De gevaarlijke blinde vlek van de moderne journalistiek
Moreel activisme in plaats van kritische bevraging
- Herdenken is geen selecteren - 30 juli 2026
- Wie controleert de controleurs van de NPO? - 20 juli 2026
- Joodse studenten en docenten ervaren angstcultuur op universiteiten - 11 juli 2026
De pers hoort de waakhond van de democratie te zijn. Journalisten controleren de macht, leggen netwerken bloot en eisen openheid. Dat is gezond en noodzakelijk. Toch stopt die kritische blik in Nederland opvallend vaak zodra macht zich verschuilt achter goede bedoelingen. Zodra invloed zich hult in de vlag van een stichting of een gesubsidieerde NGO, blijft het stil. Alsof de waakhond gaat liggen zodra een organisatie belooft de wereld te redden. Het creëert een gevaarlijke blinde vlek. Want macht blijft macht, hoe sympathiek de verpakking ook is.
Het rapport van Kees Broer, gepresenteerd 19 mei 2026 en geschreven in opdracht van het CIDI, legt die blinde vlek pijnlijk nauwkeurig bloot. Het is een feitelijke optelsom van stromen belastinggeld die gaandeweg een ander doel krijgen. Geld dat bedoeld is voor humanitaire hulp of algemeen nut, blijkt de brandstof te worden voor politiek activisme en strategische rechtszaken tegen de overheid. Op dat moment veranderen maatschappelijke organisaties in politieke spelers.
Dan mag de journalistiek niet op afstand blijven toekijken. Wie betaalt deze clubs werkelijk? Wie stuurt hun agenda achter de schermen? En welk ideologisch doel wordt hier met publieke middelen nagestreefd? Dat deze vragen in de grote media nauwelijks aan de orde komen is veelzeggend.
Morele gelijk
Die journalistieke gelatenheid komt voort uit de verlammende werking van het morele gelijk. Klimaatgroepen, mensenrechtenorganisaties en hulporganisaties worden door veel redacties met fluwelen handschoenen aangepakt. Men kijkt naar de mooie doelstellingen op hun websites, niet naar de feitelijke invloed die zij uitoefenen. Omdat hun verhaal zo rechtvaardig klinkt, verdwijnt de kritische distantie. De geschiedenis laat zien dat juist daar waar goede bedoelingen als schild worden gebruikt, eenzijdigheid vrij spel krijgt. Een organisatie die met miljoenen aan subsidie het beleid probeert te kneden, oefent druk uit op onze rechtsstaat. En druk mag in een democratie nooit ongecontroleerd blijven. De burger heeft er recht op te weten hoe de lijnen lopen.
Ondoorzichtig netwerk
Achter de schermen is de afgelopen decennia een ondoorzichtig netwerk ontstaan waarin overheid en activisme gevaarlijk dicht tegen elkaar aan zijn gekropen. Via ingewikkelde subsidiecircuits financiert de staat in feite deels haar eigen oppositie, die vervolgens via lobby en juridische procedures druk uitoefent op datzelfde overheidsbeleid. Wanneer ministeries miljoenen verstrekken aan organisaties die de overheid tegelijkertijd via de rechter proberen te dwingen tot ingrijpende beleidswijzigingen, ontstaat een democratisch spanningsveld dat journalistieke aandacht verdient. Dat de pers deze geldstromen en informele invloed nauwelijks structureel doorlicht, is een ernstig tekortschieten van haar controlerende taak.
Verdacht
Wat daarbij opvalt, is hoe snel kritische vragen tegenwoordig moreel verdacht worden gemaakt. Wie vraagtekens zet bij de financiering, invloed of strategie van activistische organisaties, loopt het risico direct te worden weggezet als “tegen mensenrechten”, “anti-klimaat” of “extreem”. Dat mechanisme werkt verstikkend op het publieke debat. Journalisten horen juist weerstand te bieden aan zulke morele druk. Hun taak is niet het beschermen van ideologische gevoeligheden, maar het onderzoeken van macht, belangen en invloed — óók wanneer die zich presenteren als moreel verheven.
Verwarring
Daarmee raakt deze discussie aan een dieper probleem binnen de moderne journalistiek: de verwarring tussen betrokkenheid en onafhankelijkheid. Veel redacties lijken zichzelf steeds vaker te zien als maatschappelijke medespelers met een missie, in plaats van als kritische buitenstaanders die alle machtscentra op afstand houden. Maar zodra journalistiek activistisch wordt, verdwijnt de noodzakelijke scepsis. Dan ontstaat het gevaar dat verslaggeving ongemerkt verandert in morele begeleiding van het publiek, waarbij bepaalde overtuigingen niet langer kritisch worden onderzocht maar als vanzelfsprekend uitgangspunt dienen. Juist daar verliest de pers haar geloofwaardigheid.
Wantrouwen
Die ontwikkeling verklaart ook waarom steeds meer burgers afhaken bij traditionele media. Niet omdat mensen geen behoefte meer zouden hebben aan journalistiek, maar omdat zij het gevoel krijgen dat bepaalde onderwerpen slechts vanuit één morele invalshoek bespreekbaar zijn. Zodra grote groepen burgers ervaren dat hun zorgen structureel worden gebagatelliseerd of geframed als onwenselijk, verdwijnt het vertrouwen. Dat wantrouwen komt niet voort uit desinteresse in feiten, maar juist uit het gevoel dat relevante feiten selectief worden belicht. Een pers die alleen nog overtuigt binnen de eigen culturele kring, verliest uiteindelijk haar functie als breed maatschappelijk kompas.
Selectiviteit
Die selectiviteit sijpelt rechtstreeks door in de dagelijkse nieuwsvoorziening. Neem de berichtgeving rondom de humanitaire flotilla’s richting Gaza. In kranten en journaals ligt de nadruk vrijwel uitsluitend op noodhulp en solidariteit. Dat is slechts de helft van het verhaal. De politieke lading van zo’n vloot en het doel om de maritieme blokkade te doorbreken worden systematisch weggelaten. Dat Israël die blokkade hanteert om wapensmokkel naar terreurorganisatie Hamas te voorkomen, blijft buiten beeld. Journalistiek die de context stript tot een simpel verhaal van goed tegen kwaad, informeert niet langer. Zij kiest partij.
Groeiende kloof
Door dit gebrek aan scherpte ontstaat bovendien een groeiende kloof tussen de morele agenda’s van redacties en de dagelijkse realiteit in de rest van het land. Terwijl gesubsidieerde lobbygroepen in de media alle ruimte krijgen om abstracte idealen te verkondigen, ervaren hardwerkende gemeenschappen in sectoren als de visserij, landbouw en woningbouw de concrete, harde gevolgen van die agenda’s. Wanneer de pers niet meer laat zien wie de werkelijke lasten dragen van agressief activisme en juridisering, verliest zij haar maatschappelijke aansluiting. Het publiek voelt zich dan niet langer vertegenwoordigd door de media die hen horen te informeren.
Twee maten
Het probleem zit hem zelden in wat er wél wordt gebracht, maar in wat er onbesproken blijft. Wie bepaalt welke rapporten de voorpagina halen en welke feiten in de onderste lade verdwijnen, stuurt de blik van het publiek.
Als die selectie structureel één kant op leunt, raakt dat de kern van het publieke vertrouwen. De lezer merkt het wanneer er met twee maten wordt gemeten. Wanneer misstappen van bedrijven breed worden uitgemeten, maar de schaduwzijden van gesubsidieerd activisme buiten schot blijven, haakt het publiek af. Vertrouwen kost decennia om op te bouwen, maar het verdampt zodra de indruk ontstaat dat journalisten niet meer de waarheid zoeken, maar slechts hun eigen wereldbeeld willen bevestigen.
Feiten
Echte journalistiek weegt de wereld niet op basis van sympathie, maar op basis van feiten. Zij schuwt het ongemak niet en durft heilige huisjes omver te trappen, juist wanneer dat binnen de eigen intellectuele kring ongezellig is. Een vrije pers kan niet overleven op goede intenties alleen; zij bestaat bij de gratie van scherpe, onpartijdige nieuwsgierigheid.
Onpartijdigheid
De opgave voor de pers is het heroveren van die onpartijdigheid. Dat vraagt om de moed om onbevooroordeeld naar buiten te kijken. Niet alleen naar de overheden die men toch al kritisch gezind is, maar juist ook naar de netwerken die hun politieke agenda vakkundig verpakken als het algemeen belang. Pas wanneer de journalistiek de blinde vlek uit het eigen oog verwijdert, krijgt zij haar geloofwaardigheid terug. Want macht verdient controle. Juist als zij vriendelijk overkomt.
Geke van der Sloot is zangeres, auteur en voorzitter van de stichting Opstaan tegen Antisemitisme. In september 2026 verschijnt haar boek ‘Stemmen van Verzet’.
OpinieZ is en blijft gratis voor u! Maar we kunnen een bijdrage in onze kosten natuurlijk goed gebruiken. U kunt een donatie doen via GoFundMe. U helpt daarmee OpinieZ in de lucht te houden. Dank voor uw aandacht.


Wie de moeite neemt om de financiering van NGO’s te bekijken, ontdekt:
– ze krijgen miljoenen van de overheid;
– ze krijgen miljoenen van d e Postcodeloterij;
– ze krijgen miljoenen van Open Society (Soros)
– ze krijgen miljoenen van de EU;
– ze krijgen miljoenen van Carnegie, Clinton Foundation, Oak Foundation en nog vele anderen.
In de media worden NGO’s gepresenteerd als spontaan georganiseerde initiatieven van bezorgde burgers die maar moeten zien hoe ze het financieel redden. Deze ‘spontane’ initiatieven krijgen op die manier het aureool van democratische burgerzin gericht tegen een conservatieve overheid die aan de kant van het kapitaal staat.
De waarheid is dat het allemaal activisten clubjes zijn die kunnen rekening op een constante stroom geld en die voor de linkse overheid dienen als een soort voorhoede om het publiek te bewerken.
Deze opvatting van journalistiek waarin met poogt om gebeurtenissen op voorhand te duiden en vergezeld te laten gaan van de gewenste oplossing is ontwikkeld zo’n 15 jaar geleden op de Hogeschool Windesheim. En werd constructivistische journalistiek genoemd. Vrij snel werd het overgenomen door andere opleidingen. Het heeft dus even geduurd maar dit denken heeft in Nederland de totale journalistiek overgenomen en wordt krachtig ondersteund door het Vlaamse mediakartel. De invalshoek is links-liber, kosmopolitisch en woke. Hier zijn we voorlopig niet vanaf en omdat het zich ook op kinderen richt (jeugdjournaal e.d.) een rechtstreekse bedreiging voor het zelfstandig en kritisch denken.
Men vertrouwt te veel op het goede van de mens. Een ngo is dus altijd goed. Maar een ngo doet weleens veel meer dan waar ie voor staat. Hun macht wordt steeds groter maar de transparantie vertroebeld. Op gegeven moment bepalen activisten alles. En de pers steunt ze blindelings want goed doel. De pers is zeer partijdig en dient degene die ze betaald. En dat zijn maar ten dele de abonnees.
NGO’s zouden uitsluitend moeten gefinancierd met individuele private donaties. Onder geen enkele voorwaarde moet er publiek (belasting-) geld naartoe. Door hun agenda’s zijn NGO’s zijn in veel gevallen een vijfde colonne voor de burgermaatschappij waarin zij gefinancierd worden en hun invloed uitoefenen. Regering en bestuurders moeten stoppen met het verschaffen van een podium voor NGO’s. Lobbyisten van NGO’s moet de toegang tot politici en bestuurders worden ontzegd. NGO’s ontwrichten de maatschappij ten bate van hun eigen agenda. Het journaille, dat de bewaker van de democratie zegt te zijn, kan in deze alleen maar luiheid, volgzaamheid, gebrek aan intellect en doortastendheid, incompetentie en zelfoverschatting worden verweten. Wat betreft de rechtelijke macht, die neemt zonder zich af te vragen of dit wel hun terrein is, in toenemende mate plaats op de stoel van de politiek, getuige de activistische schijn processen inzake natuur, milieu en energie. Deze discussies en besluitvorming horen thuis in de tweede kamer en niet in de rechtszaal. De gretigheid waarmee rechters zich voor het karretje laten spannen van vooral linkse activisten, is op zijn minst zorgwekkend en zou beëindigd moeten worden. Op dit moment is de gang van zaken waar het om democratie gaat als volgt: kiezers mogen eens in de vier jaar bepalen door wie ze belazerd en/of totaal genegeerd willen worden, waarna politici, NGO’s en ‘het maatschappelijk middenveld’ onderling bedisselen waar het belastinggeld naartoe gaat. De kiezer staat steevast met lege handen. Onze veel geprezen democratie en zogenaamde rechtsstaat zijn een complete farce, waar de gemiddelde burger niets aan heeft. En onze bewakers van de democratie, de journalistiek, heeft het niet eens in de gaten …
“Toch stopt die kritische blik in Nederland opvallend vaak zodra macht zich verschuilt achter goede bedoelingen. ”
De weg naar de hel. Waarmee was die ook weer geplaveid?
Toen het denkvermogen zich in mijn hersens ging ontwikkelen kwam mijn ouwe heer met de opmerking “spreken is zilver en zwijgen is goud”, Dat bracht het begrip Jokkebrok op. Vrij vertaald de Leugenaar.
De grote grap, de giller, de dijenkletser van nu: al is de leugen nog zo snel, de “waarheid” achterhaalt die wel.
Bij mij kwam later ene Joseph Göbbels in Beeld.
De propaganda schurk in het derde rijk.
Tegenwoordig is aantoonbaar aanwezig: beeldvorming.
Met andere woorden zich niet houden aan keiharde feiten.
Valse Voorlichting. Als voorbeeld: die kletsspraak programma’s op de Tv….
Er zijn helaas velen die in deze omwaarheden met hun hoeven trappen.
Als ik de NPO beluister dan denk ik, wat een eenzijdige verhalen. Even kijken welke omroep, vooral BNN/Vara. Niet normaal en journalistiek onwaardig. Klacht ingediend bij betreffende ombudsvrouw, objectief?, na drie weken nog geen antwoord.
Nu was mijn advies ook om de NPO op heffen en door een onafhankelijke zender te vervangen.
Het moreel activisme hoor je bijna de hele dag en avond via radio en tv en de kranten staan er vol mee. Het wordt verpakt met een deugsausje; Dat doe je toch niet! en een veelbetekendende blik. Vanochtend las ik ik de krant een artikel tegen AI omdat de denkkracht daardoor daardoor afneemt. Daar ben ik het mee eens maar het moreel activisme dat al sinds de politiek van Joop den Uil en hadimassa hoogtij viert geeft een bewustzijnsverauwing waardoor deze feitenvrije journolistiek goed kan gedijen.
Ik schreef: Voor het slapen gaan eerst de gifbekers van de NPO leegdrinken. Vervolgens na het opstaan een toxisch ontbijtje van de ochtendkrant. Tussendoor vertekenen de woke reclame’s je wereldbeeld en voor het weet stem je D66 of PVDA-GL. Maar het is veel erger: https://indepen.eu/televisie-als-pr-instrument-voor-groene-gedragssturing/