Legalisering prostitutie werkt op de Wallen averechts

Door laf gemeentebeleid blijft er steeds minder over van een van de mooiste en meest historische stukjes Amsterdam, de Wallen. Nederland liep en loopt voor op het gebied van prostitutiebeleid. Als een van de weinige landen erkennen wij dat het oudste beroep van de wereld toch wel zal worden uitgeoefend, ongeacht of het wel of niet verboden is.

Prostitutie werd in Nederland eeuwenlang oogluikend gedoogd en werd tenslotte in 2000 gelegaliseerd en gereguleerd. Zo kon het gebeuren dat de Wallen uitgroeiden tot een unieke plek. Een toeristische trekpleister, die wereldwijd zijn gelijke niet kent.

Mensenhandel
Maar door Lodewijk Asscher en zijn paradepaardje Project 1012 (2007-2018) is dat baken van Nederlandse rationaliteit en vrijheid op zijn retour. Door wetgeving gebaseerd op dogma’s, misplaatste moraliteit en bovendien niet gehinderd door bereidheid te luisteren naar de ervaringen van de sekswerkers zelf, is het aantal ramen en bordelen in de 9 jaar dat het project loopt met 50% afgenomen. Alles vooral onder het mom van het terugdringen van mensenhandel. Die mensenhandel is in het bestaande stigma welhaast een synoniem voor prostitutie. Een vooroordeel dat in veel gevallen, maar lang niet altijd klopt.

Illegaliteit
Verdere afname van het aantal ramen en bordelen is nu wel voorlopig afgewend, maar het kwaad is al voor een groot deel geschied. De praktijkwerking van Project 1012 komt er op neer dat sekswerkers de criminaliteit in worden gedreven. Het is moeilijker om bestaande vergunningen voor ramen en bordelen verlengd te krijgen, laat staan om nieuwe vergunningen te bemachtigen. Het resultaat? Minder legale ramen en bordelen. Sekswerkers die geen legale werkplek weten te verkrijgen – inclusief eventuele slachtoffers van mensenhandel – worden met hun werkzaamheden de illegaliteit in gedwongen. Slachtoffers van mensenhandel zijn niet geholpen met werken in de illegaliteit, want het verkleint de kans nog verder dat zij kunnen worden gesignaleerd.

Het klinkt allemaal aardig, de mogelijkheid voor prostituees om hun werk legaal te doen. Als die legale branche echter zo klein mogelijk wordt gehouden, zoals nu gebeurt, betekent dat niet dat de hele prostitutiebranche ook kleiner wordt. Want als het niet legaal kan, dan maar in het zwarte circuit. En dat is nu precies wat de overheid niet wil. Een branche met kwetsbare werknemers moet zich juist níet in een milieu bevinden waar mensenhandelaars en lieden met slechte intenties vrij spel hebben. Helaas is Amsterdam met project 1012 druk bezig om juist dat te bereiken. De gemeente wordt daarin gevolgd door andere Nederlandse steden.

Paradox
De mogelijkheid om een legale werkplek te bemachtigen wordt ondanks de legalisering in 2000 steeds moeilijker. Een moeilijk te rechtvaardigen paradox. De legalisering zou het aantal misstanden in de seksindustrie moeten terugdringen en zou sekswerkers bescherming moeten bieden. Door het verminderen van het aantal legale werkplekken gaat die bescherming nu juist aan de neus van een toenemend aantal sekswerkers voorbij.

Het sluiten van ramen en bordelen om mensenhandel tegen te gaan is als het slopen van huizen als je huiselijk geweld wil bestrijden. Het is het terugdringen van het aantal zichtbare misstanden ten koste van het aantal daadwerkelijke misstanden. Wat leuk staat op een politiek CV, maar ten koste is gegaan van de groep werknemers die Project 1012 juist claimt te willen beschermen.

Advertenties