Advertenties

David van Reybrouck en de islamknuffelaars 

Hoe meer media-aandacht voor terroristen, hoe beter

Titelfoto: combi van foto ©️Arthur van Amerongen en David van Reybrouck by Sebastiaan ter Burg, CC BY 2.0

In de Lage Landen strijdt een toom islamknuffelaars voor de onvoorwaardelijke acceptatie van de salafistische islam als zuil in een volledig ontzuilde samenleving. Het zijn fellowtravellers als David van Reybrouck, Tom Lanoye, Sunny Bergman en Anja Meulenbelt.

Na iedere aanslag disculperen deze apologeten de daders door ze weg te zetten als loslopende, zielige, eenzame gekkies. De islam heeft het nooit gedaan want die verkondigt en verspreidt immers enkel liefde. Hebben we een Pearl Harbor nodig om de reeds uitgebroken oorlog in te gaan?

Gepamperd

Na de aanslagen in Brussel zei ik in in een interview met de Volkskrant: ‘Enkelbanden om, paspoorten afpakken, uitkeringen bevriezen, en naar een opvoedingskamp sturen. Die teruggekeerde Syriëgangers moet je in ieder geval niet belonen. Al die Marokkanen zijn al genoeg gepamperd door een leger aan welzijnswerkers. Elke aanpak heeft gefaald, van de wijkvader tot de psycholoog: niets heeft gewerkt. Je moet ze hard aanpakken. Het zijn keiharde lui, getrainde terroristen. De ergsten moet je, zoals Lubbers dat dertig jaar geleden al riep, naar een opvoedingskamp sturen. Laat ze lekker in Drenthe in de grond spitten.

Zelfmoorden

David van Reybrouck zwengelde in juni 2017 op De Correspondent het debat over verslaggeving over terreur aan. Hij stelt: ‘Als sommige vormen van berichtgeving terrorisme meer belonen dan andere, dan moeten we durven stilstaan bij de werkwijze van de pers. Excessieve media-aandacht kan immers de angst verhogen, de terrorist een heldenstatus verlenen en anderen tot nieuwe aanslagen inspireren. Het is daarom niet verstandig om telkens zoveel details prijs te geven over de identiteit van de dader. We geven daarmee een geweldige bonus aan de terroristen. Zij willen gezien en gehoord worden.’ En: ‘Het wordt hoog tijd dat we zelfmoordaanslagen in Europa meer als zelfmoorden en minder als aanslagen bekijken.

Van Reybrouck hekelt het feit dat we nauwelijks oog hebben voor het suïcidale aspect van het handelen van zelfmoordterroristen. Terwijl het gevaar op suïcide-copycats, net als bij de klassieke zelfdoding, heel erg groot is. Op De Correspondent doet hij een oproep aan de hoofdredacteuren en de Raad voor de Journalistiek. De berichtgeving moet anders. De rol van de media is verpletterend en de overheid moet meer aan preventie denken. De pers kan zo levens redden. Van Reybrouck wil zelfs een aparte zelfmoordlijn voor potentiële terroristen.

Oud-mediaal

Mijn eerste gedachte was: de schrijver van het meester­werk ‘Congo, een geschiedenis’ denkt wellicht wat oud-mediaal, want een paar minuten na de aanslag staat hij bovenaan op de trendlijst van Twitter. Na een paar uur gaat de naam van de dader rond op Twitter. Zo ging het vrijwel bij alle islamitische terreuraanslagen in Europa. De papieren ochtendbladen kunnen de aanslag zeer waarschijnlijk niet eens meenemen de volgende dag. En de lezer is ook niet van gisteren, dus het is nogal sneu om ruim een etmaal later met een summier en afstandelijk bericht over een ‘uit de hand gelopen zelfdoding’ te komen.

Van Reybrouck schrijft dat de Franse media veel discreter omgaan met hun berichtgeving over aanslagen. Na de aanslag in Nice kwamen grote spelers van het Franse medialandschap – Le Monde, Radio France Internationale, France 24, Europe 1 en BFM-TV – overeen om niet langer foto’s van aanslagplegers te plaatsen. Radio­zender Europe 1 besloot om ook hun namen niet meer te delen. Van Reybrouck: ‘Zulke afspraken hebben ook wij nodig’.

Struisvogelpolitiek

Onzin natuurlijk want heel Frankrijk weet dat de terrorist van Nice een 31-jarige Tunesiër was die Mohamed Lahouaiej Bouhlel heette. Één klik op de laptop en we zien de martelaar in zijn zwembroek. Met de struisvogelpolitiek van Van Reybrouck en de door hem voorgestelde persbreidel komen de media vandaag de dag niet meer weg.

Volgens Van Reybrouck kunnen terroristen nog zoveel bommen plaatsen als ze willen maar als de media er niet over berichten, zijn hun aanslagen mislukt. Hij poneert dat geen enkele jihadist zichzelf doodt om vervolgens doodgezwegen te worden. ‘Als het is om genegeerd te worden, kan hij net zo goed blijven leven.’ De Belg doet net alsof Allah, de Profeet, de islam en de Koran geen enkele rol spelen bij de tientallen aanslagen in Europa, hetgeen ik nogal beledigend en respectloos vind jegens de overtuigde moslimterrorist.

Heldenstatus

Eerst suggereert Van Reybrouck dat het bij aanslagen vaak om zelfdoding gaat – wellicht omdat de jongeman in kwestie depressief, werkloos, gedepriveerd en uitgesloten was – en vervolgens stelt hij dat een jihadist zich opblaast enkel en alleen omdat hij zo graag in de krant wil. Maar het zijn niet de media die de islamitische terrorist de heldenstatus bezorgen, maar zijn sympathisanten in Molenbeek, de Parijse banlieues, Amsterdam-West, de Haagse Schilderswijk of waar dan ook. Die lezen geen kranten maar vinden alles over hun martelaar op Twitter, Facebook en wat dies meer zij.

Van Reybrouck had wellicht ook het liefst hele summiere berichtgeving over de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo gezien. De boodschap van de terroristen was echter: geen grapjes en cartoons over onze geliefde Profeet. Dat doel hebben ze bereikt. Media-aandacht of niet.

Gezicht

Van Reybrouck vraagt zich af of het verstandig is om telkens veel details prijs te geven over bijvoorbeeld een voortvluchtige aanslagpleger: ‘Wie een aanslag pleegt, weet dat zijn volledige naam en gezicht in bijna alle kranten, op nieuwssites en in tv-journaals over heel Europa zal verschijnen. Normaal is die eer enkel aan een zegevierende presidentskandidaat van een groot land voorbehouden. Willen we die bonus zomaar bieden?

Ik vind het bijzonder prettig om te weten hoe een voortvluchtige moslimterrorist, TBS’er of serieverkrachter er uitziet. Diens privacy vind ik tijdens de klopjacht eventjes onbelangrijk. Het valt dan wel te hopen dat de voortvluchtige geen dubbelgangers heeft want dan krijg je volksgerichten tegen onschuldigen. Dat is het nadeel van de digitale schandpaal.

Psyche

Van Reybrouck vindt mediale aandacht voor de psyche van de moslimterrorist erg overdreven: ‘Wie een aanslag plant, mag er ook rustig van uitgaan dat de hele wereld zal schrijven over zijn afkomst, familie, schoolprestaties, liefdesleven, eventuele strafblad en wat de buren van hem vonden. Wij spitten zijn korte levensverhaal uit met een ijver en een belangstelling die hij bij leven nooit heeft gekend. De terrorist is dan ineens iets van internationaal belang geworden. We maken zijn zelfmoordaanslag het overwegen waard. Hij is een nobody die zo graag een somebody wil zijn, desnoods post-mortem, en wij, westerse media, helpen hem daar maar al te graag bij. Dit zouden wij niet moeten doen.

De belangstelling van de media voor de terrorist vind ik bijzonder belangrijk. Ik wil echt alles weten over de dader. De aanleiding voor mijn boek ‘Brussel Eurabia’ was een klein berichtje over de eerste zelfmoordenares van Al Qaida: de Belgische Muriel Degauque. Voordat ze zich tot de islam bekeerde, was ze junk en alcoholist. Ze trouwde met een Turk en vervolgens met een zeer vrome Marokkaan. Kinderen kreeg ze niet want ze was onvruchtbaar. Allemaal relevante informatie wanneer je het profiel van een moslimterrorist probeert samen te stellen.

Massamoordenaar

Eerder dit jaar las ik het indrukwekkende boek ‘Sultan en de lokroep van de jihad’, van Johan van de Beek en Claire van Dyck. Tot in de kleinste details – veel primeurs verschenen in dagblad De Limburger – beschrijven ze de psyche van drie geradicaliseerde jongeren uit Maastricht. Een van hen, Sultan Berzel, blaast zich kort na vertrek op in Bagdad en wordt de vermoedelijk grootste Nederlandse massamoordenaar uit de recente geschiedenis.

Er zijn mensen die hem beschouwen als held en heilige. Anderen zien hem als slachtoffer van de grootste hersenspoeling ooit. Berzels Koerdische vriend, die met hem mee op jihad gaat, sterft op het Syrische slagveld. Met een glimlach op zijn gezicht, aldus zijn kameraden van Islamitische Staat. Hij ligt in een onbekend graf bij Raqqa. De derde uitreiziger, de bekeerlinge Aïcha, wordt wereldnieuws als ze weet te ontsnappen uit Syrië en terugkeert naar Nederland. Ze gelooft nog steeds in jihad.

Kerkhof

Een paar van de brandende vragen die Van de Beek en Van Dyck stellen in hun boek: Waarom en hoe namen deze jonge mensen de afslag Islamitische Staat? Uitsluiting, vervreemding, idealisme, identiteit? Hadden ze tegen kunnen worden gehouden? Is er, na het kalifaat, een blijvend gevaar van radicalisering en terreur in Nederland?

Van Reybrouck daarentegen wil in de door hem geopperde brede maatschappelijke discussie de islam het liefst loskoppelen van de terreuraanslagen.

Van Reybrouck schreef eerder een boek met de pretentieuze titel ‘Vrede kan je leren’. Zijn weg leidt misschien tot vrede, maar het is de vrede van het kerkhof.

Over de auteur

Arthur van Amerongen
Arthur van Amerongen
Arthur van Amerongen (1959) is columnist van de Volkskrant en HP/de Tijd. Hij studeerde semitische talen en islam aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn doctoraal-scriptie ging over de jihad en islamitisch extremisme in Algerije. Van Amerongen was correspondent te Jeruzalem en Beiroet, met als specialisme Hamas, Hezbollah en de Moslimbroeders. Zijn boek Brussel: Eurabia werd in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.
Twitter: @DonArturito

Meld je aan om te reageren.
avatar
1800
  Abonneren op reactie(s)  
Abonneren op