Bericht uit de toekomst
Hoe overheidsregels bizarre gevolgen kunnen hebben
- Bericht uit de toekomst - 8 september 2026
- Al dat begrip leidt tot normvervaging - 30 augustus 2026
- Over wantrouwen en verraad - 22 juli 2026

Beeld: Redactie OpinieZ
In de nabije, enigszins dystopische toekomst blijkt het leven van onze columniste Marcia van Gelderen een onverwachte wending te nemen. Vanuit haar onvrijwillige, door de Nederlandse overheid aangewezen, nieuwe onderkomen doet ze verslag van haar wederwaardigheden.
Tot nu toe voel ik me hier wel redelijk op mijn gemak. De ruimte is groter dan ik had verwacht en het eten is gevarieerd – gelukkig niet alleen Hollandse kost. Elke dag is er tijd en ruimte om te bewegen in de sportzaal, met allerlei apparaten die ik nu maar uitprobeer. Er loopt een fysiotherapeut rond; die ga ik vragen om een goed schema te maken, zodat ik mijn conditie kan opbouwen.
Na alle stress van de afgelopen tijd is dat hard nodig. Mijn linkerbuurvrouw is een islamitische vrouw met hoofddoek; ik heb haar mijn achtergrond nog niet uit de doeken gedaan. We worstelen allemaal met onze problemen, en zij zo te horen ook – ze wordt regelmatig gebeld, al begrijp ik niet goed hoe dat kan, want ik moest mijn eigen mobiel inleveren. De mannen die haar bellen spreken hard, te luid; ook al zitten er meters tussen ons, ik kan het toch horen.
Mijn rechterbuurvrouw is een gesloten type met lang, vettig haar, die weinig tot geen geluid maakt en veel leest. Ik weet niet waarom zij hier zit. Mijn overbuurvrouw is een echte Amsterdamse, haar tongval doet dat althans vermoeden. Ik was binnen no time op de hoogte van haar gezin, haar man en aanverwante misère. Ze zegt vaak dat ze denkt hier snel weg te kunnen komen, maar om de een of andere reden klinkt dat niet erg geloofwaardig.
We weten weinig van elkaar, maar ik ben de eerste paar dagen aardig opgevangen. Ik moest toen telkens huilen en kreeg van alle kanten troost. Ik kijk hier mijn ogen uit – dit is zo’n andere wereld. Gisteren kwam mijn familie op bezoek. Ze waren aangeslagen dat ik hier ben, maar hielden zich groot. Ik had zelf ook niet verwacht hier terecht te komen. Maar als je je morele kompas volgt, kan je blijkbaar in dit soort situaties terechtkomen.
Ondenkbaar
Vijf jaar geleden was dit ondenkbaar geweest in Nederland. Het begon eigenlijk heel gewoon. Ik ging even naar die winkel in K., waar dat alleraardigste echtpaar zulke lekkere spullen verkoopt. Ze kennen mij, en ik hen; ik vertrek er altijd met meer dan ik me had voorgenomen, terwijl ze me niets aanprijzen. Het zijn godvrezende mensen die met hart en ziel in God geloven. Mooi vind ik dat – soms zou ik ook wel zo willen zijn, zo sterk gelovend in een God die je beschermt en op wie je altijd kan rekenen.
Ze hebben altijd een goede klant aan mij; we hebben zelfs elkaars 06-nummer, zo vertrouwd zijn we met elkaar. Ik ging weg met de laatste wijn en tahin die ze nog hadden, want alles was die dag opeens uitverkocht.
En toen gebeurde het.
Inval
Onder het avondeten werd er ongeduldig op de deur geramd. Toen ik opendeed, vielen er vijf zwaar bewapende agenten binnen. Ze vonden zelf meteen hun weg in mijn huis en keken eerst of er andere mensen waren. Maar twee van hen liepen direct naar mijn eettafel, waar mijn bord eten stond en mijn glas rode wijn. Die wijn had ik die middag nog bij het echtpaar in K. gekocht; de fles stond er geopend naast, te chambreren. Een van de twee agenten hield triomfantelijk de fles omhoog. ‘Beet’, zei hij glimlachend.
De andere drie doorzochten ondertussen het huis. Kasten werden geopend, mijn kleren werden doorzocht, mijn slaapkamer werd binnenstebuiten gekeerd, zelfs het matras werd van mijn bed getild. Ze vroegen naar mijn mobiel, die meteen in beslag werd genomen, net als mijn laptop en mijn tablet. Ondertussen blafte een van hen dat mijn handen zichtbaar moesten blijven. Alles verliep in sneltreinvaart. Ik stond verstijfd in mijn eigen huiskamer.
Dit moést een vergissing zijn.
Maar voordat ik het wist, werd ik geboeid en moest ik met hen mee naar het bureau. Een agent had in de keuken nog een pot tahin gevonden, en dadels die ik de dag ervoor bij Albert Heijn had gekocht. De wijn, tahin en dadels werden in een tas gestopt die een van hen zorgvuldig sloot. Terwijl we naar het politiebusje liepen, hadden twee agenten een korte discussie of dit strafverzwarend zou zijn, omdat er niet één maar drie producten waren gevonden.
Ik was radeloos.
Op het bureau
Toen ik op het politiebureau opgesloten zat in een donker hok, kwam ik enigszins bij mijn positieven. Ik vroeg de dienstdoende agent waarvan ik nu eigenlijk werd verdacht, en kreeg te horen: ‘overtreding van de Wet verantwoord handelsverkeer met specifieke bezette gebieden’. Ik heb dit vervolgens talloze keren in mezelf laten rondgaan, want wat werd hier nu precies mee bedoeld?
Een wet met een geschiedenis
Ergens begon ik me toen te herinneren dat ik die ingewikkelde naam wel eens in het nieuws had gehoord, maar ik had er geen aandacht aan besteed. Ik wist natuurlijk wel dat er al jaren werd opgeroepen om Israëlische producten te boycotten. Vooral na 7 oktober werd dat bon ton. Eerst ging het vooral om producten uit de nederzettingen; later werd dat onderscheid minder belangrijk. Er verschenen toen in de media lijsten met producten en merken uit Israël, of van bedrijven die Israël steunen, die je ‘beter niet meer kon kopen’. Winkels werden hierover belaagd door activisten.
Ik herinnerde me toen opeens dat ik wel had gedacht aan de échte bezette gebieden, en dat dit er best veel zijn. Turkije bezet bijvoorbeeld een deel van Cyprus, Marokko de Westelijke Sahara, en China heeft Tibet al een eeuwigheid stevig in zijn greep. Ik nam dus aan dat die nieuwe wet daarmee te maken had. Pas tijdens het verhoor vorige week begreep ik wat met de woorden ‘specifieke bezette gebieden’ werd bedoeld. Dat besef drong door toen de twee agenten tegenover me bleven hameren op het feit dat de wijn uit Israël kwam, net als de dadels en de tahin uit mijn keuken.
Daarna hoorde ik dat het echtpaar uit K. diezelfde middag was aangehouden en dat hun telefoons ook in beslag waren genomen. Zo waren ze dus bij mij terechtgekomen. Ik zit hier nu in een cel en wacht op mijn proces. Dat kan nog wel even duren, want er blijken veel meer mensen zoals ik te zijn.
Het vonnis in zicht
Mijn advocate zegt dat ik rekening moet houden met zes jaar gevangenisstraf. Hopelijk worden het er wat minder vanwege mijn leeftijd en mijn blanco strafblad. De drie producten werken helaas in mijn nadeel, en misschien ook wel dat ik Joods ben en faliekant achter het bestaan van de staat Israël sta. Dat laatste wordt volgens mijn advocate gezien als een aanwijzing dat ik de producten bewust heb gekocht. Zelf had ik daar nog niet op die manier naar gekeken.
Ik probeer me nu maar in mijn lot te schikken. Inmiddels weet ik waarom mijn islamitische buurvrouw hier zit: bij haar thuis is één pot Israëlische tahin gevonden. Zij heeft dus waarschijnlijk een kortere straf te verwachten dan ik. We hebben inmiddels al wat recepten met tahin en dadels uitgewisseld.
Ik weet alleen niet of ik ze tot 2032 kan onthouden.
OpinieZ bestaat dankzij u! Geen betaalmuur, geen subsidie — OpinieZ is gratis omdat lezers zoals u ons steunen. Iedere bijdrage helpt ons onafhankelijk te blijven. |
|

Mooi verhaal Marcia! Het zou echt om te lachen zijn als het niet zo ernstig was!
Nederland glijdt steeds harder en verder af naar een op alle fronten bedenkelijk niveau!
Lijkt een beetje op wat advocaat Arno van Kessel en een aantal andere mensen tijdens Corona en de NAVO top is overkomen!
Brave new world.
De gedroomde wereld van D66 en PEO.
Is dit de voortzetting anno 1940/45 waar Nederland zo goed in was om onschuldige mensen op te pakken die geen kwaad in de zin hadden.
Gestapo/politie pak dat zooitje in Den Haag/Brussel/WEF op dat zijn de hedendaagse witteboordencriminelen die zelf alles doen wat verboden is!!
De juridische status van Samaria en Judea is niet ‘bezet gebied’, maar betwist gebied. Vóór 1967 had Jordanië het gebied illegaal geannexeerd. Toen het er later afstand van deed, was de status van het gebied onduidelijk. Dat VN, EU en het ICJ het nu als bezet beschouwen heeft meer met anti-Israëlisch vooroordeel dan met juridische onderbouwing te maken. Ik zie bovendien niet in, als burger van een land waar honderdduizenden vreemdelingen wonen, waarom Joden zich niet in hun oorspronkelijke stamgebied zouden mogen vestigen.
De Moslimbroederschap maakt school.