Advertenties
Recent:

Het tragische levensgevoel van de dichter Garcia Lorca

Het is deze week tachtig jaar geleden dat de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca werd gedood. Op het moment van zijn executie behoorde Lorca, 38 jaar, tot de grootste dichters van zijn tijd. Niet alleen zijn poëzie, maar ook zijn toneelstukken konden op veel waardering rekenen in Spanje en Latijns-Amerika.

Executie
In augustus 1936 vond – om met de Spaanse dichter Machado te spreken – de Misdaad in Granada plaats. De Spaanse Burgerloog is net een maand geleden begonnen. In de straten hangt de geur van buskruit, angst en verraad. Allerlei kampen zijn ontstaan. Mensen die vroeger bevriend waren, staan elkaar nu naar het leven vanwege een of andere leus of een of andere vlag. Op 18 augustus 1936 wordt de naam van een dichter geroepen, voordat de vingers van het vuurpeloton de trekker overhalen. Hij vluchtte van Madrid naar Granada, maar dat maakte de falangisten niets uit. Zij doodden Federico Garcia Lorca. Uit het gedicht van Machado:

Zij hebben Federico gedood/ toen het licht van den morgen opging./ Het peloton van de beulen/ dorst hem niet in ’t gelaat zien/ allen sloten de ogen/ zij baden: – geen God zal je redden!/ Dood viel Federico ter aarde/ lood in zijn ingewanden, bloed op zijn hoge voorhoofd.

Tragisch levensgevoel
Het is lastig om een heel oeuvre van een dusdanige breedte en complexiteit in een artikel te behandelen. Er zijn echter twee lijnen die door zijn gehele werk lopen: het tragische levensgevoel en het harde katholicisme. Opgegroeid in Andalusië als kind van welgestelde ouders, kwam Garcia Lorca al vroeg in aanraking met de armoede van het Spaanse platteland. Die armoede krijgt in zijn gehele werk een plek. Het verafschuwde hem, maar tegelijkertijd zag hij er een ongekende schoonheid in. Dit gold eveneens voor de zigeuners.

Flamenco
Garcia Lorca bootste het gevoel van de flamenco na en maakte er tegelijkertijd iets heel nieuws van. Dali – enige tijd zijn beste vriend – vatte dit werk samen onder “ontwikkelde sentimentaliteit”. Garcia Lorca toont een zachtmoedige blik jegens de zigeuners – een stuk zachtmoediger dan zijn tijdgenoten -, maar als hem in een interview gevraagd wordt of hij zelf ook zigeuner is, kan hij niet hard genoeg stellen dat hij Andalusisch is. En in een brief aan een vriend schrijft hij: “De zigeuners zijn slechts een middel tot mijn werk, het had evengoed iets anders kunnen zijn”.

Harlem
Wanneer hij een aantal jaar later naar de Verenigde Staten trekt, krijgt hij hetzelfde gevoel bij de Afro-Amerikanen in Harlem:

Ay, Harlem! Ay, Harlem! Ay, Harlem! Geen angst evenaart je verdrukte rode kleuren/ je bloed dat huivert in de donkere eclips/ je granaten geweld, doofstom in het schemerdonker/ je grote koning gevangen in zijn conciërgegepak.

Of:

Zwarten! Zwarten! Zwarten! Zwarten!/ Het bloed komt jullie ruggelingse nacht niet door/er is geen bloeden. Het bloed wordt onderhuids/ levend in de dolkpriem en in de borst van landschappen/ onder de pincetten en het priemkruid van de hemelse maan/ van de kreeft

Het rauwe trekt hem aan, raakt een romantische snaar in hem, tegelijkertijd stoot het hem af.

Katholicisme
Op een bepaalde wijze heeft hij dezelfde ambigue houding jegens het katholicisme. Al van jongs af aan genoot hij van het katholieke spektakel in ruraal Spanje. De geur van wierook, de brandende kaarsen, de mantra’s van het gebed. Hij genoot er ten volle van, de erfenis van zijn zeer mystiek ingestelde moeder. Thuis speelde hij ook graag de mis na. Maar een volgeling van de katholieke kerk is hij geenszins. Dit kan misschien deels door zijn homoseksualiteit komen. Maar meer nog door zijn sensualiteit.

In de ode die hij schreef aan de streng katholieke componist Manuel de Falla, ontstaat er een tot in haar wezen sensuele katholieke kerk:

Het is jouw lichaam, vrijer, jouw mond, jouw middel/ de smaak van jouw bloed op de ijskoude tanden/het is jouw overwonnen, gebroken, vertrapte vlees/ dat triomfeert en clonkert op ons vlees. Het is de stijve leegte van de stuurloze vrijheid/ die volloopt met concrete en ultieme rozen/ Adam is licht, hij wacht onder de verrotte boog/ op de twee meisjes van bloed die zijn slapen beroerden.

Katholieke kerk
De Falla reageert hier dan ook op met de opmerking dat hij dankbaar is voor de ode, maar dat Garcia Lorca een kerk beschrijft waarin De Falla zich niet wil herkennen. Veelal wordt de romantische Lorca aangetrokken door het idee dat hij zelf schept van iets. Het idee van het tragische leven, de tragische zigeuner, de vrije zwarten in Harlem, de schoonheid van de kerk. Maar de werkelijkheid die achter dat idee schuilgaat, lijkt hij af te wijzen. Toch schrijft hij in zijn “dichter in New York” het volgende over de kerk:

Maar de man in het wit/ weet niets van het mysterie van de korenaar/ weet niets van het gekreun van de barende/ weet niet dat Christus nog altijd water kan geven/ weet niet dat het geldstuk de kus van het wonder verzengt/ en hij geeft het bloed van het lam aan de onnozele snavel van de fazant.

Dit maakt des te meer duidelijk dat zijn relatie met de katholieke kerk niet eenduidig is. In diezelfde tijd, de tijd dat Lorca in de VS verbleef, maakte hij namelijk ook de hierboven genoemde “Ode voor Miguel de Falla” af.

Dichter van sterren en bloed
Misschien is Garcia Lorca het best te typeren als een dichter van de sterren en het bloed. Het heilige en het profane, het hoge en het wereldlijke. De ode aan Sint Sebastiaan, zit bijvoorbeeld vol met homoseksuele sensualiteit. Zijn leven wordt getekend door een strijd met zijn driften. Of dit vanwege zijn homoseksualiteit is, is gissen, want het heeft ook te maken met een bepaalde platonische waardering voor de geest en afkeer van het lichaam. Hij zoekt het idee van de dingen.

Als hij een toneelstuk schrijft over de vrijheidsstrijdster Mariana de Pineda, blijft er van haar werkelijkheid weinig over. Nu is dat de vrijheid van de dichter, maar bij Lorca lijkt het een meer existentiële aangelegenheid te zijn. Hij moet er een romantische notie van maken, om de werkelijkheid enigszins aan te kunnen. Hij schrijft niet wat er is, maar wat hij wil zien, wat hij moet zien om te kunnen overleven in de wereld die er gewoon is. Hij wil de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals hij hem ziet. Een goed voorbeeld van zijn blik voor de tragiek is het volgende gedicht:

Dood bleef hij liggen op straat/met een dolk in zijn borst./ Niemand die hem/kende/wat trilde de lantaarn!

De poëzie van Lorca is het antwoord op de lamentatie van Slauerhoff wanneer hij schrijft: “En neen, nooit gebeurt er eens een passiemoord.” De poëzie van Lorca zit vol passie. Kleine zinnen die hij uit lijkt te willen schreeuwen.

Groeiend onbegrip
In een artikel in The Economist waarin Garcia Lorca wordt herdacht, sluit de auteur af met “All that came to a shocking end 80 years ago. It is a small mercy that in his short life he found the forms to speak to audiences across time”. Maar dat is nog maar de vraag: het bloed waar zijn gedichten van zijn doordrenkt – het tragische, lijdende bloed, alsook het vredesbloed. Lorca zocht niet het geweld op, hij zocht het bloed – krijgt steeds minder een plaats in de moderne samenleving. Als Lorca een gedicht tegen de Guardia Civil schrijft, is dat op dat moment voor iedere lezer onmiddellijk duidelijk. Isabelle die door de straten danst in haar jurk, de man die neergestoken in de straat ligt.

Het tragische levensgevoel dat Lorca poogt te vatten is op dit moment op een dusdanige afstand komen te staan, dat het maar de vraag is hoe lang hij nog tot ons zal kunnen blijven spreken. En dan niet als iemand, als een historische bron die iets duidelijk maakt op esthetisch en sociaal niveau, maar als iemand die ons existentieel weet te raken. Hoe kan iemand van nu nog volledig doorvoelen waar Lorca over schrijft? Enfin, dat ons het tragische overkomt is een beetje zoals het gaat in de wereld. Het is op zichzelf tragisch, maar onomkeerbaar.

Maar moderne mensen, met name in Nederland en soortgelijke landen, zullen zijn religieuze symboliek steeds minder gaan begrijpen. De hele Umwelt van Lorca, werkelijk en metafysisch, is ten einde gekomen.

De breuk van de jaren ’60 en de voortschrijdende secularisering – die om de één of andere reden is verbonden met niet alleen de afwijzing van het christendom als De Waarheid, maar met de afwijzing van het gehele christendom an sich – hebben als gevolg dat talloze culturele bronnen onbegrijpelijk worden. Culturele bronnen die noodzakelijk zijn voor het zelfverstaan van het westen. Het is immers nog altijd zo dat tot een halve eeuw geleden, kunst, cultuur, wetenschap en religie met elkaar vermengd waren. Het kwaliteitsoordeel hieromtrent is niet relevant, wat relevant is dat met het wegvallen van de religie, al die andere bronnen ook steeds moeilijker te begrijpen worden.

Lorca en de mythe
Natuurlijk heeft zijn dood bijgedragen aan de mythevorming omtrent zijn persoon. Saramago zei eens over Pessoa dat zijn mythevorming een soort gesloten Olympus schiep, waar geen andere Portugese dichter meer toegang tot kon krijgen. Misschien is dat ook het geval met de mythe van Garcia Lorca – het lastige is echter dat door het Franco-regime de culturele ontwikkeling in Spanje ook harde klappen op heeft gelopen waardoor er decennialang misschien ook geen kans was op nieuwe goddelijke dichters op de Spaanse Olympus.

Maar het is niet alleen de dood van Lorca die van hem een mythe maakte. Het is zijn gehele oeuvre. De diepte ervan, de thema’s die soms voorbij razen in zijn onnavolgbare ritme, zijn spel met woorden. De kans dat wij Lorca nog echt zullen doorvoelen, wordt door de immer veranderende wereld steeds kleiner. Niettemin zal zijn gevoel voor taal en spel met woorden altijd begrepen worden:

Het kleine horloge van snoepgoed/smelt in het vuur. Horloge dat mij/een gestage morgen aangaf. Suiker, roos en papier…/(Mijn God, mijn hele gisteren!) Op de top van de vlam./(He, mijn hele morgen!

En daarmee, dus niet inhoudelijk maar qua vorm, zal hij toch een dichter blijven voor de eeuwigheid. Om het in het Spaans te zeggen: los siglos de los siglos.

Advertenties
About Peter van Duyvenvoorde (43 Articles)
Masterstudent filosofie en theologie

1 Trackback / Pingback

  1. Het tragische levensgevoel van de dichter Garcia Lorca | ensafh

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: