Tocqueville voorspelde dat de gelijkheidsobsessie de vrijheid doodt
Democratie sterft van binnenuit
Bijna tweehonderd jaar geleden maakte de Franse politieke filosoof Alexis de Tocqueville kennis met de nieuwe staatsvorm die in Amerika vorm kreeg: de democratie. Alhoewel hij daar sympathie voor had, zag hij scherp welke gevaren de democratie in zich droeg. Daarin heeft hij uiteindelijk gelijk gekregen nu we in de huidige tijd de malaise in de Europese democratieën niet meer kunnen ontkennen. De oorzaak daarvan: een te groot gelijkheidsstreven. Hoog tijd om zijn inzichten weer eens in de schijnwerpers te plaatsen.
Afgelopen november ontving Françoise Mélonio voor haar boek “Tocqueville” de prijs “Aujourd’hui”, een Franse prestigieuze literaire prijs die wordt toegekend aan werken die een licht werpen op de huidige tijd. Zij is de uitgeefster van zijn “Oeuvres Complètes” bij Gallimard. Ze is nu waarschijnlijk de meest gezaghebbende autoriteit over zijn werk.
Een aanleiding om kennis te maken met Alexis de Tocqueville, de nog altijd meest autoritaire stem over democratie. In zijn tweedelige werk “De la Démocratie en Amérique” (1835, 1840), waarvan het eerste deel verscheen toen hij dertig was, voorspelde deze Normandische edelman in welk moeilijk vaarwater de democratie zou belanden. Hij verwoordt zijn ideeën op meesterlijke wijze, zowel inhoudelijk als vormelijk, over onder meer de volgende thema’s: de band tussen democratie en gelijkheidsstreven, politieke leiders en hoe die gekozen worden, de rol van de overheid en publieke financiën, de vrije wil, de religie, de pers, rijkdom, en Amerika in de toekomst.
Actueel
Deze onderwerpen zijn actueler dan ooit. Elk van onderstaande zinsneden van bijna tweehonderd jaar geleden doet denken aan één of ander politiek kenmerk of twistpunt in democratieën vandaag. Kenmerken die de leefbaarheid en cohesie van onze democratieën verzwakten, zoals door Tocqueville werd ingeschat. Voor elk van de voornoemde thema’s verzamelden we de opvallendste uitspraken uit verschillende hoofdstukken van zijn tweedelige werk. De doelbewust niet al te vrije vertaling uit het Frans is de onze. Met zo nu en dan en tussen haakjes een toelichting of bedenking onzerzijds.
Democratie en gelijkheidsstreven
De mensen verkiezen gelijkheid boven vrijheid (Boek II, Deel 2, Hoofdstuk I). En hoe meer gelijkheid, hoe minder sterk de mensen als individu worden, hoe meer ze zich laten leiden door de massa, en hoe meer moeite ze hebben aan een mening vast te houden die de massa heeft verlaten (II, 2, VI).
In de eeuw van gelijkheid houdt men van gemakkelijke successen en van kleine pleziertjes (II, 1, III). Men vermijdt grote inspanningen, men heeft een oppervlakkige conceptie van de intelligentie, en men waardeert maar weinig het trage en diepgravende werk (II, 1, X).
In zo’n maatschappij waar alles op ongeveer hetzelfde niveau is, zullen de kleinste ongelijkheden kwetsen. En te midden van de overvloed, van hun rustige en gemakkelijke leventje, vallen mensen gemakkelijk ten prooi aan levensmoeheid (II, 2, VIII).
Het streven naar gelijkheid zal de zwakken ertoe brengen de sterken naar hun niveau te trekken (I, 1, III). De democratische instellingen bespelen die neiging door de afgunst te bevorderen (I, 2, V). (Afgunst is de vertaling van wat de auteur envie noemt, wat naast afgunst ook gevoelens van irritatie en haat inhoudt.)
Het voordeel van de Amerikanen is dat ze tot de democratie zijn gekomen zonder een democratische revolutie. (Hun revolutie was een strijd voor dekolonisatie.) Er was gelijkheid bij hen ontstaan. Maar als die gelijkheid wordt bereikt door een democratische revolutie, zoals de Franse, dan zal de haat aanhouden die ontstond door de ongelijkheid (I, 2, X, herhaald in II, 1, I). (Dat verklaart waarom jaloersheid een groter euvel is in Europa.)
Politieke leiders: wie en hoe gekozen
De natuurlijke instincten van de democratie zorgen ervoor dat merkwaardige mensen gewoonlijk niet in aanmerking komen als leiders. Een gelijkaardig sterk instinct maakt dat uitzonderlijke mensen niet kiezen voor een politieke carrière, omdat het daar voor hen moeilijk is om zichzelf te zijn en te leven zonder hun handen vuil te maken (I, 2, V).
Welke uitvoerige studie is niet nodig om een juist idee te krijgen van het karakter van een mens. De grootste genieën slagen er niet altijd in. Maar de massa zou dat wel kunnen! Het volk zal altijd snel oordelen en zich baseren op de meest opvallende feiten. Vandaar dat charlatans allerhande zo goed de kunst verstaan in de gratie van het volk te komen, terwijl de echte vrienden van het volk daar niet in slagen (I, 2, V).
Overheid en publieke financiën
Dient de overheid tussen te komen in private zaken? Enerzijds wensen velen die tussenkomst in de speciale zaak die hen aanbelangt, maar willen ze dat niet in de speciale zaken van de anderen. In zulk een atmosfeer breidt het actieterrein van de overheid zich altijd maar uit. De overheid zal meer en meer naar centralisatie neigen naarmate de democratie aan leeftijd wint (II, 4, III).
De smaak voor welvaart vermeerdert continu, en daar zal de overheid op inspelen (II, 4, V).
Elke stap naar gelijkheid vermeerdert het despotisme van de overheid. De attributies van de macht en het aantal functionarissen, een natie binnen de natie, stijgen dan en vervangen de aristocratie van weleer (II, 4, V).
Er wordt gestreefd naar een functie in de publieke sector. Het lijkt dat men via een job bij de overheid een gemakkelijk leven kan leiden op kosten van de publieke financiën. Het is begrijpelijk dat zulks de geest van onafhankelijkheid vernietigt, dat daarbij een omkoopbare en kruiperige atmosfeer kan gedijen, en dat dit alles improductieve activiteiten omvat, waardoor van alles in het land beweegt zonder het weliswaar te bevruchten (II, 3, XX).
Vrije wil
De Voorzienigheid heeft aan iedereen een graad van rede gegeven die nodig is om de zaken te regelen die hemzelf alleen aanbelangen. Dat is de grote stelregel waarop de civiele en politieke maatschappij in Amerika berust (I, 2, X).
De Voorzienigheid heeft de mens noch helemaal onafhankelijk noch helemaal slaaf gemaakt. Ze heeft rond ieder mens een al dan niet grotere cirkel getrokken waarbuiten hij niet kan komen. Maar binnen die ruime grenzen is de mens krachtig en vrij, evenals de volkeren (II, 4, VIII).
Religie
In de eeuwen van ongeloof moet men vrezen dat de mensen dag in dag uit hun wensjes zullen najagen, terwijl ze geen zaken betrachten die enkel na lange inspanningen worden verworven. Ze zullen dus niets groots bereiken of stichten (II, 2, XVII).
De godsdiensten bevorderen dat men zich gedraagt met het oog op de toekomst. Het is belangrijk dat zij die het land besturen dat doen met het oog op de toekomst (II, 2, XVII).
Pers
Wanneer een groot deel van de media in dezelfde richting spreekt, dan wordt hun invloed onweerstaanbaar. Kloppen de media altijd op dezelfde nagel, dan wordt de publieke opinie uiteindelijk bedwelmd door die slagen (I, 2, III). Hoe gelijker de mensen hoe meer het imperium van de dagbladen groeit (II, 2, VI).
Rijkdom
Omdat in Amerika iedereen een particulier goed heeft, erkent iedereen het recht op bezit. Dit in tegenstelling tot Europa waar men vaak bezwaren uit tegen bezit (I, 2, VI).
De mensen in een democratische maatschappij zijn er zich vaak niet van bewust dat er een sterke band bestaat tussen het vermogen van eenieder en de welvaart van allen (II, 2, XIV).
Het volk zal de rijken niet kunnen slaan zonder zichzelf te benadelen (II, 3, XXI).
Amerika in de toekomst
De Amerikanen zullen één van de grootste volkeren worden in de wereld. De rijkdom, de macht, en de glorie kunnen hen niet ontglippen (I, 2, X).
Een sympathisant van de democratie die tegelijk ook sceptisch was
Een deel van zijn familie ontsnapte aan de guillotine tijdens de Terreur (1793-4). Toch was Tocqueville geen reactionair. Hij was zich ervan bewust dat er een pagina omgeslagen werd en dat het tijdperk van de democratie onomkeerbaar was. Bovendien was hij niet zonder sympathie voor het nieuwe samenlevingsmodel dat hij in Amerika beleefde.
En toch is hij tegelijk twijfelend. Hij voorziet hoe die nieuwe staatsvorm zal ontaarden. Met als grootste breekpunt de spanning tussen gelijkheid en vrijheid. De gelijkheidsdrang vernielt beetje bij beetje de vrijheid, wat tot despotisme leidt die de democratie vernietigt.
Maar de massa is zich daar niet van bewust. Verschillende vormen van despotisme werden in de 20ste eeuw beschreven door Aldous Huxley en George Orwell.
Malaise
Voorbeelden van wat symbool staat voor de huidige malaise in de Europese democratie zijn de omvang van de welvaartsstaat, de ongebreidelde subsidies, de ongecontroleerde migratie, het daardoor dominante overheidsbeslag dat naar collectivisme neigt, de onmogelijkheid de tering naar de nering te zetten, de onmacht om verkiezingsresultaten om te zetten in regeringen, de veelheid van partijen, en de particratie. Euvels met als gemeenschappelijke deler de gelijkheidsobsessie.
Democratieën die sterven van binnenuit
Tocqueville’s pessimisme is nu bewaarheid. Hij gaf blijk van een uitzonderlijk beoordelingsvermogen. Hij was niet de enige. In 1786 meende de twintigjarige John Quincy Adams, de latere zesde president van Amerika, dat een te grote gelijkheid de vrijheid van allen in het gedrang brengt. Rond het midden van de 20ste eeuw schreef de Duitse ordoliberalist Alexander Rüstow dat gelijkheid in de zin van de Franse revolutie zou ontaarden in a race to the bottom. Wat Europa nu meemaakt. Democratieën die sterven van binnenuit.
Frank Boll doceerde economie in de VS, het VK en België en was consultant voor ondernemingen, financiële instellingen en institutionele beleggers.
OpinieZ is en blijft gratis voor u! Maar we kunnen een bijdrage in onze kosten natuurlijk goed gebruiken. U kunt een donatie doen via GoFundMe. U helpt daarmee OpinieZ in de lucht te houden. Dank voor uw aandacht.




De Franse Revolutie onderscheidde zich van de Amerikaanse Revolutie doordat het gelijkheid als zelfstandig doel stelde. Op dat moment was dat onvermijdelijk omdat Frankrijk adel had en geestelijkheid, terwijl dat in de VS niet bestond.
Na de Restauratie (1815) kwam de adel en geestelijkheid deels terug en tot 1918 bleef het streven om de gelijkheid te realiseren naar Amerikaans voorbeeld bestaan. Het ambitieniveau is opgetild van het nationale naar het internationale veld (de EU) en zelfs mondiaal (door middel van migratie en de 17 SDG’s).
De Amerikaanse Revolutie diende allereerst een nationaal doel: het was gericht op de VS zelf.
Maar na 1918 is de gelijkheid ‘gekaapt’ door het socialisme en onderdeel gemaakt van klassenstrijd en herverdeling op wereldschaal.
Het socialisme is een doctrine die maakt dat mensen verbaal gelijkheid gaan voorwenden en ingeslepen teksten herhalen om voor de buitenwereld de gewenste indruk te wekken. Tegelijkertijd is dit kwetsend voor het ego, omdat iedereen weet dat het alleen maar toneel is en nergens toe leidt.
Het is verstandig om samen te werken met anderen als dat een meerwaarde oplevert. Maar in het huidige Europa is samenwerking vaak een dwangmiddel dat juist de meerwaarde van mensen beperkt.
Intressant artikel
Vind ik ook. Het zet zeer tot nadenken aan over de huidige stand van zaken aangaande de houdbaarheid van “onze” democratie. Het artikel wijst duidelijk op de teloorgang van ons staatsbestel.
Daar had ik dit artikel niet voor nodig en onze democratie is al ver over de houdbaarheidstermijn.
Moeten we onze wetten niet eens gaan oppoetsen?
Handhaven.
Hebben we dan nog een democratie? Naar mijn mening niet, omdat al tijdenlang moslinks en alleen zij de dienst uitmaken. Ze hebben het over de democratie beschermen, terwijl juist zij die kapot hebben gemaakt.
Moslims geloven niet in menselijke wetten. Daar hoeven ze zich niet aan te houden, alleen de wil van god en die wordt uiterst subjectief uitgelegd door religieuzen, ayathollah `s enzo. Voor hun bestaat dus geen democratie en geeft die relgieuzen de almacht die ook nog een keer willekeurig is.
Als je dat geloofd is dat voor jou de waarheid en daar valt weinig tegen in te brengen.
Daarom moet islam uit het westerse openbare leven worden geweerd.
Gelijkheid klinkt dan ongelijkheid. Ongelijkgeid klinkt realistischer dan gelijkheid. Totale gelijkheid, wat een onmogelijke zaak is leidt alleen tot een dictatuur want alle neuzen een kant op kan alleen onder dwang. Ongelijkheid maakt ons juist vrij en divers wat positief is voor de samenleving maar er moet geen groep over de andere heersen want zij zijn allemaal nodig. Je eigen capabiliteit plaatst je vanzelf in een groep. Deze ongelijkheid brengt ons eerder in een harmonieuze samenleving. Is dat democratie? Mogelijk.
Dit artikel zou elke politicus moeten kennen. Dus naast het communisme, islam, socialisme, nazicisme kan óók de democratie ontaarden in een dictatoriaal systeem. De oorzaak van deze ontsporing vindt zijn grond in het streven om iedereen in het deugende spoor te houden en om afwijkingen af te straffen. En dat komt door te weinig zelfreflexie van de bestuurders die hun eigen fouten niet kennen maar wel die van hun medemens en hun macht misbruiken. Daarom is het Christendom nodig als basis voor de democratie.
Dank voor de column. Dus ook de democratie kan ontaarden in een dictatoriaal regiem net als het communisme, de islam, het nazicisme en het socialisme. Een waarborg om dat niet te laten gebeuren is de fundering die het Christendom ooit heeft gegeven waardoor de gedeelde macht en zelfreflexie in stand blijft. Moeten we die basis niet nog eens versterken?
Dat werkt natuurlijk niet. Hoe wil je dat doen in een land met scheiding kerk en staat, in ons land waar seculieren en niet-christenen een meerderheid vormen? Mensen verplichten zich te bekeren tot het Christendom? Openbaar onderwijs opheffen? Welke partijen zijn daarvoor te porren behalve wellicht de SGP?
Nee hoor, geen verplichting. Maar het christendom ligt aan de basis van de westerse democratie en van onze wetten. Ik denk dat je kernbegrippen zoals; individuele ontplooiing, zelfrefexie en aandacht voor de zwakkere van belang zijn. We komen al een heel eind als we onze eigen wetten respecteren en handhaven.
Het christendom heeft inderdaad de tweezwaardenleer opgeleverd: de scheiding tussen wereldlijk bestuur en geestelijk bestuur.
Maar de RK kerk heeft ook geleid tot de investituurstrijd in de 11de eeuw en later, omdat sommige vorsten hadden gemeend dat het slim was om een bisschop te benoemen in een bepaald gebied ipv een hertog of een graaf. De RK vond die benoemingen zo lucratief, dat die ‘erfelijk’ werden en vond dat de paus de benoeming mocht regelen ipv de koning.
De moderne democratie is voornamelijk ontleend aan de republiek Athene en de republiek Rome. Hobbes, Hume en de Founding Fathers hebben daar redelijk wat pagina’s over volgeschreven.
Echter de Griekse democratie is wezenlijk iets anders dan onze westerse variant.
Uiteraard en daarom schreef ik ook ‘ontleend’. In de eerste opzet van de VS en later in Europa werd er censuskiesrecht gehanteerd, wat in de praktijk betekende dat tot het einde van de 19de eeuw meestal maar 5 tot hooguit 10 % van de bevolking stemrecht had.
Maar een aantal centrale ideeën, zoals het niet-erfelijk zijn van bestuurlijke posities en een zekere mate van trias politica, worden al aangetroffen bij de Romeinen.
Later verder uitgewerkt in Engeland na 1688.
De scheiding tussen kerk en staat handhaven.
Wat tegenwoordig zien is natuurlijk niet louter het gevolg van de democratie zoals Alexis de Tocqueville dat bedoelde. Wat we tegenwoordig zien is ook de problematiek zoals Alexis de Tocqueville beschrijft maar voor het overgrote deel is dat natuurlijk ook aangewakkerd door media en geld van ……… (Vul maar in, NGO’s, George Soros, etc) Lang niet alles wat we zien is echt, tussen alle ongelijkheidsdrammers zitten natuurlijk een heleboel beroepsslachtoffers. Dus om nou te zeggen dat dit een logisch gevolg is van de democratie zoals Alexis de Tocqueville voorspelde is niet Accuraat. Het overgrote gedeelte is nep!