Nederturkse etterbakjes

We hadden de boerkinidiscussie nog maar net achter de rug of we zagen hoe ouders werden gedwongen hun kinderen van zogeheten Gülenscholen te halen. Op dat soort momenten wordt treffend het gelijk bevestigd van de Duitse hoogleraar Wolffsohn: we zijn in het Westen een deel geworden van het Midden Oosten: de mensen van daar brachten hun problemen en tegenstellingen mee hier naar toe.

Minachting
Al een tijdlang maakt een groep ‘Nederturkse’ jongeren’ de buurt Poelenburg in Zaanstad onveilig. Ze leggen hun bravoure op een kennelijk veelbekeken vlog vast. In de uitzending van Pauw van afgelopen week gaven zij hun visitekaartje af. Getooid met zonnebrillen, alsof het om een perspresentatie van de Cosa Nostra ging, etaleerden deze mediterrane etterbakjes voor de camera openlijk een superieure combinatie van minachting en verongelijktheid. Op één van de filmpjes was te zien hoe zij de politie uitdagen. De schaapachtig kijkende ordehandhavers ondergingen deze vernederende vertoning – zelfs het dansen op een politieauto –stoïcijns. Voor een breed publiek werd het gezag van de politie openlijk getart.

Controle
“Tuig van de richel”, sprak de premier daags daarna onparlementair. De verantwoordelijke bewindsman, Van de Steur deed de koddebeier uit het tijdperk ‘Swiebertje’ herleven: “onrespectabel gedrag tegen de politie is ontoelaatbaar”. “Maar”, zo voegde hij er geruststellend – in weerwil van de beschamende beelden – aan toe: “de politie heeft alles onder controle, laten we het niet groter maken dan het is.”

Onvrede
Mag ik dit een gotspe noemen? Ja, dat mag ik, Want al veel te lang lezen we en horen we over dit soort ‘incidenten’: in Ede werden maandenlang auto’s in brand gestoken door een groep jongeren van Marokkaanse afkomst (in de politiek correcte media steevast met ‘boefjes’, of “hangjongeren” aangeduid). Uit onvrede over een gesloten jeugdhonk, moesten we geloven. De buurtterreur in Zaanstad zou ook aan het ontbreken van een buurthuis te wijten zijn. In andere plaatsen, Almere, Heemskerk, werden ’s avonds bussen van het openbaar vervoer met stenen en straattegels bekogeld; door een niet nader geïdentificeerde groep ‘jongeren’.

Al veel te lang wordt dit soort intimiderend en gezagsuitdagend gedrag weggepraat en als geïsoleerde incidenten afgedaan. Het vertoon van slappe knieën is in ons land tot wijs beleid verheven.

Integratie
Het integratiebeleid en het al dan niet mislukken daarvan, staat weer volop in de belangstelling. De afgelopen decennia hebben honderdduizenden nieuwkomers uit alle windstreken in ons land een plaats gevonden. Velen met succes. Dat integratiebeleid ging jarenlang uit van het adagium integratie met behoud van eigen identiteit Dat is een misvatting gebleken. De ervaringen met onze verzuiling leenden zich niet voor groepen met een geheel andere culturele en religieuze achtergrond. Het beleid begunstigde zo het terugtrekken in eigen kring.

Gespleten
Het openlijk gedogen van financiële en religieuze banden met de landen van herkomst faciliteerde geïmporteerde tegenstellingen. En in die gespleten wereld groeit de tweede en derde generatie op. Een veel te grote groep daarvan verwerpt onze samenleving. Hun gedrag op straat en hun opvattingen worden gevoed door de media (schotelantennes) uit de landen waaruit hun (groot-) ouders vertrokken.

Spierballen
Nu de verkiezingstijd is aangebroken, komen politici met ferme taal (Rutte) en analyses (Schippers). Dat klinkt allemaal prachtig, maar als burger vraag je je af waarom ‘de politiek’ het zover heeft laten komen. Wordt het niet eens tijd voor daden? Om grenzen te stellen en gezag te tonen – en te handhaven – waar het moet? In de woorden van Volkskrant-columnist Martin Sommer: “de overheid moet durven aan te wijzen wat goed is en tegenhouden wat slecht is”. Kortom: onze overheid moet eindelijk eens haar spierballen tonen. Als ze die nog heeft tenminste.