Ondanks eerdere antisemitische uitspraken trad Kanye West gewoon op in Arnhem

Onze wetten zijn niet toegesneden op moderne Jodenhaat

Titelfoto bij artikel Ondanks eerdere antisemitische uitspraken trad Kanye West gewoon op in Arnhem geke van der sloot opiniez

Kanye West. Foto: Masoz John, CC BY-SA 2.0.


 
Afgelopen 6 juni trad de Amerikaanse rapper Ye, voorheen Kanye West, op in het Gelredome in Arnhem. Hij is zeer omstreden vanwege antisemitisme, maar pogingen om zijn optreden te verbieden liepen op niets uit, in tegenstelling tot andere EU-landen. De reden daarvoor is het ontbreken van landelijke wetgeving, toegespitst op de geraffineerde hedendaagse vormen van Jodenhaat. Er is dringend behoefte aan een Antisemitismewet.

De grens van het toelaatbare is inmiddels overschreden. Het afgelopen weekend stond het Gelredome in Arnhem in het teken van concerten van de omstreden Amerikaanse artiest Ye, voorheen Kanye West. Wat een grootschalig muzikaal evenement had moeten zijn, ontaardde in een pijnlijk dieptepunt in het maatschappelijke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en de aanpak van het hedendaagse antisemitisme.

 

Juridisch vacuüm

De gang van zaken bij het optreden van Ye leggen een juridisch vacuüm bloot waar we als democratische rechtsstaat niet langer de ogen voor mogen sluiten. Onze huidige wetten en preventieve instrumenten zijn simpelweg niet ontworpen om de geraffineerde, moderne vormen van Jodenhaat effectief het hoofd te bieden. Dat het CIDI een kort geding om het concert te verbieden verloor, onderstreept dit structurele tekort: binnen de huidige krappe wettelijke kaders is er in een spoedprocedure simpelweg geen ruimte voor de diepgaande, morele weging die hier zo noodzakelijk is. Nederland bevindt zich op dit vlak in een crisis en de oorzaak daarvan ligt niet op lokaal niveau, maar direct bij het falen van onze landelijke wetgeving.

 

Marcouch

De Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch stond in de aanloop naar het evenement onder loodzware druk. Vanuit de samenleving, Joodse belangenorganisaties en de landelijke politiek klonk een luide en volkomen begrijpelijke oproep om de concerten per direct te verbieden. Marcouch wees er in zijn formele reacties echter herhaaldelijk op dat hij juridisch met de rug tegen de muur stond.

De Nederlandse wetgeving geeft een burgemeester weliswaar noodbevoegdheden op basis van de Gemeentewet, maar deze zijn strikt gekoppeld aan de handhaving van de openbare orde en directe, acute fysieke veiligheidsrisico’s op straat. Een burgemeester mag volgens de huidige jurisprudentie niet optreden als een preventieve censor die op voorhand bepaalt welke artiesten wel of niet welkom zijn op basis van eerdere uitspraken. Dat zou een gevaarlijk precedent scheppen voor de rechtsstaat en de trias politica ondergraven.

 

Verzuim wetgever

Juist daardoor wordt zichtbaar waar de wet tekortschiet: niet de burgemeester en niet de rechter, maar de landelijke wetgeving zelf biedt simpelweg de instrumenten niet om tijdig in te grijpen. De focus moet dan ook onmiddellijk verschuiven van het lokale bestuur naar de bron van de machteloosheid: Den Haag. Het probleem ligt bij het ontbreken van landelijke, specifieke wetgeving die haatzaaiing en antisemitisme aan de voorkant kan blokkeren. De wetgever verzuimt hier de eigen burgers adequaat te beschermen. Nu pas achteraf kunnen optreden via het strafrecht is dweilen met de kraan open.

 

Protest

De incidenten rondom het Gelredome lieten pijnlijk zien wat er gebeurt als de overheid bij gebrek aan landelijke kaders vooraf machteloos staat. Bezoekers van het concert confronteerden omstanders, journalisten en vreedzame demonstranten met onversneden antisemitische leuzen en borden waarop de Holocaust openlijk werd ontkend of gebagatelliseerd.

De sfeer was grimmig, de uitingen waren diep kwetsend en de impact op de Joodse gemeenschap is immens. Het strafrecht biedt achteraf weliswaar de mogelijkheid tot vervolging wegens groepsbelediging of haatzaaiing, maar deze processen zijn stroperig, nemen maanden of jaren in beslag en de maatschappelijke schade is dan allang aangericht. De wet reageert pas als het gif al in de haarvaten van de samenleving is gespoten.

 

Commercieel gewin

Bovendien treft in deze casus absoluut niet alleen het falende wettelijke systeem blaam. Iedereen die aan dit massale evenement heeft verdiend – van de commerciële organisatoren tot de directie en aandeelhouders van het Gelredome – is moreel medeverantwoordelijk voor de maatschappelijke schade. Het faciliteren van een artiest die openlijk Adolf Hitler prijst en antisemitische complottheorieën verspreidt, puur en alleen voor commercieel gewin, is onacceptabel. Het vullen van de zakken over de rug van de Joodse gemeenschap mag in dit land nooit de geaccepteerde norm worden onder het mom van de vrije markt. In onze consumptiemaatschappij wordt winst helaas te vaak hoger gewaardeerd dan principes.

 

Historisch bewustzijn

De gebeurtenissen roepen ook indringende vragen op over het historisch bewustzijn onder een deel van de jonge generatie. De raddraaiers die buiten het stadion antisemitische uitingen deden, tonen een schrikbarend gebrek aan historisch besef. Onze jeugd groeit vandaag de dag op met radicaliserende influencers, algoritmes en popcultuur op sociale media, terwijl de historische feiten over de industriële vernietiging van de Europese Joden naar de achtergrond zijn verdwenen. Zonder gedegen geschiedenisonderwijs dat de mechanismen van uitsluiting blootlegt, is de weg vrij voor herhaling.

We moeten ook erkennen dat dit probleem niet alleen in Arnhem speelt. In heel Nederland zien we een vergelijkbare trend: antisemitische uitingen op scholen, universiteiten en online forums nemen sterk toe. Het CIDI meldde recent een scherpe stijging van incidenten. Joodse studenten voelen zich structureel onveilig. Dit is geen incident, dit is een systeemprobleem dat we nu moeten aanpakken voordat het onomkeerbaar wordt.

 

Niet marginaal

De casus Ye bewijst dat antisemitisme anno 2026 geen marginaal verschijnsel meer is van extremistische randgroeperingen, maar mainstream is geworden via populaire cultuur. Moderne Jodenhaat verpakt zich tegenwoordig in geraffineerde complottheorieën, subtiele hondenfluitjes en gecamoufleerde retoriek die de toets van de huidige, algemene discriminatiewetgeving net wel of net niet doorstaat. Om dit probleem effectief te kunnen bestrijden, moeten we onmiddellijk stoppen met het behandelen van antisemitisme als een reguliere vorm van discriminatie. Antisemitisme is een uniek, historisch diepgeworteld fenomeen met een geheel eigen, hardnekkige dynamiek en specifieke verschijningsvormen.

 

Antisemitismewet

Het is tijd dat de landelijke politiek haar verantwoordelijkheid neemt en met een concreet, onwrikbaar voorstel komt om dit falen te herstellen. De enige structurele oplossing om het juridische vacuüm te dichten, ligt in het introduceren van een specifieke landelijke wet: de Antisemitismewet. Dit concrete voorstel rust op twee fundamentele pijlers.

Ten eerste moet de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme dwingend wettelijk worden verankerd. Deze definitie biedt een helder en alomvattend kader van wat actueel antisemitisme inhoudt, inclusief de moderne, gecamoufleerde varianten ervan. Door deze definitie te codificeren in onze wetgeving, krijgen zowel het Openbaar Ministerie, de politie als lokale bestuurders een scherp, objectief instrument in handen. Het haalt de politieke willekeur en de angst voor claims uit de discussie en vervangt deze door een heldere juridische norm.

De tweede pijler van dit voorstel is het introduceren van een wettelijke regeling voor preventieve rechterlijke toetsing. Wanneer een organisatie of een artiest met een aantoonbaar antisemitisch trackrecord een podium zoekt in ons land, moet het Openbaar Ministerie vooraf de gang naar de rechter kunnen maken om een preventief verbod af te dwingen. Niet op basis van de wankele noodbevoegdheden van een burgemeester, maar op basis van een gerichte, inhoudelijke toetsing aan de Antisemitismewet. Op deze manier blijft de democratische scheiding der machten gewaarborgd: het is niet de politiek die censureert, maar een onafhankelijke rechter die handhaaft aan de hand van duidelijke wettelijke kaders.

Arnhem heeft ons de ogen geopend voor het falen van de overheid. We kunnen niet langer lijdzaam toezien hoe onze rechtsstaat zich de kaas van het brood laat eten. Als we de Joodse gemeenschap echt willen beschermen, moeten we de vrijblijvendheid voorbij. Den Haag is nu aan zet om door te pakken. Alleen met deze specifieke wet en preventieve toetsing trekken we een onwrikbare grens: tot hier en niet verder.
 
Geke van der Sloot is voorzitter van Opstaan tegen Antisemitisme.
 

OpinieZ bestaat dankzij u!

Geen betaalmuur, geen subsidie — OpinieZ is gratis omdat lezers zoals u ons steunen. Wilt u dat mogelijk houden?

Doneer direct aan OpinieZ via GoFundMe

Doneer belastingvrij aan Stichting Recht voor zijn Raap via WhyDonate
De Stichting Recht voor zijn Raap is een onafhankelijke ANBI-stichting die vrije meningsvorming in Nederland bevordert en daarmee OpinieZ mogelijk maakt. Uw gift is onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Voor een periodieke schenkingsovereenkomst (minimaal 5 jaar en volledig fiscaal aftrekbaar) kunt u contact opnemen met stichtingrvzr@gmail.com.

Over de auteur

Geke van der Sloot

Reacties worden gemodereerd.

 

>>> Lees hier onze spelregels <<<

 

Reacties die onze spelregels schenden worden verwijderd. Herhaalde overtredingen, oproepen tot geweld, beledigingen en antisemitisme leiden tot een permanente ban. De redactie treedt niet in discussie over de reden van verwijdering, noch over een ban. Gebruikers met ongeldige e-mail-accounts worden geblokkeerd.

Abonneren op reactie(s)
Abonneren op
guest

0 Reacties
Meeste stemmen
Nieuwste Oudste
0
We zijn benieuwd naar uw reactiex
×