Verdwijnen “allochtoon/ autochtoon” is morele winst

Gisteravond dronk ik koffie met een dame zonder naam in de Starbucks – ook een filosofe, laten we haar Hypatia noemen. “Dankzij haar soevereine opreden en haar elegante verschijning verscheen zij vaak in de openbaarheid in tegenwoordigheid van staatslieden”.

Migratieachtergrond
Ons gesprek ging over het besluit van het CBS om niet meer de woorden “autochtoon/allochtoon” te gebruiken, maar “inwoner met een Nederlandse achtergrond” en “inwoner met een migratieachtergrond.” Wat een onzin, zuchtte ik, alsof taal de almacht heeft over de werkelijkheid. De dame in kwestie daagde me uit om het standpunt te verdedigen. Ik probeerde het, deed het mijns inziens ook alleraardigst, maar uiteindelijk moest ik me toch overgeven. De verandering is wel degelijk zinnig.

Taal als macht
Momenteel ben ik bezig met een groot essay over de rol van taal binnen identity politics. Het kernidee hiervan is als volgt: de identity idealisten steunen op twee fundamenten. Het eerste fundament is dat taal de werkelijkheid construeert. Deze notie is al lang aanwezig, maar met name door de Franse filosoof Foucault is dit een onderdeel geworden van onze socio-politieke wereldbeeld. Taal maakt de werkelijkheid, taal heeft macht en in taal ligt macht besloten.

Illegaal
Een goed voorbeeld hiervan is de term tolerantie: dat is per definitie een machtsterm, het houdt namelijk een machthebber in die tolereert en een onmachtige die getolereerd wordt. Een ander voorbeeld is de term illegaal. Hiermee wordt de desbetreffende persoon onmiddellijk gereduceerd tot niets anders dan iets dat buitenwettelijk is. De Franse term Sans papiers is een neutralere term. En ik denk hiervan zeker dat de term het beeld bepaalt dat wij van het onderwerp hebben. Als we iemand maar lang genoeg “illegaal” noemen, gaan we diegene als vanzelf zo zien.

Onmacht
Het tweede fundament is dat taal begrensd is ten opzichte van de werkelijkheid (Derrida). Taal kan de werkelijkheid nooit helemaal vatten, nooit tot de kern komen. Op het moment dat we iets vatten in taal, ontglipt het ons eigenlijk alweer. Vraag aan iemand waarom hij verliefd is en hij zal zwijgen. Want taal kan de verliefdheid nooit helemaal vatten, nooit helemaal recht doen. – Kierkegaard zei zo mooi: wat liefde is, dat doet ze. Wat liefde doet, dat is ze.

Of als ik probeer uit te leggen wat een identiteit is – dat moet niet moeilijk zijn, ik heb er namelijk één – schiet ik flink tekort. Ik ben katholiek, schrijver, filosoof, sociale klimmer, een romanticus, een “kledingfetisjist”, ook een term van Hypatia. Deze aspecten zijn ontegenzeggelijk waar. Tegelijkertijd komen we met deze termen niet tot de werkelijke complexiteit van mijn identiteit.

Hulpeloos hulpmiddel
Als we deze twee bij elkaar optellen komen we tot de volgende slotsom: taal construeert deels de werkelijkheid, maar heeft deze nooit in zijn macht. En daarom is het onmogelijk om de taal zo te veranderen dat ze volledig recht kan doen aan de complexiteit van de werkelijkheid, want die werkelijkheid ontglipt taal nu juist. Taal is begrensd. Het zal altijd zo zijn, dat mensen zich niet gekend en erkend voelen door taal.

Dat is wat taal is, een hulpeloos hulpmiddel dat het enige is wat we hebben en tegelijkertijd alles is wat we hebben. Het is niet in taal dat ik mij erkend kan weten, het is in het gelaat van de ander, in de ontmoeting dat ik mij gekend kan weten. Taal kan nooit recht doen aan de werkelijkheid. Dat is de schoonheid en de moeilijkheid ervan.

Imperfect
Hypatia luisterde aandachtig terwijl ik naar woorden zocht. Het lukte me natuurlijk niet om het bovenstaande zo gestructureerd weer te geven in een levendig gesprek. De mensen die autochtoon/allochtoon opheffen, zo ging ik verder, erkennen enerzijds de begrenzingen van taal, maar anderzijds denken ze wel weer dat als we taal veranderen, de werkelijkheid verandert. Dit is een contradictie in zichzelf. Taal is imperfect, dat moeten we omarmen en maar niet denken dat we door taal te veranderen de werkelijkheid veranderen – de defaitist roept zo nu en dan luid in mijn binnenste.

Begin
“Nou?” zei Hypatia “natuurlijk is taal imperfect, is de werkelijkheid weerbarstig” – ik parafraseer hier – “maar het gaat om de intentie. Misschien zijn er mensen (inwoners met een migratieachtergrond) die dit nieuws lezen en zich iets meer erkend voelen, meer onderdeel van het systeem, inzien dat ook al is het lastig, de Nederlandse bureaucratie zoekt naar manieren van inclusiviteit. Zullen daarmee alle problemen verdwijnen, nee. Maar het is iets, een begin, een vlammetje dat steeds groter kan worden. En we verliezen er niets mee. Winst is alles wat er wordt geboekt: de persoon, het individu staat nu centraal in de term.”

Ik keek haar aan, dronk van mijn koffie en zag hoe zij lichtjes van haar jasmijnthee nipte, wierp mijn handen in de lucht en gaf mezelf over. Ze had gelijk. Al is het maar een begin, klein, het is iets, het toont een intentie van het systeem om meer mensen te includeren en eer te doen aan de menselijkheid van alle burgers. En ook al voelen maar vijftig mensen zich meer erkend, is dat al van een oneindige waarde.

Winst
We rookten een sigaret, namen afscheid en hoewel we elkaar maar een half uur hadden gezien, was ik in dat half uur toch van gedachten veranderd. De verandering van de terminologie is dan misschien niet hét antwoord op de problemen van de multiculturele samenleving, maar het is tenminste een poging om voorbij het verschil te komen. Een poging om het dove geschreeuw te doorbreken. Dat lijkt me een kleine morele winst.

===============================================================
Foto: Cirkeldiagram Allochtonen.png by Tasja is licensed under CC BY SA 3.0
===============================================================

Advertenties