Theater Flint en de grens van het politiek fatsoen
Joodse gemeenschap voelt zich opnieuw geraakt
- Herdenken is geen selecteren - 30 juli 2026
- Wie controleert de controleurs van de NPO? - 20 juli 2026
- Joodse studenten en docenten ervaren angstcultuur op universiteiten - 11 juli 2026

Foto: Gemini (AI)
Soms legt een lokaal conflict iets bloot wat veel groter is dan de gebeurtenis zelf. Dat lijkt nu te gebeuren in Amersfoort. Wat begon als een discussie over Theater Flint en de boycot van Israëlische instellingen gaat inmiddels over een principiële vraag: hoe ver mag een publieke instelling gaan in het uitdragen van politieke standpunten?
Die vraag kwam nadrukkelijk op tafel na een brandbrief van de organisatie Opstaan tegen Antisemitisme aan de Raad van Toezicht van Flint. De kern van het bezwaar was eenvoudig. Een theater dat met gemeenschapsgeld wordt gefinancierd, is er voor de hele stad. Het is geen actiegroep, geen politieke beweging en geen verlengstuk van buitenlands beleid. Juist daarom roept een boycot door een openbaar theater zoveel vragen op. Een theater hoort bij uitstek de plek te zijn waar de complexiteit van de menselijke ervaring wordt getoond, niet een loket waar morele paspoorten worden gecontroleerd.
Instellingen uitsluiten
Flint verdedigde zijn keuze door te stellen dat het geen personen uitsluit, maar alleen instellingen. Dat klinkt op het eerste gezicht redelijk. Een instelling is immers geen individu. Een theater dat niet met een bepaalde organisatie wil samenwerken, verbiedt niet automatisch een kunstenaar om op te treden.
Maar daar begint ook het probleem.
Kunst wordt niet gemaakt door gebouwen, logo’s of briefpapier. Kunst wordt gemaakt door mensen. Achter iedere culturele instelling staan schrijvers, muzikanten, acteurs, regisseurs, technici en producenten. Wie een instelling uitsluit, raakt uiteindelijk ook de mensen die daar werken. Het idee dat een instelling kan worden getroffen zonder gevolgen voor de kunstenaars die eraan verbonden zijn, klinkt logisch op papier, maar is in de praktijk nauwelijks vol te houden. Het is een bureaucratische fictie om te geloven dat je de structuur kunt straffen zonder de mens te raken die binnen die structuur ademt, creëert en leeft.
Taak
Daarmee komen we bij een belangrijkere vraag. Wat is eigenlijk de taak van een publiek theater?
De discussie gaat niet over de vraag of mensen verschillend mogen denken over geopolitieke brandhaarden. Natuurlijk mogen zij dat. In een vrije samenleving bestaan uiteenlopende overtuigingen naast elkaar. De vraag is iets anders. Moet een theater dat door alle inwoners wordt betaald zich bezighouden met het beoordelen van internationale conflicten?
Een theater heeft een bijzondere plek in de samenleving. Het brengt mensen samen die vaak heel verschillend naar de wereld kijken. Op een willekeurige avond zitten er mensen in de zaal die het over politiek totaal oneens zijn, maar die wel dezelfde voorstelling bezoeken. Juist daarin schuilt de kracht van cultuur. Zij verbindt mensen die elkaar buiten de theaterzaal misschien nooit zouden ontmoeten. Dit publieke draagvlak is het fundament onder iedere gesubsidieerde instelling.
Dat betekent niet dat kunst neutraal moet zijn. Integendeel. Kunst mag provoceren, uitdagen en confronteren. Een theater moet ruimte bieden aan scherpe meningen en ongemakkelijke gesprekken. Maar dat is iets anders dan zelf politieke grenzen gaan trekken. Een theater mag een podium zijn voor debat. Het moet niet zelf bepalen wie op grond van politieke of nationale kenmerken buiten de deur blijft.
Gemeenteraad
De kwestie belandde daarom niet voor niets op de agenda van de gemeenteraad onder de motie “Amersfoortse cultuur sluit niemand uit”. Daarmee werd het debat uit de bestuurskamer gehaald en onderdeel van de openbare discussie. Dat was terecht. Zodra een instelling die afhankelijk is van belastinggeld onderscheid maakt op basis van politieke criteria, raakt dat meer dan alleen de culturele sector. Dan gaat het over de manier waarop publieke instellingen met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid omgaan. De raadszaal werd hiermee het toneel van een noodzakelijke principiële toetsing.
Ook de Wet open overheid (Woo) speelde een rol. Journalisten vroegen interne documenten op om inzicht te krijgen in de besluitvorming. Dat is begrijpelijk. Wie grote morele claims maakt, moet bereid zijn die ook openbaar te onderbouwen. Transparantie is geen formaliteit. Zij is de basis van vertrouwen. Het voorkomt dat publieke waarden stilletjes verdwijnen achter zorgvuldig gewogen persverklaringen. Want juist wanneer instituten zich opwerpen als morele gidsen, is de samenleving scherper dan ooit op het kleinste spoor van inconsistentie.
Politieke uitingen
Inmiddels heeft Flint politieke uitingen uit het gebouw verwijderd. Dat verdient erkenning. Een foyer moet geen plek zijn waar bezoekers eerst langs politieke boodschappen lopen voordat zij een voorstelling kunnen bezoeken. Mensen moeten zich welkom voelen zodra zij binnenkomen. De drempel van een theater hoort een uitnodiging te zijn om binnen te stappen in een wereld van verbeelding, los van de waan van de dag. Juist in een tijd van polarisatie heeft een stad behoefte aan rust en onvoorwaardelijke gastvrijheid.
Toch lost dit de kern van de discussie niet op.
Het gaat uiteindelijk niet om posters aan de muur. Het gaat om beleid. Een theater kan er nog zo neutraal uitzien, maar als er achter de schermen onderscheid wordt gemaakt, blijft de vraag bestaan of het werkelijk voor iedereen openstaat. Visuele neutraliteit mag geen dekmantel zijn voor uitsluiting in de coulissen.
Geen theoretische kwestie
Voor de Joodse gemeenschap is dat geen theoretische kwestie. In een tijd waarin zorgen over antisemitisme nadrukkelijk aanwezig zijn, worden dergelijke besluiten niet alleen juridisch beoordeeld, maar ook diep gevoeld. Een boycot wordt dan niet ervaren als een technische maatregel, maar als een afwijzing die direct de huiskamer binnenkomt. Bestuurders kunnen benadrukken dat zij geen individuen uitsluiten, maar daarmee verdwijnt die ervaring niet. Wanneer de morele meetlat zo selectief wordt gehanteerd, voelt dat als willekeur. Het geeft het beangstigende signaal dat de solidariteit ophoudt bij de grenzen van de eigen politieke voorkeur. Juist een minderheid die historisch weet hoe uitsluiting begint, voelt de kou van deze keuzes als eerste.
Daar komt nog iets bij.
Waarom juist dit?
Iedere boycot roept de vraag op waarom juist deze situatie aanleiding geeft tot actie. Op basis van welke criteria wordt besloten dat de ene internationale kwestie wel gevolgen moet hebben voor culturele samenwerking en de andere niet? Publieke instellingen hoeven niet op ieder conflict in de wereld te reageren. Maar als zij dat wel doen, moeten zij kunnen uitleggen waarom bepaalde gevallen anders worden behandeld dan andere. Zonder heldere maatstaven ontstaat de indruk van politieke selectiviteit. Dan lijken voorkeuren bepalender te worden dan vaste principes. En precies daar begint het vertrouwen van burgers af te brokkelen.
Bredere ontwikkeling
De discussie rond Flint gaat daarom over meer dan één theater in één stad. Zij raakt aan een bredere ontwikkeling binnen de culturele sector. Steeds vaker worstelen instellingen met de vraag hoe zij zich moeten verhouden tot maatschappelijke kwesties. Dat debat is legitiem en noodzakelijk. Maar juist daarom moet ook een grens worden bewaakt. Een theater dat met gemeenschapsgeld wordt betaald, heeft een andere verantwoordelijkheid dan een actiegroep. Het mag ruimte geven aan activisten, critici en kunstenaars. Het mag debat organiseren en controversiële voorstellingen programmeren. Maar het moet oppassen zelf een politieke speler te worden.
Raad van Toezicht
Daarom is het terecht dat de Raad van Toezicht om uitleg wordt gevraagd. Welke criteria liggen onder dit beleid? Waarom wordt deze keuze gemaakt? En hoe wordt voorkomen dat individuele kunstenaars de gevolgen dragen van een besluit dat officieel alleen instellingen raakt? Dat zijn geen bijzaken. Het zijn precies de vragen waarop een openbaar theater een overtuigend antwoord moet kunnen geven. Hier staat de geloofwaardigheid van het theater op het spel.
Deur openhouden
Uiteindelijk draait deze discussie niet alleen om één conflict of om Flint. Zij gaat over de vraag wat een publieke culturele instelling behoort te zijn. Een theater hoeft bezoekers niet te vertellen wat zij moeten denken. Het hoort geen internationale scheidsrechter te spelen en geen ideologische poortwachter te zijn.
Het moet iets veel eenvoudigers doen. De deur openhouden.
Voor iedereen. Altijd, en niet alleen wanneer het politiek comfortabel is.
OpinieZ bestaat dankzij u!
Geen betaalmuur, geen subsidie — OpinieZ is gratis omdat lezers zoals u ons steunen. Wilt u een bijdrage doen?
→ Doneer direct aan OpinieZ via GoFundMe
→ Doneer belastingvrij aan Stichting Recht voor zijn Raap via WhyDonate
De Stichting Recht voor zijn Raap is een onafhankelijke ANBI-stichting die vrije meningsvorming in Nederland bevordert en daarmee OpinieZ mogelijk maakt. Uw gift is onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Voor een periodieke schenkingsovereenkomst (minimaal 5 jaar en volledig fiscaal aftrekbaar) kunt u contact opnemen met stichtingrvzr@gmail.com.

Tja, Het ware eenvoudig als ieder theater zichzelf bekostigt. Dan krijgt ieder podium zijn eigen platform. maar om daar gemeenschapsgeld voor te gebruiken is gemakkelijk scoren; zelf niets voorstellen maar wél de middelen van anderen misbruiken om je eigen activisme te etaleren. Ik vind het onvolwassen gedrag. Maar het is alom gebruik. Denk dan aan NGO’s
Tja Herman van Veen en Freek de Jonge maakten toch ook geen theater ‘voor iedereen’ maar alleen voor een bepaalde doelgroep met een bepaalde ideologische opvatting?
Ik betwijfel of zoiets als ‘publiek theater’ wel kan bestaan. Gelet op de tweespalt tussen rechts en links binnen het publiek, en dus binnen het electoraat, is het antwoord op de vraag niet zo moeilijk.
Ook de opmerking dat ‘kunst mag provoceren’ ervaar als heel erg jaren 1970: het provoceren komt namelijk altijd uit dezelfde ideologische hoek en nooit van de andere kant.
Stel je voor dat een willekeurig land ergens besluit om Nederlandse instellingen te boycotten omdat NL iets heeft gedaan dat hem niet bevalt: hoe gestoord zouden wij dat vinden?
Leg dat over deze situatie heen.
Wanneer wordt er eens eindelijk kritiek op de islamitische regeringen afgedwongen die constant genocide geplegen op christenen, is Israël vogelvrij ofzo dat zij overal de schuld van krijgen?
Laat de moskeeën maar verdwijnen dan is er minder haat onder die “vredelievende” minderheids groepering daar komt de haat vandaan tegen alles wat niet islamitisch is !
Ook halsema,denk en al die mee heulers op link zin daar schuldig aan!!
Beste Geke,
Gemeentelijke theaters zijn net zoals evenzo gemeentelijke zwembaden befaamde zwarte gaten waar veel gemeenschapscentjes in kunnen verdwijnen zonder dat al te veel mensen daar iets van meekrijgen. Van een zwembad zou je nog kunnen zeggen dat daar meer maatschappelijk nut / winst behaald wordt (zwemlessen, sport, bewegen) dan een gesubsidieerd toneel waar vaak ook gesubsidieerde gezelschappen gesubsidieerde voorstellingen geven.
Maar ja, de garnizoensstad welbekend van de ordentelijke algehele evacuatie in de meidagen wil ook wat prestigieuzer en dat is dan een theater en geen zaaltje achter het café of in de Turkse feestzaal. Alhoewel die twee allebei prima zonder subsidie gelegenheid bieden.
Heden ten dage is dat niet meer genoeg om maar weer eens de optocht van vaderlandse kleinkunstenaars, Bulgaarse polyfone koren of modieus geënsceneerde toneelstukken/opera’s e.d. te brengen, maar moet ook de suffe faciliterende organisatie erachter ‘iets wezenlijks’ hebben.
En wat is dan makkelijker dan iets uit te kiezen dat zich op een prettige afstand bevindt en waarop de lokale invloed – met of zonder wezenlijk gevoelde emoties – nul komma nix is? Voorheen hadden we kernwapenvrije gemeentes, die ook een siddering teweeg gebracht zullen hebben bij de meneren met de rode knoppen onder handbereik.
En nu zijn we voor de pallie’s, waarbij we niet doorhebben dat er een fors uitgebuit deel hebben die de strijders mogen baren en opvoeden binnen een subsidiestelsel dat de haat altijd prettig laat doorpruttelen en diverse bovenlagen die er op een of andere manier in financiële zin altijd leuk uitspringen. Aan welk deel van de miljarden van weduwe Arafat had meneer Kaag ook al weer zo prettig financieel geadviseerd?
Hamas idem dito met een sterretje.
1) Het klinkt mooi, ‘ we zijn niet tegen mensen maar wel tegen instellingen’.
Het zijn toch mensen die instellingen oprichten?
Het is niet meer dan een variatie op ‘we zijn niet tegen joden maar wel tegen Israël’ of ‘ we zijn niet tegen mensen maar wel tegen naties’.
Mensen hebben belangen en niet alle mensen hebben dezelfde belangen. Daarom bestaan er grenzen en naties en landen en instellingen. Dat is gewoon uitoefening van zelfbeschikkingsrecht.
2) dan de kreet: we sluiten niemand uit. Ook heel mooi, maar doet iedereen daaraan mee?
Nee natuurlijk niet. De mensen die hun geloof willen opleggen aan anderen, die homo’s willen ophangen en de scheiding van kerk en staat willen opheffen, die vinden het prachtig dat ze niet ‘ uitgesloten’ worden. Want dan kunnen ze lekker hun gang gaan.
Kortom: de twee genoemde principes zijn naïef en gedoemd te mislukken.
Helemaal mee eens. Heb de petitie dan ook getekend