.wp-block-jetpack-rating-star span.screen-reader-text { border: 0; clip-path: inset(50%); height: 1px; margin: -1px; overflow: hidden; padding: 0; position: absolute; width: 1px; word-wrap: normal; }

Site icoon OpinieZ

De staat, de ouders en het onderwijs

Deze week verscheen De Staat van het Onderwijs met als belangrijkste conclusie dat kinderen van laagopgeleide ouders veel minder vaak instromen in het hoger onderwijs dan even slimme kinderen met hoogopgeleide ouders.

Er is ongelijkheid in Nederland, het onderwijs slaagt er blijkbaar niet in om die op te heffen en men spreekt er schande van. In de Volkskrant zwamt Sheila Sitalsing over een “moderne klassenstrijd”, waarna ze zuigend op haar dikke linkerduim het volgende beweert

“De hoogopgeleiden kopen gewoon een diploma voor hun eigenlijk te domme kind, door het vol te proppen met huiswerkbegeleiding en privé-bijles en examentraining en, wanneer dat niet helpt, de juf te intimideren. Vervolgens belegeren die ouders de betere middelbare scholen en gaan daar net zolang dreinen en zeuren tot hun kind daar wordt aangenomen. […] De laagopgeleide ouders hebben daar allemaal geen geld voor, of geen weet van, waardoor hun kind te vaak op een minder goede middelbare school terecht komt. Zit hun intelligente kind daar onder zijn niveau te presteren op een rotschool.”

Schofterige intimidatie
Ongelofelijk, wat zijn die hoogopgeleiden allemaal rijk! En bovendien zo schofterig! Ze brengen werkelijk alles in stelling – zelfs intimidatie – om ervoor te zorgen dat hun kind naar een goede school gaat en een diploma haalt. Hoe durven ze! Het moest verboden worden. Die andere ouders kunnen er niets aan doen. Ze zijn laagopgeleid, arm, onwetend en zielig.

Hoogleraar sociologie Herman van der Werfhorst zegt – eveneens in de Volkskrant – de oplossing te hebben voor het probleem. De overheid moet maatregelen nemen. Hij heeft het onder andere over “brede scholengemeenschappen” en “gestandaardiseerde toetsen”. Maar hoezo zou dat gaan helpen? En waarom wordt er in eerste instantie naar de overheid gewezen om dit probleem aan te pakken?

Want wat kan een overheid eraan doen als ouders niet of nauwelijks Nederlands spreken en de zogenaamde oudergesprekken dus overlaten aan oudere broer of zus? Wat kan een overheid eraan doen dat er ouders zijn die nooit op ouderavonden komen, nooit hun telefoon opnemen en nooit reageren op e-mails, voicemails of brieven?

Chips, smartphone en huiswerk
Wat kan een overheid eraan doen dat ouders het hun kinderen allemaal zelf laten opknappen? Opstaan, ontbijten (niet dus), eten mee naar school (een zak chips), huiswerk (gebeurt dus niet), bedtijd (veel te laat en mèt smartphone). Geen structuur, geen gezonde voeding, geen ondersteuning. Niks.

Wat kan een overheid eraan doen dat ouders soms weken aaneengesloten van huis zijn (vanwege hadj, vakantie, whatever) en het hun pubers zelf laten rooien? Wat kan een overheid eraan doen als ouders heel lelijk scheiden, waarna de vader zich nooit meer iets aantrekt van zijn kinderen? Vooral voor puberende zoons is dit funest.

Wat kan een overheid eraan doen dat ouders hun kinderen niet voorlezen, niet mee naar de bibliotheek nemen, ze het lezen niet meegeven, nauwelijks gesprekken met ze voeren? Het is er namelijk wel de oorzaak van dat kleine kinderen met een te kleine woordenschat en te weinig kennis van taal(-structuren) aan hun schoolcarrière beginnen. En dat mondt weer uit in een laag niveau van leesvaardigheid/begrijpend lezen, de belangrijkste voorspeller van succesvol leren op school.

De samenleving als geheel
Het is dus niet voor niets dat de inspecteur van het Onderwijs in haar voorwoord op het lijvige rapport nadrukkelijk wijst op de cruciale opvoedkundige rol van ouders en niet op hun financiële status of opleiding:

“En tot slot, maar niet in de laatste plaats, is het belangrijk dat ouders zich bewust zijn van de grote invloed die zij zelf hebben op de kansen van hun kinderen. Hun invloed door boekjes voor te lezen en Engelse woordjes te overhoren, en bijvoorbeeld via de tienminutengesprekken op school en de gesprekken over toekomst, studie en beroep. Maar bovenal kunnen ouders hun zoon of dochter inspireren door diens specifieke capaciteiten te onderkennen.”

Dus nee, Sheila Sitalsing, het is geen moderne klassenstrijd. En nee, professor van der Werfhorst, het is niet de overheid die het probleem kan oplossen. Het zijn de ouders.

Het zijn de ouders die zich als ondersteuner, begeleider en stimulator van hun schoolgaande kinderen moeten gaan manifesteren. Als opvoeders dus. Dat zal trouwens niet alleen de schoolcarrière van hun kinderen ten goede komen, maar ook de staat van het onderwijs en onze samenleving als geheel.

Over de auteur

Maja Mischke
3e generatie, 1 paspoort en nog niet geïntegreerd/ slechte huisvrouw, goede moeder/ leraar en coach in het onderwijs, vmbo/ A'dam/ schrijft/ twittert @MajaMischke
Mobiele versie afsluiten