Advertenties

De Nepwetenschap van Gloria Wekker (deel 1)

Cirkelredenering en verzinsel in plaats van gedegen onderzoek

Titelfoto: Gloria Wekker. Screenshot door redactie OpinieZ van YouTube-video, kanaal TedX Talks

Gloria Wekker, emeritus hoogleraar sociale en culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht, kreeg onlangs de Joke Smit-prijs “vanwege haar langdurige strijd voor de verbetering van de positie van zwarte vrouwen in Nederland.” Twitteraar Russels Teapot (echte naam bekend bij de redactie) analyseerde het veronderstelde wetenschappelijke karakter van haar werk in een vernietigend, zeer uitvoerig artikel op Saltmines.nl. Op verzoek van OpinieZ heeft de auteur een samenvatting gemaakt van zijn artikel die we in twee delen publiceren. Onderstaand deel 1, deel 2 volgt op 27 december.

De uitreiking van de Joke Smit-prijs aan Gloria Wekker was voor veel van haar fans aanleiding om haar werk als wetenschapper te bejubelen en te prijzen hoe ze als zwarte vrouw “institutioneel racisme heeft blootgelegd” in de Nederlandse maatschappij.

Het probleem is alleen dat Gloria Wekker geen wetenschapper is. Dit is geen onderbuikgevoel dat ik er even gratuit insmijt. Dit kan ik aantonen. Haar werk is een eindeloze keten aan wetenschappelijke wanprestaties.

Ik zal me voor dit artikel beperken tot het eerste deel van hoofdstuk 1 van haar boek White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race en tonen hoe onwetenschappelijk Wekker te werk gaat. Ik kan u verzekeren dat dit stuk volledig representatief is voor haar oeuvre.

Cultureel archief

De these van dit boek (blz. 3) is dat er een Nederlands “cultureel archief” zou bestaan, gebaseerd op 400 jaar imperialistische overheersing, dat beïnvloedt hoe witte Nederlanders naar “ras” en naar zwarte mensen kijken. Dit archief is, in Wekkers woorden (blz. 30) “a storehouse of ideas, practices, and affect, that which is in between our ears, in our hearts and minds, regarding race.

Een imposante stelling van Gloria Wekker. Ze moet dus bewijzen:

  1. dat dit cultureel archief inderdaad bestaat onder een substantieel van de Nederlandse bevolking;
  2. dat de samenstelling van dit archief is wat Wekker beweert dat het is;
  3. dat dit archief zijn oorsprong heeft in onze koloniale tijd, in een context van imperialistisch denken;
  4. dat dit archief een meetbare invloed heeft op onze gedachten en ons gedrag.

Wat je in dit geval zou kunnen doen, is bijvoorbeeld een psychologisch onderzoek onder een representatieve (en dus behoorlijk grote) steekproef van de (witte) Nederlandse bevolking, om te kijken of er vooroordelen tegen zwarte mensen zijn, gecombineerd met literatuuronderzoek waarin je deze ideeën naar eventuele wortels traceert in onze koloniale tijd.

Wat je óók zou kunnen doen, als je zo’n “wetenschappelijke aanpak” teveel werk vindt, is gewoon wat anekdotisch bewijs citeren en roepen “Zie je wel, Nederlanders zijn institutioneel racistisch!”

Anekdotisch bewijs

Wekker kiest voor optie twee. Ze focust op drie “persoonlijke ervaringen met racisme” van Surinaamse Nederlanders. Hiermee wil ze, naar eigen zeggen, “onderzoeken hoe ras onderdeel is van het Nederlands culturele archief, zoals zich dat tot op de dag van vandaag manifesteert” (blz. 31). Dit is volkomen onwetenschappelijk om heel veel redenen, onder meer:

  1. of een persoonlijke ervaring de werkelijkheid weergeeft is vaak niet te valideren, er zijn geen getuigen beschikbaar;
  2. mensen kunnen zich dingen verkeerd herinneren, gebeurtenissen verkeerd interpreteren, context gemist hebben of dingen vergeten zijn;
  3. mensen kunnen ervaringen verzinnen;
  4. je kunt ervaringen niet reproduceren of testen.

Daarnaast gaat het in dit geval om ervaringen die moeten aantonen hoe witte Nederlanders naar “zwarte mensen kijken.” Dit maakt het helemaal onzinnig omdat we, ten eerste, helemaal niets weten van de witte mensen die als personages figureren in deze ervaringen. Geen naam, achtergrond of andere eigenschappen. Ten tweede gaat het altijd om een klein aantal personen. Om deze redenen kan gedrag onmogelijk gegeneraliseerd worden naar “witte Nederlanders” in het algemeen.

Je kunt hier dus geen wetenschap op bedrijven. Maar dat is wel wat Wekker gaat doen.

Fabriceren van “feiten”

Op blz. 33 legt Wekker uit dat ze deze anekdotes leest “in het licht van het onderdrukte culturele archief.” En hier gaat het al helemaal mis, want het bestaan van dit “cultureel archief” heeft Wekker nog helemaal niet bewezen. Zoals gezegd, we spreken van een collectie aan denkwijzen en gedragspatronen dat wij witte Nederlanders gezamenlijk delen en die grote invloed zou hebben.

Wekker probeert niet eens aan te tonen dat dit culturele archief bestaat en invloed heeft (via de vier stappen die ik hierboven heb omschreven). Ze neemt het gewoon als feit aan, zonder bewijsvoering, zonder zelfs een referentie naar een bewijsvoering. Het “Nederlands cultureel archief” wordt in twee bladzijden van hypothese tot feit gepromoveerd.

Weet u het doel nog van deze anekdotes? Daarmee wilde Wekker “onderzoeken hoe ras onderdeel uitmaakt” van ons culturele archief. En nu is ditzelde culturele archief dus de context waarbinnen ze deze anekdotes gaat interpreteren. Mocht u denken: “goh, dat klinkt een beetje als een cirkelredenatie,” dan kan ik voor u bevestigen: dat is het ook.

Onzinnige interpretatie

Op naar haar anekdotes (die ze zelf “case studies” noemt, dat klinkt lekker sciency). De eerste anekdote (blz. 33) is een uitzending van DWDD waar Martin Bril een grap maakt “dat hij er niet aan moet denken” dat zijn dochter met een neger thuiskomt. Wekker slaat op tilt en “interpreteert” deze gebeurtenis als volgt:

  1. dit is racisme;
  2. dit is ironisch bedoeld van Bril, maar de ironie gaat ervan uit dat Bril niet racistisch is en Wekker is daar niet van overtuigd, dus “werkt” de ironie niet en is het racistisch;
  3. dit speelt in op “seksuele angsten” die witte Nederlanders hebben voor zwarte mensen met grote geslachtsdelen, een beeld dat versterkt wordt door Zwarte Piet;
  4. dit toont aan hoe “persistent” deze representatie van zwarte mensen is in onze cultuur.

Niets van dit alles wordt natuurlijk aangetoond door dit voorbeeld. Wekker onderbouwt punt 1 niet, punt 2 houdt in dat het racistisch is omdat Wekker het racistisch vindt, punt 3 is te belachelijk voor woorden en punt 4 is onzin omdat één enkel voorbeeld nooit kan aantonen dat een beeld “persistent” is. Allemaal onzinnige interpretaties dus die niet volgen uit deze anekdote.

Maar het gaat nog veel verder.

Het tweede deel van deze artikelserie kunt u lezen op woensdag 27 december.

© OpinieZ.com 2017. U kunt dit artikel delen via de knoppen onder de advertenties.

Advertenties