Advertenties

De Joodse vader van mijn leraar Nederlands

Volg OpinieZ

De joodse vader van mijn leraar Nederlands jan gajentaan opiniez

Foto:

 

Ongeveer tien jaar geleden overleed mijn leraar Nederlands van het Amsterdams Lyceum, Frits Roeper. Hij was mijn docent in de jaren zeventig. Theodor Holman, die Frits Roeper ook als leraar Nederlands had, heeft hem beter beschreven dan ik het zou kunnen. Een mens kon zich geen betere leraar Nederlands wensen, schreef Theodor na het overlijden van Frits.

Laatst kwam ik op Twitter de hashtag #hartjeleraar tegen en moest toen denken aan mijn favoriete leraar, Frits Roeper. Door wat googelen kwam ik vervolgens achter iets dat ik niet wist: de deels Joodse familiegeschiedenis van Frits. Een geschiedenis die me raakte.

Frits’ vader was de Joodse, uit Amsterdam afkomstige arts en chirurg Max Roeper die zich na zijn studie vestigde in Heerenveen. Daar trouwde Max met de niet-Joodse Loes Piekema en kreeg met haar twee zoontjes: Jacques en Frits, geboren in 1936 en 1939.

Max Roeper

Max Roeper, de vader van Frits, zat in de oorlog in het artsenverzet. Het gezin was toen net verhuisd vanuit Heerenveen naar Groningen. Daar werd Max Roeper in 1943 verraden door een patiënt die lid was van de NSB. De kleine Frits had net zijn vierde verjaardag gevierd, toen zijn vader uit huis opgehaald werd door Nederlandse agenten en uiteindelijk overgedragen aan de nazi’s. Via het Huis van Bewaring in Groningen en de kampen Vught en Westerbork kwam Max Roeper in Auschwitz terecht, waar hij op 22 januari 1945 is overleden als gevolg van vlektyfus.

Max Roeper

Foto: Max Roeper. Bron: JCK, copyright onbekend.

In een In Memoriam dat in 1945 in het Tijdschrift voor Geneeskunde verscheen, wordt Max Roeper omschreven als “een voortreffelijk medicus en een beminnelijk mens”. “Hij bouwde een uitgebreide chirurgisch-gynaecologische praktijk op, was zeer bemind bij zijn patiënten en werd naar waarde geschat door zijn collegae die hem hoogachtten vanwege zijn grote gaven”, lees ik. “Max Roeper was naast een uitstekend diagnosticus en briljant operateur ook een geestig causeur, een talentvol musicus en een trouwe vriend voor allen, die het voorrecht hadden met hem in aanraking te komen”.

Het Amsterdams Lyceum

Wat ik uit andere berichten op internet  opmaak is dat Frits als leraar geen geheim maakte van de trieste geschiedenis van zijn vader, maar ik kan me niet herinneren dat de altijd vrolijke, nonchalant ogende docent Frits Roeper – ik zie hem nog staan met zijn leren jas, zijn plastic tasje met boeken, de Caballero sigaret altijd losjes in zijn hand – er bij ons in de klas ooit over verteld heeft.

 

Frits Roeper

Foto: Frits Roeper. Bron: Het Amsterdamsch Lyceum 1917-1987door Hans Vagevuur en Harry Bosch

Humor

Natuurlijk, Frits oogde iets donkerder dan de gemiddelde Nederlander, maar ik heb me destijds nooit afgevraagd wat zijn achtergrond was. In die vrolijke, opstandige jaren zeventig waren we niet zo met identiteit bezig. Meer met keten en het de docenten zo moeilijk mogelijk maken!

Hoewel Frits Roeper geen strenge leraar was, waren er bij hem nooit ordeproblemen. Een les van Frits was als een cabaret met educatieve waarde: je leerde over de Nederlandse literatuur, maar het was ook lachen dankzij Frits’ scherpzinnigheid en bijzondere humor. De klas hing aan zijn lippen.

 

Cijferlijst

Misschien komt het omdat ik jong mijn moeder verloor, maar ik was als kind nogal in mezelf gekeerd. Toen ik op het Amsterdams Lyceum kwam in 1971 waren er problemen thuis. Ik liep twee keer weg van huis. Op school was ik niet de makkelijkste. Ik deed mijn huiswerk niet, werd vaak de klas uitgestuurd, haalde voortdurend onvoldoendes, maar wist steeds vlak voor het einde van het schooljaar op het nippertje over te gaan.

Zo heb ik ondanks alles op mijn 17e jaar mijn Atheneum A diploma gehaald, als één van de jongsten dat jaar. Op mijn cijferlijst prijkte naast een aantal zessen en zevens en een enkele vijf, het cijfer negen voor Nederlands. Met dank aan Frits.

 

Trieste geschiedenis

Frits Roeper was ongetwijfeld degene die voor mij pleitte op de lerarenvergaderingen, als mijn overgang naar de volgende klas weer een dubbeltje op zijn kant was. Frits zorgde ervoor dat ik in de redactie van de schoolkrant kwam en dat ik werd uitgenodigd voor de artistieke Interlyceale, om daar een opstel te schrijven. “Eindelijk heb ik een talent in mijn klas”, zei Frits over mij. Hij zal het vast ook wel tegen anderen gezegd hebben, maar ik glom van trots.

Toen ik las over de trieste geschiedenis van Frits’ vader realiseerde ik me dat Frits heel jong een ouder had verloren, net als ik. Was het daarom dat hij iets van zichzelf in mij herkende en zo’n beetje mijn beschermengel werd? Ik kan er slechts naar gissen.

 

Laatste brieven

Via de site Joods Cultureel Kwartier vind ik een aantal documenten over de vader van Frits, waaronder brieven die hij stuurde vanuit het Huis van Bewaring en kamp Vught.

Het zijn ontroerende documenten. Vader Max toont zich bezorgd over het lot van zijn vrouw Loes die hij “allerliefste skattie” noemt en over zijn geliefde jongens Jacques en Frits (Jacqje en Fritsje). Het is hem een troost dat zijn echtgenote en kinderen door de niet-Joodverklaring van zijn vrouw veilig zijn. Dat noemt Max “een heerlijke geruststelling” en hij prijst de moed en opofferingsgezindheid waarmee zijn vrouw haar lot opneemt. Max neemt zichzelf zelfs kwalijk dat hij niet voorzichtig genoeg is geweest. Hij informeert naar de gezondheid van zijn schoonvader.

Aan zijn vrouw schrijft hij: “Lieve schat, wat jij voor mij gedaan hebt is ongelooflijk, het was zo een lief en warm meevoelen, om te proberen het lot te kiezen, daar kan ik geen woorden voor vinden. Je hebt een dikke zoen hiervoor verdiend, maar ik kan hem je niet geven, dus die houd je tegoed”.

Dan brengt hij nog zijn warmste groeten over aan zijn beide zoons en probeert iets te regelen met cheques, zodat zijn gezin niet onverzorgd achterblijft.

Het zijn de laatste brieven van een vader, die nooit meer terug zou keren.

 

Dodenherdenking

De Holocaust, de industriële genocide op meer dan zes miljoen Joden, is te groot om te bevatten. Daarom is het denk ik goed dat we ons verdiepen in individuele geschiedenissen, zoals het verhaal van de vader van Frits, maar er zijn – helaas! – miljoenen van zulke verhalen te vertellen. Zie ook het prachtige stuk van Freek van Beetz vanochtend bij OpinieZ. Ze zijn allemaal even aangrijpend.

In een tijd waarin het antisemitisme weer om zich heen grijpt uit verschillende hoeken – de islamitische, de extreemrechtse én de extreemlinkse hoek – is het belangrijk hierbij stil te staan. Bij de steeds meer gepolitiseerde Nationale Dodenherdenking herdenken we immers in essentie alle slachtoffers  van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden. Bijna de helft van hen waren Joodse burgers.

 

Antisemitisme

Veel is geschreven en gesproken over de Tweede Wereldoorlog, over de bezetting, over moed en lafheid en over de onmogelijke keuzes waarvoor veel mensen toen stonden. Laten we ook stilstaan bij hoe het allemaal begon: met het grijpen van de macht in Duitsland door de nazi’s in 1933. De Europese elite sprak toen kort over sancties, maar al snel was het business as usual. Overal was het appeasement dat de klok sloeg.

En nu, doen we het nu zoveel beter? Treden we ferm op tegen opkomend antisemitisme in Nederland of wordt er wéér weggekeken? Is het niet vreemd dat de EU zo graag zaken doet met Iran, met een regime dat uit is op de vernietiging van Israël? Schaamt Nederland zich niet dat we al jaren indirect antisemitische terreur sponsoren in Israël?

Het zijn overwegingen die ik de lezer graag mee wil geven bij deze trieste geschiedenis van de Joodse vader van mijn leraar Nederlands, Frits Roeper.

Over de auteur

Jan Gajentaan
Jan Gajentaan
Amsterdammer in Rotterdam, blogger, schrijver van e-books, voetbalvader, Volvo 940 rijder, in het dagelijks leven Recruitment / Human Resources Consultant.

Email-abonnement

Reageer.

Meld je aan om te reageren.
avatar
1800
  Abonneren op reactie(s)  
Abonneren op