Advertenties

Poldermodel en partijpolitiek moeten op de schop

Het moet uit zijn met de politieke baantjescarrousel

de politieke elite verzameld in de Ridderzaal op Prinsjesdag 2017

Titelfoto: de politieke elite verzameld in de Ridderzaal op Prinsjesdag 2017. Screenshot door redactie OpinieZ van YouTube-video, kanaal NOS

De Nederlandse samenleving zeult niet één, maar twee blokken aan het been met zich mee: het poldermodel en de partijpolitiek. Beide zijn erfenissen van de besturing van ons land in de afgelopen halve eeuw. Beide zijn uitgewerkt en niet in staat om de uitdagingen van vandaag en morgen het hoofd te bieden. Daarom zijn ingrijpende veranderingen noodzakelijk. Zowel het poldermodel als de partijpolitiek moeten op de schop.

Gesloten cirkel

Het poldermodel staat voor de sociaal-economische besturing van ons land. Die is belegd bij een handvol organisaties van werkgevers en vakbonden. Zij kunnen (in de Stichting van de Arbeid) onderling afspraken maken die uiteindelijk vrijwel iedereen binden. Als daarvoor overheidsbesluiten nodig zijn maken dezelfde organisaties daarover (in de Sociaal-Economische Raad) afspraken met het kabinet. Het resultaat wordt vastgelegd in nationale sociaal akkoorden, die via CAO’s van bedrijven en sectoren door wéér dezelfde partijen worden uitgewerkt. Die CAO’s worden vervolgens op verzoek van opniéuw dezelfde partijen door de overheid – als sluitstuk van de cirkel – wettelijk opgelegd aan het hele land.

Dieptepunt

Het dieptepunt van het poldermodel is het Sociaal Akkoord van 2013. Midden in de diepste economische crisis sinds de jaren ’30 hadden de polderpartijen meer oog voor het voortbestaan van de polder (dat door de mogelijke verkiezing van een activistische voorzitter van de FNV bedreigd werd) én van hun eigen instituties, dan voor het landsbelang. Inmiddels hebben de meeste hoofdrolspelers dat erkend.

Maar de naweeën van de slechte compromissen van toen zijn nog steeds merkbaar. Het was tevens het laatste akkoord dat de polder tot stand bracht. De polderpartijen slagen er sindsdien al een half decennium niet meer in om afspraken te maken over de grote vraagstukken, zoals de arbeidsmarkt, ontslagrecht, sociale zekerheid en pensioenen.

Verlamd

Tegelijkertijd worden constructieve en creatieve voorstellen van niéuwe partijen die zich aandienen, zoals Ondernemend Nederland (www.onl.nl) en Alternatief Voor Vakbond (www.avv.nu), die samen wél een éigen Sociaal Akkoord aan het Kabinet Rutte III aanboden, genegeerd. Daardoor is ook de politieke besluitvorming over deze onderwerpen verlamd geraakt. Ambtenaren van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die altijd leunden en steunden op afspraken in de polder, lijken zelfstandig niet in staat de noodzakelijke beslissingen over de sociaal-economische besturing van ons land te nemen.

Analyse van Zweers

De teloorgang van de Nederlandse polder was overigens al in 2011 nauwkeurig beschreven in het zeer lezenswaardige, maar volstrekt doodgezwegen boekje van politicoloog en journalist Arjan Zweers met de niet mis te verstane titel: Liever lobbyen, een genadeloze analyse van het poldermodel. Daarin fileert Zweers als een chirurg de mankementen van de Nederlandse polder: een gesloten systeem van in zichzelf gekeerde instituties die buitenstaanders uitsluiten en het eigen voortbestaan tot het hoogste doel hebben verheven.

Het desastreuze Sociaal Akkoord 2013 bevestigt Zweers’ analyse uit 2011 volledig. Maar Zweers gooit niet alleen de oude polderschoenen weg, hij doet ook verstandige voorstellen voor verandering, vernieuwing en verbetering van de sociaal-economische besturing van ons land.

Monopolie doorbreken

De kern van de voorstellen van Zweers is om het monopolie van de polderpartijen te doorbreken door de sociaal-economische besluitvorming te baseren op de inbreng van álle mensen en hun organisaties die bij een bepaald onderwerp betrokken zijn en daarover iets te melden hebben. In plaats van iéder onderwerp op de automatische piloot voor te leggen aan een handvol polderpartijen, zoekt Zweers naar wegen om steeds de beste mensen op het juiste moment op de juiste dossiers mee te laten denken.

Crowd-sourcing en co-creatie bieden daar met behulp van moderne technologieën, enquêtes, sociale media et cetera goede mogelijkheden voor. Precies de wijze waarop nieuwe spelers op het sociaal-economisch speelveld, zoals ONL en AVV, óók opereren! Naar buiten gekeerd, met een open-mind, waarbij het eigen voortbestaan slechts middel en geen doel op zichzelf is!

Partijbelang boven landsbelang

Wat geldt voor de sociaal-economische besturing van ons land, geldt voor de hele politiek! Politieke partijen van het sociaal-liberale midden – van GroenLinks tot de SGP en alles wat daar tussenin zit – hebben zich de afgelopen vijftig jaar ook ontwikkeld tot een gesloten systeem, waarin het partijbelang ver boven het landsbelang is uitgestegen. De partijen van het sociaal-liberale midden zijn daarbij zo veel op elkaar gaan lijken dat het weinig meer uitmaakt wie van hen regeert en wie van hen oppositie voert.

Om hun positie te behouden streven ze er gezamenlijk naar om nieuwkomers, zoals Fortuyn’s LPF, Wilders’ PVV en Baudet’s Forum voor Democratie, maar ook partijen als de Partij voor de Dieren en 50Plus, uit te sluiten. Dat daarmee ook de achterban van deze partijen, goed voor een kwart (!) van de bevolking monddood wordt gemaakt boeit hen niet. De afschaffing van het raadgevend referendum dat deze stemlozen nog enig soelaas bood bevestigt dat.

Zelfde recept

Het doorbreken van de partijpolitiek (ik schreef daar voor OpinieZ al eens mijn droom over) is nóg moeilijker dan het afschaffen van de polder. Maar het recept is hetzelfde! Betrek op het juiste moment bij elk belangrijk dossier, zoals migratie, Europese samenwerking en de economie (net als in vrijwel elk Europees land ook in Nederland de drie belangrijkste) de juiste mensen en hun organisaties. Ongeacht tot welke politieke partij zij behoren. Verzamel hun inbreng, luister naar hun argumenten, weeg hun belangen tegen elkaar af en baseer de politieke besluitvorming daar in de volle breedte op in plaats van op het enge partijpolitieke belang.

Politieke benoemingen

Hetzelfde moet gaan gelden voor álle partijpolitieke benoemingen. Stop de baantjescarrousel van het sociaal-liberale partijkartel, waarmee de talenten van een kwart van de bevolking onbenut worden gelaten. Benoem de juiste mensen op de juiste plaatsen. Op basis van hun bewezen kwaliteiten. Op ministersposten, als burgemeesters en Commissarissen van de Koning, als leden van de Raad van State en andere Hoge Colleges van Staat. Maar ook als leden van de rechtelijke macht en de toppen van de ministeries. En natuurlijk op alle posten waarop kopstukken nu nog op basis van politieke keuzes benoemd worden, zoals bij de publieke omroep.

Over de auteur

Henk Strating
Henk Strating
Henk Strating is oprichter van HS ARBEIDSVOORWAARDEN CAO-advies & onderhandelingen en schreef het boek 10 JAAR PUZZELEN over de Nederlandse arbeidsverhoudingen in de periode 2007-2017.
Te bestellen op https://www.bol.com
Advertenties

8

Reacties zijn welkom. Graag kernachtig, niet meer dan 15 regels (ca. 200 woorden). Er wordt gemodereerd. De spelregels staan in de voettekst. De redactie gaat niet in discussie over geweigerde reacties.

  Abonneren  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Kees van Mourik

“Benoem de juiste mensen op de juiste plaatsen. Op basis van hun bewezen kwaliteiten.”
Dat is zeker een nastrevenswaardig ideaal. Maar wie zullen, en op grond van welke criteria, kunnen beslissen wie de juiste mensen voor de juiste plaatsen zijn? Wanneer gelden kwaliteiten als bewezen, en voor wie?
Moeten we aannemen dat in ons huidige systeem onevenredig vaak de verkeerde mensen op de verkeerde plaatsen worden benoemd, en dat ook nog eens op basis van volstrekt onbewezen kwaliteiten? Of zelfs bewezen afwezigheid van de noodzakelijke kwaliteiten? Toegegeven, dat is precies wat ik wel eens denk. Met name bij het zogeheten klimaatakkoord ontkom ik niet aan de indruk dat de hiervoor verantwoordelijke politici en bestuurders voor het overgrote merendeel gespeend zijn van de bij dit dossier noodzakelijke deskundigheid (zowel natuurwetenschappelijke als economische).
Maar stel dat je het hele benoemingen-mechanisme vrij zou kunnen maken van politieke keuzes (kan dat überhaupt?), vergroot dat de kans dat dan op basis van bewezen kwaliteiten de juiste mensen op de juiste plaatsen benoemd worden? Waar zijn die juiste mensen met bewezen kwaliteiten en hoe komt het dat, als hun kwaliteiten zo onomstotelijk bewezen zijn, zij toch maar steeds niet op die juiste plaatsen terecht komen waarvoor zij zo bij uitstek geschikt zijn? Hoe vaak komt het voor dat mensen met bewezen en door niemand betwijfelde kwaliteiten zich melden als juiste man voor de juiste plaats en dan nochtans door wie over de benoemingen gaan straal genegeerd worden, omdat de voorkeur wordt gegeven aan een op louter partijpolitieke gronden geschikt bevonden non-valeur? En als dit vaak zou gebeuren, hoe komt het dan dat we daar zelden of nooit een goed gedocumenteerd verhaal over tegenkomen, noch in de gevestigde media, noch in het alternatieve circuit?

Kees van Mourik

Bij twee benoemingen die de laatste tijd in het nieuws waren is er aanleiding om te vermoeden dat bewezen kwaliteit zeker niet het enige, laat staan het belangrijkste criterium was. Zowel de benoeming van Femke Halsema tot burgemeester(es) van Amsterdam en van Thom de Graaf tot vice-voorzitter van de Raad van State wekten zeer sterk de schijn van een meer op politieke gronden dan op kwaliteitscriteria gebaseerde benoeming.Om het goed te kunnen beoordelen zou er volledige transparantie moeten zijn over wie er voor een post gesolliciteerd hebben, wie er in de benoemingscommissie zaten en wat de overwegingen waren, en van wie, waarom kandidaat a de voorkeur kreeg en de kandidaten b c en d werden afgewezen. Maar zou zo’n volledige transparantie wenselijk zijn? Vraag is: hoe zou het wél hebben moeten gaan? En als er anderen van een andere politieke kleur waren benoemd, was er dan niet óók grond voor het vermoeden dat politieke overwegingen de doorslag hadden gegeven en kwaliteit (in de zin van terzake deskundigheid) relatief onbelangrijk?

Gerard

Liggen partijpolitiek en poldermodel niet in elkaars verlengde? En zou dan het slopen van het zieke sociaal-liberale kartel niet het begin moeten zijn van de grote schoonmaak in autistisch politiek Den Haag? Het vertrouwen in de gevestigde partijen nadert het dieptepunt. Dat beseft de gevestigde orde, en vanuit dat besef worden de nieuwkomers monddood gemaakt, verketterd en gelabeld als racistisch, xenofoob, islamofoob of welke diskwalificerende term hen verder maar goed uitkomt. Het belang van de kiezer is al lang uit zicht verdwenen. Als dat weer telt, verdampt het poldermodel, het zo gemakkelijke voertuig van de aan het pluche gehechte vriendenclub.

"Buurman Bazarov"

… als ik een tweede leven had dan zou ik misschien toch iets met politicologie doen, denk ik wel eens. Ik zou bijvoorbeeld meer willen weten of dat Senaatsmodel in Amerika nou werkt. Het idee spreekt me namelijk erg aan – er is iemand in Washington die geacht wordt voor de belangen op te komen van jouw staat.

Ook zou ik meer willen weten of er verschil zit in democratische betrokkenheid tussen landen. Ik ben geen nieuwsjunkie, volg de politiek zijdelings, lees financieel economisch nieuws op internet… niks bijzonders dus. Maar de desinteresse, onwetendheid om mij heen (hoogopgeleide, goed verdiendende kennissen en vrienden) is ongelooflijk. Het maakt ze vrij weinig uit… lijkt het. Is dat nou overal zo – vraag ik me dan af.

Jan de Wit

politicoloog prof. Daudt (UVA) werd in de zeventiger en tachtiger jaren verguisd door alles wat links en bestuurder was omdat hij betoogde dat de politieke cultuur in Nederland niet anders dan een voortzetting is van de regentenperiode uit de 16e en 17e eeuw. Wat bevalt wordt ingekapseld in het systeem (mag meeprofiteren, baantjescarousel), en anders wordt je op de meest hufterige wijze op allerlei (niet eens slinkse) manieren “kalt-gestelt”.

Kees

Ook Partij voor de Dieren en 50Plus zitten in het partijkarel.

Ik raad u echt aan het ruwe raamwerk te lezen. Partijelites worden gebroken, fractiediscipline verdwijnt, coalities voor 4 jaar zijn taboe, enz. enz. Maar div. vormen van referenda worden verankerd zonder getalsmatige, organisatorische en financiële drempels. Bewindslieden zijn partijonafhankelijke vakdeskundigen en echte volksvertegenwoordigers nemen de plaats in van carrière politici.
Het vereist anders dan particratisch te willen denken.