.wp-block-jetpack-rating-star span.screen-reader-text { border: 0; clip-path: inset(50%); height: 1px; margin: -1px; overflow: hidden; padding: 0; position: absolute; width: 1px; word-wrap: normal; }

Site icoon OpinieZ

Bestuurders in de zorg zien patiënten als containers

“Patiënten zijn eigenlijk containers die zo goedkoop mogelijk van A naar B vervoerd moeten worden.” Aldus een GGZ-bestuurder, weggekocht uit de havenindustrie, tijdens zijn welkomstborrel.

Een aantal jaren geleden was ik onder de indruk van zo’n zelfverzekerde testosteronuitspraak en probeerde ik mijn patiënten te visualiseren als containers. Patiënten als logistieke uitdaging, waarbij in plaats van ‘container’ ook probleemloos het concept hamburger, auto of schoen gebruikt kan worden. Vanaf een bepaald bestuursniveau maakt het blijkbaar niet meer uit over wat of wie het gaat: je staat overal boven en elke (menselijke) structuur verwordt tot een kleurloze uitwisselbare blob, die je vooral kosteneffectief moet managen.

Als dokter leerde je dat passie, idealisme, betrokkenheid, kennis en kunde belangrijke eigenschappen zijn om uiteindelijk ‘een goeie’ te worden. Hoe naïef eigenlijk, als je bedenkt dat de mensen die de zorg besturen door heel andere drijfveren worden geleid: macht, invloed en geld.

In Nederland hebben we de hypocriete overtuiging dat échte corruptie pas ergens onder de Moerdijk begint en eerlijkheid, transparantie en standvastigheid ons handelsmerk zijn. Elseviers columnist Syp Wynia maakt korte metten met deze waanvoorstelling in een interview op opiniesite Café Weltschmerz, waarin hij beargumenteert dat we in een lobbycratie leven en niet in een democratie, zoals we allen denken of hopen.

Door te lobbyen proberen belanghebbenden invloed uit te oefenen op publieke beleidsvorming en beleidsimplementatie. Het Nederlandse lobbyproces is ondoorzichtig, door een gebrek aan noemenswaardige regelgeving en inzicht wie bij wie lobbyt, welke middelen daarbij worden ingezet en wat het doel daarvan is.

In de zorgindustrie spelen enorme belangen: jaarlijks gaat hier bijna 100 miljard euro om en het overgrote deel van dat geld komt uit publieke middelen, terwijl bijna al dat geld wordt besteed door particuliere bedrijven en instellingen.

Je zou zeggen dat mensen met verstand van zaken worden aangesteld als het om zulke grote belangen gaat en nog belangrijker: onze gezondheid. Maar zoals Wynia cynisch stelt: “Je wordt voorzitter, omdat je de meeste telefoonnummers hebt en niet perse omdat je de beste bent”.

Niet verbazingwekkend dus dat de zorgindustrie een interessante sector is voor (oud)politici: zo werd vicepremier Rouvoet (ChristenUnie) voorzitter van de Zorgverzekeraars, vicepremier Bos (PvdA) directievoorzitter van het VUMC, minister van Volksgezondheid Klink (CDA) bestuurder van een ziektekostenverzekeraar. En oud-minister en Eerste Kamerlid de Grave (VVD) en voormalige bewindslieden Van Rooy (CDA) en Kalsbeek (PvdA) lobbyen ook wat af in de zorg.

Politici zijn primair aangesteld als volksvertegenwoordigers. Dat staat haaks op het behartigen van belangen van een firma of bedrijfstak. Waar ligt de grens tussen lobbyisme en corruptie? Volgens het Verdrag van Lissabon, artikel 12 zou de Eerste Kamer ontruimd moeten worden, omdat haar leden vaak stemmen over wetsvoorstellen waarbij ze vanwege een lucratieve nevenfunctie zelf betrokken zijn.

Is dit allemaal nieuw? Welnee, de democratie in haar zuivere vorm zit minder in onze genen dan we denken. Maar de schaamteloosheid van corrupte bestuurders en de apathie van het volk bij het zoveelste schandaal zijn wel opvallend en zorgwekkend te noemen.

Ik heb dit weekend dienst en zie geen containers voorbij komen, maar mensen met complexe problematiek, waarbij ik al mijn kennis en kunde moet inzetten om de juiste zorg te kunnen bieden. Op een abstracter niveau is het vast niet eenvoudiger, integendeel. Daarom is het de hoogste tijd dat de zorg weer wordt teruggegeven aan bestuurders die de juiste belangen voor ogen hebben: die van de patiënt.

Mobiele versie afsluiten