. Daarmee werd volgens Waling de droom van de eerste Secretary of the Treasury Alexander Hamilton over “een tirannieke centralistische overheid” gerealiseerd.

Civil Rights Act
Wat de door Waling veronderstelde tirannieke centralistische federale overheid betreft wijst de geschiedenis echter iets anders uit. Neem bijvoorbeeld de Civil Rights Act in de jaren ’60 van de vorige eeuw, een juridische nachtmerrie die alleen na extreme inspanningen van onder andere Lyndon Johnson wet kon worden. Waarom dat zo moeilijk ging? Omdat de Senaatscommissies – om niet te spreken van de Senaat zelf – die deze wetgeving moesten behandelen vanwege senioriteit geleid werden door Zuidelijke senatoren. Die gebruikten hun positie om de federale overheid, waarvan zij zelf deel uitmaakten, te dwarsbomen. Uiteindelijk kwam de Act er, maar bepaald niet zonder slag of stoot en pas een eeuw na het einde van de slavernij.

Machteloosheid
Er zijn meer voorbeelden. Neem de veiligheidsgordel in de auto of verkeersregels of marihuana of anti-abortuswetgeving in de thuisstaat van Mike Pence (de tweede man van Donald Trump) of de repressieve homohuwelijkwet van North Carolina of de wapenwetten die per staat verschillen, of de doodstraf. De machteloosheid van zowel het Huis als de Senaat bewijst keer op keer dat de federale overheid amper een deuk in een pakje boter kan slaan, hoe graag eerdergenoemde Kennedy ook in zijn staatsrechtelijke slachtofferrol mag kruipen. Waling ziet wat dat betreft de politieke verdeeldheid, die zowel langs staatsgrenzen als politieke partijen loopt, over het hoofd.

Toch is Tocqueville wel relevant voor het heden, alleen niet zoals Waling dat zou willen. Tocqueville zag het verkiezingsspektakel in de VS, met name op federaal niveau, als geïnstitutionaliseerde revolutie. Het probleem met revoluties is alleen dat die soms uit de hand lopen, met gevolgen die niet per se aantrekkelijk zijn. Hier verschijnt Trump ten tonele, voor de tweede misser van de afgelopen week.

Onafhankelijkheid
Peter van Dijken betoogde grofweg dat Trump geen geld van megadonoren accepteert en dus onafhankelijk is. Dat feit maakt hem op zich nog geen geschikte presidentskandidaat. Met alleen onafhankelijkheid komt een president niet ver. Trump heeft keer op keer bewezen geen zelfreflectie te hebben, laat staan iets dat ook maar in de buurt komt van een moreel kompas. Hij mag dan niet gekocht zijn door lobbyisten, zijn hebzucht kent geen grenzen en zijn enige belang is zijn eigenbelang. Bij Clinton weet de kiezer precies wat hij in huis haalt. Clinton heeft een carrière aan poltieke en bestuurlijke ervaring achter de rug en een duidelijk platform waarop zij campagne voert.

Improviserend
Over Trump zei Julian Assange onlangs terecht dat het volstrekt onduidelijk is wat Trump gaat doen wanneer hij eenmaal in het Witte Huis zit. Dat is niet goed. De volgende president zal onherroepelijk met onvoorziene situaties geconfronteerd gaan worden. Dan kan het niet zo zijn dat de eindverantwoordelijke geen idee heeft wat hij moet doen.

Bekijken
Trump’s standaardreactie is nu “dat moet ik eerst bekijken” wanneer hij een vraag krijgt waar hij het antwoord niet op weet, bijvoorbeeld over de Russische inmenging in Oekraïne. Dat volstaat niet. Dergelijke basiskennis over de internationale verhoudingen moet een kandidaat kunnen dromen. Trump droomt alleen over kijkcijfers en blundert ondertussen vrolijk verder. Hopelijk gaat de kiezer dat bijtijds inzien.

De inzet is simpelweg te hoog om al improviserend – en ook nog eens slecht geïnformeerd – langs de afgrond te dansen. Dat zou Tocqueville ook niet gewild hebben.

Advertenties