Hoognodig: maatschappelijk debat over prostitutie

Onlangs betoogde ik op OpinieZ dat het prostitutiebeleid in Nederland -en dan vooral in de hoofdstad- heel wat te wensen over laat. Dat stuk is de fractievoorzitter van de ChristenUnie Gert-Jan Segers blijkbaar niet ontgaan.

Wat wellicht nog curieuzer is, is dat een aantal van die beweringen überhaupt onderbouwing nodig heeft. Deze tweet van een Kamerlid met Veiligheid & Justitie in zijn portefeuille is het trieste bewijs van een ernstig onderontwikkeld maatschappelijk debat over prostitutie en prostitutiebeleid. Hoog tijd om daar verandering in te brengen, om te beginnen door de vier strafste beweringen uit mijn vorige stuk nog eens voor het voetlicht te halen.

Moraliteit
Ten eerste de bewering dat de huidige wetgeving gebaseerd is op dogma’s en misplaatste moraliteit. In het paper Coalitionproject 1012: The invisible power of the Municipality wordt in de conclusie een aantal onderliggende frames van project 1012 opgesomd. Coalitieproject 1012 ging er onder andere van uit dat raamprostitutie en criminaliteit aan elkaar gelinkt zijn. Dat prostituee geen normaal beroep is. Dat een vermindering van ramen vooral een positief effect heeft. En misschien wel het belangrijkste: de gemeente ging er vanuit dat 50-90%  van de prostitutie onvrijwillig plaatsvindt. Op deze aannames werd beleid gebaseerd. Logisch dat men ramen en bordelen wil sluiten als er van wordt uitgegaan dat meer dan de helft van alle prostitutie onder een zekere mate van dwang plaatsvindt.

Beleid gerechtvaardigd door onjuiste aannames slaat doorgaans de plank mis. Onderzoek van de Amsterdamse Prostitutie Monitor (APM) concludeert iets heel anders, namelijk dat dat percentage eerder de 10% benadert dan de vermoedelijk overtrokken 50 tot 90% waarop het uit Project 1012 voortvloeiende beleid gebaseerd is. Als het onderzoek van de APM de waarheid meer benadert dan het rapport ‘Schone Schijn’ van de KLPD, dan is het sluiten van ramen opeens een stuk minder gerechtvaardigd en kan het zelfs averechts gewerkt hebben.

Averechts
Waarom? Er zijn vergunningen en geld nodig om vastgoed te exploiteren, ook voor sekswerk. Die vergunningen werden door Project 1012 schaarser en voor legale prostituees betekent dat, dat zij bij minder bordeel- en raameigenaren een raam of kamer kunnen huren. Fantastisch nieuws voor de gemeente Amsterdam, omdat die ervan uitgaat dat bordeel- en raameigenaren vaak verweven zijn met het criminele circuit: men houdt ze dus voor pooiers en mensenhandelaren. En sekswerkers die hun werk vrijwillig willen doen, kunnen op eigen houtje wel een raam huren, toch? Want zij zijn dan mooi verlost van die akelige pooiers en mensenhandelaren, toch?

Welnee joh, sekswerkers komen namelijk niet aan een lening, die nodig is voor het opzetten van een bedrijfsplan. Sterker nog, een zakelijke rekening openen voor verdiensten in de prostitutie kan al niet eens. Banken hebben namelijk allesbehalve trek om met mensen uit de seksindustrie te werken. Op eigen benen staan als seks-zzp’er is dus vrijwel onmogelijk, waardoor sekswerkers aangewezen blijven op bordeel- en raameigenaren.

Misstanden
Dat brengt ons bij het volgende punt. Stel, dat zo’n dame of heer dan toch aan de slag gaat bij een exploitant. Er is dan nu juist een klimaat gecreëerd waarin het melden van eventuele misstanden bepaald niet aantrekkelijk is. Waarom? Bij eventuele klachten is er minder kans dat een vergunning verleend of verlengd wordt. De Kafkaesque werking van zo’n situatie wordt goed geïllustreerd door de anekdote over een Bulgaarse sekswerkster, die vertelde dat zij sneller uit een bordeel wordt gezet als zij de politie belt, omdat een klant haar lastig valt. Voor de eigenaar van het bordeel betekent het namelijk dat bij klachten, onterecht of niet, het verkrijgen van een vergunning aanzienlijk moeilijker wordt. De beste dame kon dus maar beter gewoon haar mond houden, omdat ze anders haar plekje kwijt was. Niet lullen maar poetsen, maar in dit geval omgekeerd.

En als ze haar werkplek kwijt is, zal zo’n Bulgaarse vrouw dan ander werk gaan zoeken? Vermoedelijk niet. Sekswerkers houden er volgens de APM doorgaans geen andere werkzaamheden op na en daarnaast zorgt een tijdje werken als prostituee natuurlijk voor een gat op het cv. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat 82% van de respondenten in datzelfde onderzoek aangaf te verwachten dat illegale prostitutie zal toenemen als gevolg van het sluiten van ramen. Als het niet legaal kan, dan maar illegaal. Waardevolle inzichten van mensen die werkzaam zijn in de branche.

Stakeholders
Dat brengt ons bij het volgende punt, namelijk dat sekswerkers niet zijn betrokken in het opstellen van beleid dat hen aangaat. Op pagina 28 van de discoursanalyse ‘Macht op de Wallen‘ staat letterlijk te lezen: Uit verschillende interviews met organisaties is gebleken dat de communicatie vanuit de gemeente minimaal is geweest. Afgezien van de organisaties het Scharlaken Koord en P&G292, die door de gemeente gesubsidieerd worden, bleken de andere geïnterviewden niet door de gemeente op de hoogte te zijn gebracht betreffende Project 1012. Daar komt bij dat sekswerkers bij de laatste herijkingsronde van project 1012 wederom niet zijn geconsulteerd. Naast dat de gemeente dus blijkbaar aanvankelijk al geen zier gaf om input van ongesubsidieerde stakeholders bij het project, is dat sinds dat het project loopt dus ook niet verbeterd.

Mensenhandel
Tenslotte nog het punt dat prostitutie in het maatschappelijk debat vaak gelijk wordt gesteld aan mensenhandel en criminaliteit. In een aantal interviews met voorzitters van politieke jongerenorganisaties (PJO’s) die ik afnam, worden mensenhandel, criminaliteit en prostitutie gezien als onlosmakelijk met elkaar verbonden en die opvatting wordt veelvuldig onderschreven door anderen, die ik in het kader van deze artikelen heb bevraagd. Ik mag aannemen dat voorzitters van PJO’s redelijke vertegenwoordigers zijn van gangbare opvattingen in het maatschappelijk debat.

Meisjes en vrouwen die onder valse voorwendselen, bijvoorbeeld met een in het vooruitzicht gestelde zang- of danscarrière, naar Nederland worden gelokt om vervolgens in de prostitutie te belanden, bestaan wel, maar zijn veel meer uitzondering dan regel. Realiseert u zich vooral ook dat er in de rest van Europa sekswerkers zijn die er in omstandigheden en inkomsten een stuk op vooruit gaan als zij die werkzaamheden in Nederland voortzetten. Waarom zouden we dat niet koesteren? Die dames dragen bij aan het stadsbeeld waar toeristen van heinde en verre op afkomen. Bovendien biedt Nederland ze de veiligheid die andere landen, waar prostitutie ‘gewoon’ illegaal is, niet bieden.

Maatschappelijk debat
Een groot maatschappelijk debat over prostitutie en beleid is nooit gevoerd. In ieder geval niet zo hevig als over bijvoorbeeld homo-emancipatie in de 70-er jaren. Of over zoiets marginaals als de boerkini. Het wordt hoog tijd dat zo’n maatschappelijke discussie er wel komt. Het wordt tijd dat het prostitutiebeleid van de afgelopen jaren kritisch onder de loep wordt genomen. Niet aan de hand van dogma’s, misplaatste moraliteit en het streven naar een gevuld, politiek cv. Nee, aan de hand van feiten en bovendien aan de hand van ervaringen van de mensen over wie we het hebben: de mensen die in de seksindustrie werken.