Advertenties

Onder de pet en uit de wind houden

Over de invloed van ambtenaren op politici

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat met haar ambtelijke staf op werkbezoek in Brabant.

Titelfoto: Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat met haar ambtelijke staf op werkbezoek in Brabant. Screenshot door redactie OpinieZ van YouTube-video, kanaal Omroep Brabant

 

Vice-premier De Jonge werd behoorlijk in verlegenheid gebracht toen hij op de wekelijkse persconferentie na de ministerraad van 19 oktober – waar hij Rutte verving – een vraag kreeg over het Pact van Marrakesh. Daar is het nodige over te doen, want migratie – en dus ook een internationale overeenkomst daarover – is een gevoelig onderwerp.

De vicepremier had er nog nooit van gehoord! “Het Pact van Marrakesh? Eh ….U moet me even helpen”…..”Ik heb me op dit onderwerp niet voor kunnen bereiden, excuus daarvoor”, sprak de bewindsman nederig. Ik keek daar van op. Je zou verwachten dat er tenminste een keertje in de Ministerraad over is gesproken en dat ambtenaren, die haarfijn behoren aan te voelen wat op dat moment in de samenleving speelt, de minister daar in elk geval met een memootje wel over informeren. Niet dus.

 

Ziekenhuizen

Dit geval staat niet alleen. Ook bij het vinnige debat over de sluiting van de ziekenhuizen bleek dat minister Bruins wel erg laat – en bepaald niet trefzeker – van zich liet horen. Was hem ambtelijk aangeraden even te wachten met een reactie? Waren er geen signalen uit het veld binnengekomen op het departement of waren die, om allerlei redenen nog even ‘aangehouden’, omdat ambtenaren dat wellicht wijzer oordeelden? Of zijn er wellicht nog ernstiger zaken aan de hand, want niets menselijks is ook de ambtenaren vreemd: Nederland mag zich verheugen in een loyaal en deskundig ambtenarenapparaat, maar ook daar spelen belangen, gekonkel, na-ijver, scoringsdrift en politieke affiliaties een niet te onderschatten rol.

Smeerolie

Iedereen kent wel anekdotes van hoge ambtenaren die tijdens kabinetsformaties via hun politieke lijntjes hun wensen op de onderhandelingstafels proberen te krijgen en hoe via dezelfde lijntjes Kamerleden worden ‘bijgepraat’. Soms met toestemming van de departementale top, maar vaak ook niet. De smeerolie van de democratie, zullen we maar zeggen. Want een professioneel ambtenarenapparaat functioneert niet in het luchtledige: van ambtenaren wordt verwacht dat ze pro-actief reageren op maatschappelijke ontwikkelingen èn dat ze de agenda van de politiek bewaken. Daar zit heel veel ruimte tussen.

Passant

Collega Uri van As heeft in zijn columns, o.a. in 2018: het jaar van het geveinsde Nederlandse buitenlandbeleid beschreven hoe ambtenaren een minister als het ware kunnen gijzelen: bij hen zit immers de kennis, zij hebben de netwerken waarvan de politicus, die voor een beperkte periode de politieke verantwoordelijkheid draagt, afhankelijk is.

Voor veel ambtenaren is die bewindspersoon vaak ook niet veel meer dan een passant, “een schip dat langzaam voorbijvaart in de nacht”. Alleen een sterke persoonlijkheid is in staat om zijn of haar wil op te leggen en ingesleten bureaucratische gewoontes, al dan niet verpakt als “staand beleid”, te slopen. Zo’n sterke persoonlijkheid was Jan Schaefer: die zette met “Is dit beleid of is hierover nagedacht?” onwillige ambtenaren in het gareel. Maar dat lukt lang niet iedereen, zoals we regelmatig kunnen meemaken.

Valkuilen

Nu alweer een tijdje geleden, kwam ik, kort na verkiezingen, een departement binnen voor een leidinggevende functie. Sinds in het verleden De Telegraaf het hoofd van de postkamer van een departement al met de titel ‘Topambtenaar’ honoreerde, ben ik wat voorzichtig geworden met dit soort omschrijvingen. Mij was – tijdelijk – een voor mijn functie veel te ruime kamer toegemeten. Na enige tijd stapte, uit zijn kamer naast de mijne, de Directeur-generaal (DG), naar binnen en nam plaats aan mijn bureau.

Nu plegen bekleders van deze functie hun onderhorigen meestal op hun kamer te ontbieden, maar deze (echte) topambtenaar was van linkse signatuur, dus keek ik niet echt op van deze ongebruikelijke stappen. Na wat korte plichtplegingen kwam hij ter zake: hij wilde mijn belangrijkste taken bespreken. Ik stelde me in op een boeiende discussie over het politiek nogal ontvlambare beleidsterrein waarvoor ik was aangetrokken, maar hij sprak de gedenkwaardige woorden: “Meneer van Beetz, uw belangrijkste taak is de minister te behoeden voor valkuilen”, of woorden van gelijke strekking.

Gestuntel

Dat ‘uit de wind houden van ministers’ zou wel eens de achtergrond kunnen zijn van het politieke gehaspel en gestuntel dat we de laatste tijd, vooral bij nieuwe en relatief onervaren bewindspersonen als Bruins, Ollongren en Van Nieuwenhuizen zien voltrekken. Het zou me niet verbazen dat uit een verkeerde inschatting van het politieke strijdtoneel of van ’s ministers politieke vaardigheden, ambtenaren heikele informatie ’even opsparen’, of te gevoelige informatie filteren. Allemaal om de minister niet in gevaar te brengen, te behoeden voor lastige vragen van journalisten of om kritische, doorvragende Kamerleden even op afstand te houden. Het destijds gangbare “K.I.R” (= Kluitje In Riet)-antwoord op schriftelijke vragen heeft in deze tijd van razendsnelle informatieoverdracht aan doeltreffendheid ingeboet.

Vierde Macht

De te vroeg gestorven bestuurskundige en staatsrechtgeleerde René Crince le Roy baarde begin jaren ‘70 opzien met zijn oratie “De Vierde Macht”. Die term heeft sedertdien vleugels gekregen. Crince le Roy vroeg aandacht voor de vaak verborgen ambtelijke invloed op de besluitvorming.

Maar die vierde macht is geen gesloten kaste. De samenleving wordt steeds ingewikkelder en met het verzelfstandigen van ambtelijke diensten is ook de onderlinge ambtelijke concurrentie om invloed toegenomen. “Het belang van de tegenmacht van (top)ambtenaren lijkt te zijn toegenomen, nu de samenleving complexer is geworden”. Een van de conclusies van de onlangs verschenen Berenschot-publicatie Haagsche Bazen: topambtelijk leiderschap in perspectief.

Was het maar zo simpel. Trump werd in de VS o.m. gekozen omdat hij beloofde het moeras, de bureaucratie in Washington te dempen (“Drain the swamp”). Zo ver hoeft het hier niet te komen. Van structurele tegenwerking door ambtenaren lijkt (nog) geen sprake, maar meer politieke ondersteuning van bewindslieden tegen die ‘tegenmacht van ambtenaren’ zou ook geen kwaad kunnen.

Over de auteur

Freek van Beetz
Freek van Beetz
Freek van Beetz, studeerde Planologie en Politicologie, was van 2001-2010 adviseur van de MP van de Ned.Antillen. Auteur van Uitzicht op Zee (roman, 2015) en van Het laatste Kabinet (2010) en Het einde van de Antillen (2013).www.freekvanbeetz.nl
Advertenties

5

Reacties zijn welkom. Graag kernachtig, niet meer dan 15 regels (ca. 200 woorden). Er wordt gemodereerd. De spelregels staan in de voettekst. De redactie gaat niet in discussie over geweigerde reacties.

  Abonneren  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Frans

Het ambtenaren apparaat is een gammele verouderde machine met twee standen; “On” en “Stand-by”.
Als er een linkse wind blaast dan gaat de machine op “On”, en als er een andere wind blaast dan gaat deze op “Stand-by”, ook wel bekend staande als de “Traineer” stand.
In beide standen blijft de machine echter onder de alles verhullende behuizing gewoon traag en inefficiënt doorwerken aan het uitvoeren van de ambtelijke agenda, die een radicaal links kleurtje heeft.
Het moeras is niet enkel in de US of A aan demping toe, ook wij hebben dringend een nieuw ambtenarenapparaat nodig, in een transparante behuizing, en functionerend middels van linkse virussen ontdane software.

BegrensEuropa!

In het geval van ‘Marrakesh’ hebben we te maken met internationaal EU beleid met betrekking tot migratie. Met internationale verdragen in de hand wordt grensbewaking onmogelijk gemaakt. Elk vertrouwen in de EU op dat vlak is weggevallen. Er zijn geen aanwijzingen dat EU prominenten zich zorgen maken over het islamitische karakter van die migratie. De burger daarentegen maakt zich grote zorgen. Marrakesh is weer veel te vriendelijk. Een nieuwe vorm van pappen en nathouden. Middling through in de woorden van Lindblom. Ondertussen groeit het probleem. Landen waar migranten vandaan komen moeten door sancties onder druk gezet worden. Geen enkel ander middel werkt. Er kan niemand meer bij in Nederland en zeker geen economische vluchtelingen uit veilige landen die pas na vele jaren of generaties zelfredzame burgers worden. En dat is de grote meerderheid.

Juanito

De mars door de institituties, onderwijs, rechtspraak, ministeries, gesubsidieerde instellingen, is al jaren geleden geheel voltooid. De fout van andere politieke richtingen is dat ze dit hebben laten gebeuren.

BegrensEuropa!

Er zijn twee soorten beleid: beleid dat zo is ontworpen en beleid dat geleidelijk zo is ontstaan. Die twee lopen door elkaar in een wirwar. Nieuw beleid is een herontwerp met gevolgen voor staand beleid. In het begin zal een minister vaak op de winkel passen. Dat is een veredelde vorm van niets doen. Hij of zij is dan een veredelde woordvoerder met de opdracht van een communicatieadviseur, het voorkomen van blunders. Kluitjes in het riet, of het niet antwoorden op bepaalde vragen horen daar bij. De ingesleten patronen blijven zo in stand. Beleid wordt zo oncontroleerbaar. Dat geldt al helemaal voor buitenlands beleid. In het geval van het verdrag van Marrakesh is dat buitengewoon ernstig. Tijd voor een debat. Maar ja, de meerderheid wil dat niet. Zelfde verhaal voor klimaatwet, EU maatregelen etc. Als beleid niet met open vizier wordt verdedigd is de controlefunctie van de Tweede Kamer een wassen neus. Jammer dan. Ook voor het land. #makehollandniceagain

Piet Karbiet

In een hilarische video van Denk noemde Sylvana Simmons de pers de Vierde Macht. Onthutsend dat zo een minkukel nu in de Gemeenteraad van Amsterdam zit.