Titelfoto: De Koning door Gerard Stolk, gepubliceerd onder CC BY-NC 2.0.
Kijkt iemand nog echt op van de strapatsen van onze koning? Ik in elk geval niet meer: als je zo ver van de dagelijkse realiteit bent grootgebracht en voortleeft, kun je het bijna niet meer helpen dat er zoveel dingen zijn die je niet begrijpt. Maar wat ik niet begrijp: waarom behandelen wij koningen en koninginnen nog steeds als bijzondere mensen die een status aparte hebben?
[responsivevoice_button voice=”Dutch Male” buttontext=”Beluister dit artikel”]
Ik heb een goede vriendin die een moeder had met de meest nuchtere opmerkingen. Zo kon ze, bij het zien van verschillende voorname koppen tijdens het Journaal, ijskoud zeggen: “Ach, die stinkt ook als-ie op de pot zit, hoor.” Het is een simpele grap waarmee een kernwaarheid wordt aangeduid: we zijn, als het eropaan komt, allemaal gelijkwaardig, en zeker als we de dagelijkse gang rond ons lichaam en de zorg ervoor bekijken. Ook koningen worden ziek en gaan dood, ook koningen zijn Hele Gewone Mensen, met puistjes, platvoeten of lelijke neuzen, en ze laten ook scheten en boeren.
Op een rationeel niveau weten we dat prima, maar toch: staan we een keertje met onze neus voor het koninklijke echtpaar, dan zal waarschijnlijk zelfs de meest fanatieke republikein nog wel in de houding schieten. Wat doe je eraan? Het is tenslotte Zijne Majesteit de Koning, en dat is me nogal een titel. Dat maakt indruk. Maar waarom maakt dat eigenlijk zo’n indruk?
Geweldige ingezonden brief column @youpvanthek in @nrc speedboot @Willem-Alexander van @HenkHeikoop uit Amsterdam. Slaat de spijker op zijn kop. pic.twitter.com/pmXB7TEKp9
— Els Meurs (@elsmeurs) August 21, 2020
Wat is een koning?
Ik denk dat het niet moeilijk voor te stellen is hoe, lang geleden, een stam een ‘hoofd’ had. Doorgaans was dat iemand die zich had onderscheiden op het slagveld, maar ook in wijsheid: de stam moest ook in vredestijd wel varen. Een goed stamhoofd had die capaciteiten, om te leiden in alle omstandigheden, om letterlijk voor te gaan en de eerste te zijn die het gevaar of probleem onder ogen zag, en om recht te spreken en zijn ervaren advies te geven.
Je kunt zo’n stamhoofd allerlei titels meegeven: het woord dat in Europese geschiedenis veel wordt gebruikt, is het woord ‘prins’. In onze moderne tijd is een prins de zoon van een koning; oorspronkelijk betekent het niets anders dan ‘de eerste’. Denk aan het beroemde werk van Machiavelli, dat Il Principe heet: ‘De Prins – de Eerste’. In het Nederlands doorgaans vertaald met de titel ‘De Heerser’ of ’De Vorst’. En een vorst is niet noodzakelijk een koning: dat kan evengoed een hertog of graaf zijn, of een andere (adellijke) figuur met autoriteit.
Oorsprong
Laten we eens beginnen bij het woord zelf. Waar komt het vandaan?
‘Koning’ komt van het Angelsaksische/Oudnederlandse cuning of cyning. In die laatste versie zit een woord verscholen dat in het Engels nog steeds gebruikt wordt: cyn of kin. Dat betekent zoveel als je familie, maar ook de mensen die je persoonlijk kent en waar je je mee verwant voelt. ‘Ons soort mensen’, zeg maar. Een cyning is dus het hoofd, de patriarch van een zeer uitgebreide familie of een stam (clan), van mensen die zich sterk met elkaar verbonden voelen.
Kende Europa in de vroege middeleeuwen een lappendeken aan grote en kleine koninkrijkjes, in de late middeleeuwen en zeker na Karel de Grote werd dat anders. Er was veel adel, maar er waren maar een paar koningen, die heersten over vaak steeds grotere gebieden – en sommigen daarvan deden het zo goed, of hadden zulke geweldige connecties, dat de Paus ze zelfs tot keizer verhief, in nagedachtenis aan dat ene Rijk dat tot diep in de middeleeuwen (en zelfs tot in onze tijd) een luide echo had: het Romeinse.
Europa was een gebied van vazallen die hun koningen trouw dienden, vooral in oorlogstijd, maar een blijvend kenmerk van de koning was nog altijd dat hij het hoofd was van het leger, en het lichtend voorbeeld van elke militaire operatie onder zijn bewind. Maar dat verklaart nog steeds niet waarom wij zo’n huizenhoog ontzag hebben voor mensen met koninklijke titels – meer dan voor welke vorm van regeringsleider dan ook.
En die reden is eenvoudig: dat komt door religie.
Gods vertegenwoordiger
De niet-christelijke koningen van het vroegmiddeleeuwse Europa waren koning, aanvoerder, stamhoofd, hoe je het ook noemen wilt. Maar de christelijke koningen kregen er nog een extra verantwoordelijkheid bij: zij hadden de plicht Gods vertegenwoordiger op aarde te zijn in hun eigen rijk. Zij werden gezien als dragers van een soort goddelijk communicatiekanaal waardoor God, via deze mensen, zijn autoriteit kon laten gelden.
Het is ook de reden waarom we koningen indirect aanspreken: we hebben het officieel niet over ‘hem’, maar over ‘Zijne Majesteit’. Over zijn verhevenheid, dus: de functie en plicht die hij heeft om bovenmenselijk perfect en devoot te zijn, en zichzelf opzij te zetten in naam van de heilige opdracht die hij heeft. We spreken hem aan op zijn taak, niet op zijn persoon, want die doet er niet toe: alleen het Goddelijke communicatiekanaal is van belang en onderscheidt deze persoon van de rest van ons.
Feodalisme
Daarom gaan we zo verkrampt met koninklijke families en hun leden om: omdat we al eeuwenlang te horen krijgen dat ze inderdaad geen Gewone Mensen zijn. God heeft hen uitverkoren om een speciale taak voor hem te verrichten. En in ruil daarvoor, voor die hoogstaande, goddelijke en gezegende bescherming, hebben we ooit een afspraak gemaakt: het feodalisme.
Feodalisme was een simpel maar ingenieus systeem. Het was gebaseerd op de driehoek: iedereen die wel eens wat heeft gebouwd, weet hoe sterk driehoeken zijn. Die driehoek werd niet zomaar gekozen: drie is een heilig getal. Denk aan de Heilige Drie-Eenheid van God, bijvoorbeeld.
Driehoek
De driehoek van het feodalisme bestond uit de drie groepen die in de middeleeuwse wereld werden gezien als ‘het volk’. Groep één bestond uit De Vechters, de ‘adel’, die ervoor zorgde dat de groep beschermd bleef. De tweede groep omvatte De Werkers, de ‘boeren en burgers’, die ervoor zorgden dat iedereen had wat nodig was, of het nou eten, kleding, huizen of wat dan ook betrof. En groep nummer drie werd gevormd door De Bidders, de ‘kerk’, die de taak van het zielenheil op zich genomen had, en de zorg voor de mens in het algemeen. Een eenvoudige inrichting van de wereld waarbij, volgens middeleeuwse maatstaven, alle factoren van het dagelijks bestaan waren gedekt. En elke poot van de driehoek ondersteunde de twee andere, dus het kon bijna niet stuk, dacht men.
Dat kon het dus wel; om allerlei redenen is er van feodalisme in onze wereld geen sprake meer – totdat we bij de koningshuizen van Europa aankomen. En dan stuiten we op iets merkwaardigs.
Symbool
Op de een of andere manier is het deze families gelukt die ene poot van die feodale afspraak in leven te houden: wij ondersteunen hen. Die ondersteuning kost ons land alleen al absurd veel geld. En in ruil daarvoor zouden zij ons dus moeten ondersteunen, op allerlei beschermende manieren – maar daar heeft men inmiddels niet eens de (Grond)wettelijke bevoegdheden meer voor, zeker in ons land niet. Onze koning is een symbool, een lege huls die we zelf maar moeten invullen qua belang. Men laat zich voorstaan op een soort goddelijke status, maar de vraag is en blijft of men die status überhaupt wel waard is.
Gênant
Want, om een voorbeeld te noemen, zelden zag ik een gênanter vertoon dan de Dodenherdenking in 2010 op de Dam, toen een man keihard schreeuwde en er paniek ontstond onder de aanwezigen. Wat we toen te zien kregen was het moderne koningschap in een notendop, al was Willem-Alexander toen nog maar kroonprins: een door de veiligheidsagenten voortgeduwde mollige man in een potsierlijk gala-uniform die, zonder zich om de mensen om hem heen te bekommeren, als de hazen maakte dat-ie in veiligheid kwam – terwijl hij niet eens wist wat er gaande was. En ook de rest van de koninklijke aanwezigen, inclusief de koningin zelf, liet het volk op de Dam rap achter, overgeleverd aan wat er na die schreeuw eventueel nog had kunnen volgen.
Jet-set
Maar ook het bezig zijn met speedboten, vakantiehuizen-met-hekwerk, toespraken die scheef staan van de ‘wijze woorden’ die door anderen zijn bedacht en die de koning zelf niet eens na weet te leven – het getuigt allemaal van een man die een jetset-leven leidt, en niet van koningschap. In grote lijnen wijkt het leven van onze koning niet af van dat van een Hollywood-ster, alleen moet zo’n ster een stuk harder werken om die status te bereiken en te behouden dan een knul die toevallig in een bepaald bed is geboren, en daar heel veel voordelen uit weet te slepen.
Dit heeft in niets meer te maken met het koningschap zoals het ooit bedoeld was, zoals de voorgangers van onze koningen het ooit interpreteerden. Dit is het uithollen van een traditie, en dan hoofdzakelijk omdat een bepaalde familie ooit een status heeft gekregen die in z’n origine meer dan dubieus is: de aanname dat die op goddelijk ingrijpen is gebaseerd.
Iemand als Willem-Alexander hoeft niets meer te kunnen – hij gaat schuil achter de rug van de premier. Zijn ‘goddelijkheid’ is dus op dit moment de verantwoordelijkheid van Mark Rutte. Kan het zotter?
Historicus @gerardaalders vindt @MinPres @markrutte 'schoothondje' van de koninklijke familie? Klopt dat? https://t.co/eiMamZcnyH #Koningshuis # RutteDrie
— Syp Wynia (@sypwynia) October 14, 2020
Nut
Welk nut dient een koningshuis nog in relatie tot het prijskaartje dat eraan hangt? Ik hoor vaak het argument van handelsbelangen, maar dan kijk ik naar de VS, een van de grootste handelsnaties ter wereld, en gut: die hebben geen peperdure en blunderende koning die de buitenlandse relaties voor hen verzorgt en warm houdt. En toch doen ze prima zaken. Waarschijnlijk tegen een kostprijs die stukken lager ligt, en met de zekerheid dat deze mensen wél zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden en stupiditeiten.
Enfin, vandaar de vraag waar ik nu al jaren mee zit: waarom hebben wij nog steeds een koningshuis?
Over de auteur
Recent gepubliceerd
Linkse politiek27 mei 2026Sektarisch links vertoont steeds meer fascistische trekken Migratie14 mei 2026Nee, meneer Paternotte: overheid praat niet met burgers over AZC’s Politiek Nederland9 mei 2026Een verwarde vuurwerkbom in de D66-brievenbus Migratie23 april 2026Gerechtvaardigde AZC-protesten Loosdrecht keihard neergeslagen
