Advertenties

Het was en wordt een beroerd jaar voor EU-sceptici

Ook in 2018 wordt meer nationale soevereiniteit ingeleverd

Titelfoto: EC-president Jean-Claude Juncker en EU-president Donald Tusk Special Meeting of the European Council (Art. 50) by European Council is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Eind 2016 waren de EU-sceptici nog in juichstemming. De Britten hadden het voortouw genomen met een onverwacht Nee tegen Cameron bij het Brexit-referendum. Het presidentschap van Trump was het krachtige signaal van een opstand tegen de politiek-correcte elite.

De PVV stond bovenaan in de peilingen. Marine Le Pen gooide hoge ogen bij het Franse presidentsverkiezingen. Een paar maanden later was dat élan als sneeuw voor de zon verdwenen.

Goede start, slechte finish

In Nederland werd de VVD in maart de grootste partij en maakte meteen duidelijk dat regeren met de PVV geen optie was. In Frankrijk werd Marine Le Pen na een zwak optreden in het laatste TV-debat en vage uitspraken over de euro, vernietigend verslagen door de linksliberaal en pro-EU kandidaat Emmanuel Macron. In september tenslotte wist de ongekroonde EU-koningin Angela Merkel overeind te blijven bij de Duitse verkiezingen, hoewel haar partij averij opliep en AfD inmiddels de derde partij is.

PVV verspeelde voorsprong

Zoals OpinieZ-collega Freek van Beetz gisteren aangaf in zijn eindejaarsartikel, verspeelde Wilders zijn voorsprong met onhandig manoeuvreren: een voor Nederlandse begrippen veel te radicaal programma (het fameuze A4’tje: alle moskeeën sluiten, Koran verbieden) en wegblijven bij TV-debatten. De eurofielen in Brussel kraaiden victorie na de winsten van Rutte in Nederland, wonderboy Macron in Frankrijk en Merkel in Duitsland.

Centraal- en Oost Europa

Intussen lijken Centraal- en Oost-Europa juist een andere richting in te slaan zoals Freek ook aanhaalt, met overwinningen van Kurz in Oostenrijk en Babis in Tsjechië. Weliswaar geen anti-EU politici, maar wél voorstanders van een decentrale EU waarin landen zelf over hun migratiebeleid gaan en de EU zich richt op beschermen van de buitengrens.

Quo vadis EU?

De grote vraag voor 2018 is derhalve welke richting de EU zal inslaan. Aan de ene kant zien we een centralistische tendens in de eurozone, met Macron en de Europese Commissie in Brussel als grote voortrekkers. Dit plan wordt tot nu toe halfhartig gesteund door Merkel, maar met eurofiel Martin Schulz straks in de coalitie zal de balans waarschijnlijk doorslaan in de richting van Duitse steun voor Macron’s plannen.

Dat betekent een gemeenschappelijke Minister van Financiën voor de eurozone (uitholling nationaal budgetrecht), verdere stappen richting een EU-leger, gemeenschappelijke investeringen en gemeenschappelijke sociale voorzieningen, dus nóg meer transfers vanuit het Noorden naar het Zuiden. Premier Rutte roept dat hij dit niet wil, maar is in de praktijk waar het EU en eurozone betreft onbetrouwbaar gebleken. Mark Rutte kruipt bij EU-top’s heel dicht aan tegen Merkel – letterlijk én figuurlijk – en heeft daarmee mogelijk meer oog voor zijn eigen toekomst dan voor het landsbelang.

Uitersten verenigd

De Nederlandse coalitie van VVD, CDA, D66 en CU is wat EU en eurozone betreft een onmogelijk gedrocht. Aan de uitersten staan D66 (voorstander federale EU en transferunie) en ChristenUnie (wil nationale soevereiniteit behouden en principieel tegen transferunie). Ook wat betreft het Israël-beleid en het stemmen daarover in de VN zijn er grote verschillen tussen de coalitiepartners. Het lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad in 2018 zal die verschillen extra aan de oppervlakte brengen en zou wel eens een splijtzwam kunnen worden.

VVD en CDA zitten ergens tussen die uitersten in, met een grote discrepantie tussen hun woorden in Nederland en de praktijk in Brussel. Deze coalitie van uitersten waar het de EU betreft wordt bijeengehouden door Mister Tefal Mark Rutte, maar zou wel eens uiteen kunnen vallen als er principiële keuzes gemaakt moeten worden.

Scheuring EU?

In de EU is intussen een scheuring gaande tussen West-Europa dat kiest voor massa-immigratie (hoewel het merendeel van de eigen bevolking daar weinig voor voelt) en Centraal- en Oost-Europa waar 12 landen  (de Visegrad-landen Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije; de CEDC-landen Oostenrijk, Slovenië en Kroatië plus nog 5 Oost-Europese landen) mordicus tegen door Brussel opgelegde migratiequota zijn.

Mijn verwachting is dat Denemarken zich als Westeuropees land bij de decentralen zal aansluiten. Dan hebben we het al over 13 landen die minder EU willen. De Denen gaven een schot voor de boeg door alle aan terreurfinanciering gekoppelde hulp voor Palestijnen op te schorten. Goed voorbeeld doet volgen, Halbe Zijlstra en Sigrid Kaag?

Ander migratiebeleid

Als we dieper kijken, zijn er in meer landen meerderheden te vinden voor een ander migratiebeleid. Het zijn op dit moment vooral Merkel in Duitsland en Mogherini c.s. in Brussel die de migratiewaanzin door willen drijven. Macron lijkt op dit punt wat verstandiger. De jonge Franse president heeft de afgelopen weken aan populariteit gewonnen. Vanaf het begin heb ik gezegd dat Macron meer verstand heeft van economie dan zijn beide voorgangers Hollande en Sarkozy samen, wat in zijn voordeel is.

EU-compromis

Een voor de hand liggend compromis – eigenlijk het enige dat de EU nog kan redden – zal zijn dat de EU de poort sluit voor migratie en Macron ruimte krijgt voor zijn eurozoneplannen. Als Merkel per se een luchtbrug met Afrika wil, moet ze die maar in Berlijn opzetten. Macron is vooral geïnteresseerd in zijn eurozone-plannen, waarbij het door de euro – pas na hervormingen – rijker geworden Duitsland moet investeren in Frankrijk. In dit scenario gaan de EU-landen straks weer gewoon over hun eigen migratie en kan een Oost/West scheuring voorkomen worden. Macron zal het spel slim spelen en pas instemmen met migratiebeperking als hij zijn zin krijgt op het eurozone dossier.

Adder onder het gras

Op zich valt er wel wat te zeggen voor een dergelijk compromis, maar de grote adder onder het gras is natuurlijk dat Nederland dan nóg verder de transferunie wordt ingezogen. Wat nu uitstaat via DNB/ECB, noodfondsen, Target II verplichtingen e.d. loopt nu al in de honderden miljarden euro’s. De Nederlandse inzet zou kunnen zijn om een eurozone-Minister van Financiën zo min mogelijk greep te geven op ons budget. Laat die zich bezig houden met Frans-Duitse investeringsplannen en het bestraffen van landen die hun huishoudboekje niet op orde hebben, maar zo min mogelijk met Nederland.

Gevaarlijk spel

Het blijft een gevaarlijk spel, EU en eurozone. Voor je het weet wordt Nederland diep in een transferunie gezogen, met Frankrijk en Duitsland als zetbazen. Ons land wordt dan een soort provincie van Brussel waarbij de echte macht in Berlijn en Parijs ligt. Nederland geniet nu van positieve economische ontwikkelingen, maar zijn die reëel of heeft Draghi een ECB-zeepbel geblazen? En hoe staan we ervoor als die klapt?

Naar mijn smaak heeft Nederland al te veel bevoegdheden afgestaan aan de EU. Ook in 2018 zal er weer meer soevereiniteit verloren gaan, zo luidt mijn sombere voorspelling.

Over de auteur

Jan Gajentaan
Jan Gajentaan
Amsterdammer in Rotterdam, blogger, schrijver van e-books, voetbalvader, Volvo 940 rijder, in het dagelijks leven Recruitment / Human Resources Consultant.
Advertenties