Europa kan zich geen handelsoorlog met China veroorloven
De EU is zelf ook protectionistisch
- Europa kan zich geen handelsoorlog met China veroorloven - 21 juli 2026
- Sabotage-acties Greenpeace in VS leidden tot astronomische boete - 28 april 2026
- Onverwachte kentering in het Europese migratiebeleid - 28 maart 2026

Beeld: Gemini (AI)
Het EU-handelstekort met China is opgelopen tot 376 miljard euro, en de roep om harde tegenmaatregelen wordt luider. Maar cijfers en precedenten wijzen uit dat protectionisme als antwoord op Chinees protectionisme de EU vooral zelf schade toebrengt. De immer kritische EU-watcher Pieter Cleppe legt het uit.
De afgelopen maanden is het debat over het handelstekort van de EU met China in intensiteit toegenomen. In mei bedroeg het handelstekort van de EU over een periode van twaalf maanden met dat land 376 miljard euro volgens Eurostat, wat 8% hoger is dan een jaar eerder. In 2025 had elke afzonderlijke EU-lidstaat voor het eerst een handelstekort met Peking.
Oproep tot tegenmaatregelen
Als reactie hierop roepen de Europese Commissie en een groeiende groep EU-lidstaten op tot strengere maatregelen tegen China. Een diplomaat uit een groot EU-land sloeg onlangs alarm en verklaarde: “Dit komt neer op de vernietiging van onze industriële basis.” Zoals uitgebreid is gedocumenteerd, is de exportboom van China kunstmatig opgeblazen door een ondergewaardeerde munt en massale subsidies.
Vroeger exporteerde China vooral goedkope goederen, maar die tijd is allang voorbij; het land verkoopt nu hightechproducten aan de rest van de wereld. In 2025 steeg de Chinese export van elektrische voertuigen (EV’s) naar Europa met 26% ten opzichte van het jaar ervoor, ondanks de EU-tarieven die een jaar eerder waren ingevoerd.
Tijdens de EU-top in juni sloegen de EU-leiders alarm over “wereldwijde macro-economische onevenwichtigheden”, maar gingen ze niet zo ver om agressievere taal te gebruiken. Daarna kwamen de EU en China overeen om drie maanden lang te onderhandelen om een handelsoorlog over het handelsonevenwicht te voorkomen, in hun eerste gezamenlijke verklaring in zeven jaar.
Duitsland, Spanje en Griekenland, die nauwe handelsbanden met China onderhouden, blijven terughoudend om in te stemmen met protectionistische maatregelen. Volgens geruchten zouden EU-quota op hybride voertuigen en chemicaliën mogelijke reacties kunnen zijn, waarover dit najaar een besluit zou moeten vallen.
Mislukt ‘oog-om-oog’-protectionisme
‘Oog-om-oog’-protectionisme tegen China heeft de afgelopen jaren geen positieve resultaten opgeleverd.
In 2024 slaagde de invoering van EU-tarieven er niet in de invoer van Chinese elektrische auto’s te beteugelen, aangezien Chinese producenten overstapten op hybride auto’s en lokale productie als reactie hierop. Ook startte China onderzoeken naar verschillende Europese exportproducten, waaronder Franse cognac, Spaans varkensvlees en Duitse luxeauto’s.
In april 2025, nadat de Amerikaanse president Donald Trump de invoerheffingen voor China had opgevoerd tot meer dan honderd procent, reageerde het land door de export van zeldzame aardmetalen gericht te beperken, waardoor Amerikaanse defensie- en autofabrikanten werden geraakt en wereldwijde industriële toeleveringsketens werden verstoord. Chinese exporteurs leidden handelsstromen ook simpelweg om via Zuidoost-Azië en Mexico om de Amerikaanse invoerheffingen te omzeilen. Na gesprekken met de Chinese president Xi in oktober 2025 verlaagde Trump opnieuw een deel van de invoerheffingen op China.
Averechts effect
Ook de Amerikaanse beperkingen op halfgeleiders voor China, oorspronkelijk opgelegd door de voormalige Amerikaanse president Joe Biden, hebben "een averechts effect gehad”, aldus Jensen Huang, de oprichter van Nvidia. Het aandeel van Nvidia op de Chinese markt is tijdens de ambtsperiode van Biden gedaald van 95% naar 50%, terwijl de beperkingen Chinese bedrijven ertoe hebben aangezet om op eigen kracht alternatieven te ontwikkelen, wat de Chinese investeringen in de sector juist heeft gestimuleerd.
Zou een handelsoorlog op initiatief van de EU meer succes hebben dan die van Trump? De EU kan wel extra beperkingen opleggen aan China voor de aankoop van ASML's geavanceerde apparatuur voor de halfgeleiderproductie, maar "het zou veel langer duren voordat die beperkingen effect zouden hebben op China dan dat Chinese exportbeperkingen de aanvoer van grondstoffen naar de Europese industrie zouden verstoren”, aldus Frances Li van de Economist Intelligence Unit.
Simulatie van een handelsoorlog tussen de EU en China
Een nieuwe studie van economen Joep Konings, Glenn Magerman en Alberto Palazzolo heeft een handelsoorlog tussen de EU en China gesimuleerd. De studie kwantificeert de economische kosten van verschillende mogelijke escalatiescenario's: een extra EU-invoerheffing van tien procent op alle Chinese goederen, een uitbreiding van dergelijke heffingen naar de invoer van Chinese diensten en gerichte Chinese vergeldingsmaatregelen tegen geselecteerde EU-exportsectoren.
Belangrijk is dat de studie concludeert dat in het derde scenario, namelijk dat van Chinese vergeldingsmaatregelen, het gemiddelde bbp-verlies voor de EU 0,07% van het EU-bbp zou bedragen.
Daarbij waarschuwt de studie dat "Ierland (−0,23%), Tsjechië (−0,25%), Slowakije (−0,20%) en Duitsland (−0,13%) het meest kwetsbaar zijn, wat de sterke concentratie van de Chinese vergeldingsmaatregelen op hun kernsectoren in de verwerkende industrie weerspiegelt. (...) Duitsland en de productiecentra in Midden- en Oost-Europa worden het hardst getroffen.”
Kortom: protectionisme van de EU als tegenreactie op Chinees protectionisme zal de situatie alleen maar erger maken.
De EU is zelf protectionistisch
Hoewel het terecht is om China te bekritiseren vanwege protectionisme, is de EU zelf ook niet bepaald onschuldig. Er zijn de "niet-tarifaire belemmeringen” van de EU, oftewel het regelgevend protectionisme, waarmee zij via bureaucratie concurrentie buiten de deur wil houden. En er zijn allerlei soorten douanetarieven, met als recentste voorbeeld het "klimaattarief” van de EU, het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), dat vooral schadelijk is voor arme Afrikaanse economieën.
Een voorbeeld van Europees protectionisme is deze maand het besluit van het Europees Parlement om sojaolie niet aan te merken als een "hoogrisico”-grondstof voor indirecte verandering in landgebruik, in het kader van de Richtlijn hernieuwbare energie (RED). Het protectionistische element hier is dat sojaolie anders wordt behandeld dan niet-Europese importproducten, zoals palmolie, dat nu de enige grondstof in de "hoogrisico”-categorie is.
In reactie hierop uitte Belvinder Sron, Chief Executive Officer van de Maleisische palmolieraad, scherpe kritiek op het besluit en zei: "Dit gaat over consistentie, niet over concurrentie tussen gewassen. Wanneer twee grondstoffen aan dezelfde regels worden getoetst, moeten ze op basis van hetzelfde bewijsmateriaal worden beoordeeld.”
Uit de feiten blijkt inderdaad dat Maleisië volgens Global Forest Watch in 2024 slechts 0,56% van zijn resterende oerbos verloor. Dat is minder dan het verlies van 0,87% in Zweden. Lokale Maleisische industrienormen lijken tussen 2023 en 2024 bovendien een aanzienlijke afname van 13% te hebben opgeleverd. Toch wordt "ontbossing” gebruikt als rechtvaardiging om het onderscheid te maken.
Chinese dumping is niet het belangrijkste probleem
Bovendien, zoals Daniel Kral van Oxford Economics opmerkt: "Het belangrijkste probleem van de EU is niet dat China goederen in de EU dumpt, aangezien het aandeel van de EU in de Chinese export stabiel is. Het gaat in de eerste plaats om een verlies aan marktaandeel van EU-exporteurs op derde markten, en in de tweede plaats om een duizelingwekkende ineenstorting van het aandeel van de EU in de Chinese invoer, van 12% in 2019 naar 8% nu. Er zijn geen EU-maatregelen die deze twee zaken aanpakken.”
Met andere woorden: alvorens meer EU-protectionisme te overwegen, zou de EU zich wellicht moeten richten op het aanpassen van binnenlands beleid dat het concurrentievermogen van de EU ondermijnt. Een evident voorbeeld hier is het EU-emissiehandelssysteem (ETS), een de facto klimaatbelasting. Dit maakt de EU-industrie een stuk minder competitief, aangezien het bijdraagt aan exorbitante energieprijzen. Toch blijven de Europese Commissie en zelfs een aantal lidstaten, ondanks de schade die het ETS aanricht, het fundamenteel steunen.
Conclusie
Het openstellen van handel tussen vrije democratieën is een vanzelfsprekendheid, maar zelfs voorstanders van vrijhandel worstelen met de vraag of handelsbeperkingen moeten worden opgelegd aan China, met zijn centrale planning en enorme subsidies. Ook hier zou het echter wel eens een fout kunnen zijn om meer protectionisme in te voeren.
In dat opzicht is het ook belangrijk om de aanname in twijfel te trekken dat China economisch zo sterk is als de voorstanders van invoerheffingen in het Westen beweren. Door de staat gesteunde "zombiebedrijven” maken naar schatting in 2026 meer dan 12% uit van alle geregistreerde bedrijven in China, meer dan het dubbele van hun aandeel in 2018. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de rampzalige demografische situatie in China, waarbij sommige schattingen aangeven dat de Chinese bevolking in 2100 slechts 310 miljoen zal bedragen, wat zou betekenen dat de VS over 75 jaar groter zal zijn dan China.
Hoe dan ook, wat de EU ook besluit: het is belangrijk dat zij eerst de eigen belemmeringen voor het concurrentievermogen aanpakt, alvorens na te denken over risicovol en experimenteel protectionisme tegen China.
OpinieZ bestaat dankzij u! Geen betaalmuur, geen subsidie — OpinieZ is gratis omdat lezers zoals u ons steunen. Iedere bijdrage helpt ons onafhankelijk te blijven. |
|

AI zegt hierover het volgende : “China ondersteunt haar industrie grootschalig via directe subsidies, belastingvoordelen, goedkope leningen en staatsinvesteringen. Deze strategische staatssteun, die volgens de OESO gemiddeld drie tot acht keer hoger ligt dan in Westerse landen, is de motor achter de snelle groei van Chinese wereldmarktaandelen.”
De Opperste Sovjet in Brussel, die pretendeert de Europese bevolking te vertegenwoordigen, doet precies het tegenvoergestelde: ze heft energiebelasting (meer dan de helft van de brandstofkosten), ze heft twee keer zo hoge btw als in China, ze heft emissierechten die producten duurder maken, ze verplicht boeren en bedrijven tot registratie van milieu effecten waarvan de kosten doorwerken in producten.
Staatssteun tegenover staatsbelasting – wat valt er nog uit te leggen over waarom Europa afglijdt?
En de MSM?
En De Linkse Kerk?
Ze struikelden over elkaar heen van selectieve verontwaardiging toen Trump met tarieven dreigde.
Hypocriet.
Voor een gezonder economische structuur is een “level playing field” (in goed Nederlands) essentieel. Zolang dat niet in orde is zal de duurste partij áltijd aan het kortste eind trekken.
De enige manier om de Chinese concurrentie he hoofd te bieden is betere waar voor het geld leveren. Je krijgt dan vanzelf een shakedown (alweer in goed Nederlands)
Bureaucratie, regulering, belastingen, milieu en net-zero. Al die zaken kosten zoveel geld in alle EU-landen, dat China met dat geld zijn industrie kan ondersteunen. Vind je het gek dat de-industrialisering hier gewoon verder gaat. Hebben we het nog niet eens over high-tech chips en AI, dat komt in de EU helemaal niet van de grond, wat de MSM je ook willen laten geloven. Over 10-15 jaar heeft China ASML ingehaald.
En om demografie te noemen: wel eens naar Europa gekeken ? Onze demografie lijkt op peil te blijven, maar bestaat grotendeels uit low-IQ gelukszoekers die van welfare afhankelijk zijn en blijven.
Nee, loopt lekker hier in Europa. VS en China gaan de komende 50 jaar de dienst uitmaken. Daar is geen twijfel over.
Nog een reden waarom dit de Europese burgers geen r**t interesseert: de kunstmatig door de EU en Europese landen in stand gehouden (extreem hoge) inflatie. Vooral in Nederland. Dankzij hoogwaardige en goedkopere Chinese import krijgen burgers nog een beetje (financiële) lucht.