Onderwijs en leraren wordt vaak een belangrijke rol toegedicht als het om integratie gaat. De laatste jaren kom ik regelmatig in het Kohnstammhuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) aan de Weesperzijde. In alle kleuren, maten en leeftijden, met allerlei verschillende culturele en religieuze achtergronden wemelt het daar van de aankomende leraren. Allemaal mensen die hebben besloten in de nabije toekomst voor de klas te gaan staan in het voortgezet onderwijs. Het zou een hoopgevende, optimistisch stemmende omgeving moeten zijn.
Maar het maakt mij droevig als ik in de rij bij het koffiepunt sta en twee studenten tegen elkaar hoor praten in het soort Nederlands, dat slechts met moeite te verstaan is. De zinsbouw is grammaticaal onjuist qua vervoegingen, verbuigingen en woordvolgorde, de uitspraak is niet correct en het ritme is staccato met vreemde intonaties. Ik vraag mij af waarom zij leraar willen worden en waarom ze zijn toegelaten tot de opleiding. En ik hoop dat het allemaal nog goed komt, maar heb er een hard hoofd in.
de jongeman die vrouwen geen hand wil geven, “omdat het niet is toegestaan vanuit mijn geloof”
Onlangs stond ik in de lift met een jonge vrouw in onmiskenbaar islamitische kledij. Een vormeloze jurk tot op de enkels, daarover een hobbezakkerig jasje en een hoofddoek die hals, haren en voorhoofd bedekte. In haar hand een mobieltje waarin ze vertelde dat ze zo naar de dienst moest. Haar fletsblauwe ogen en doorschijnend bleke huid in combinatie met haar taalgebruik maakten mij duidelijk met een ‘bekeerlinge’ van doen te hebben. Op welke school gaat zij lesgeven?
En dan de jongeman die vrouwen geen hand wil geven, “omdat het niet is toegestaan vanuit mijn geloof”. Hij is getrouwd, heeft een kindje en komt oorspronkelijk uit Afghanistan. Hij heeft besloten leraar Nederlands te worden en is nu halverwege zijn studie. Hij vertelt dat hij bij een school een aanvraag had gedaan om stage te lopen, maar was afgewezen, omdat hij zijn religie zo strikt neemt. Gelukkig dacht het Pieter Nieuwland College daar anders over…
Ik vraag mij af waarom blijkbaar nog niemand van de opleiders op de HvA hem heeft verteld, dat hij moet kiezen. Tussen zijn strikte geloofsopvatting en zijn plan om les te gaan geven op Nederlandse scholen. Tussen zijn religieus geïnspireerde gedachtenkronkels en het grondwettelijk vastgestelde principe van gelijkheid tussen man en vrouw.
Op de HvA is het overgrote deel van de docenten vrouw: werkende, geëmancipeerde, hoogopgeleide vrouwen. Wat vinden zij ervan dat zij geen hand krijgen en er zo duidelijk tegen de Nederlandse omgangsvormen ingegaan wordt? Alleen maar omdat ze vrouw zijn? Wordt dat met pijn en moeite geaccepteerd of zelfs volstrekt normaal gevonden?
het gelijkheidsbeginsel tussen man en vrouw wordt in de prullenbak gegooid, zodra men zich beroept op de islam
Er is vrijheid van godsdienst in Nederland, opdat niet de overheid bepaalt wat de individuele burger gelooft en hoe, maar hij of zij zelf. Echter bij de HvA (en elders) betekent het dat het gelijkheidsbeginsel tussen man en vrouw in de prullenbak wordt gegooid, zodra men zich beroept op de islam.
Bij een botsing van religieuze met wereldse, wettelijk vastgestelde normen en waarden zijn er trouwens bijna altijd moslims betrokken die vinden, zelfs eisen dat de omgeving zich aan hen moet aanpassen. Denkt u maar aan gebedsruimtes, voedsel in kantines, publieke discussies, zwembaden, cartoons, exposities, films, etc. Het is een tamelijk opvallend, veelzeggend en verontrustend gegeven. Want waarom worden die wensen en eisen zo vaak ingewilligd?
Ik wil leraren voor de klas die goed Nederlands spreken. Maar vooral wil ik dat ze de Nederlandse waarden en normen omarmen en uitdragen. En hun geloof bewaren voor de moskee, kerk, tempel, synagoge of thuis.
Over de auteur
- 3e generatie, 1 paspoort en nog niet geïntegreerd/ slechte huisvrouw, goede moeder/ leraar en coach in het onderwijs, vmbo/ A'dam/ schrijft/ twittert @MajaMischke
