.wp-block-jetpack-rating-star span.screen-reader-text { border: 0; clip-path: inset(50%); height: 1px; margin: -1px; overflow: hidden; padding: 0; position: absolute; width: 1px; word-wrap: normal; }

Site icoon OpinieZ

Het geneuzel van staatsconciërge Samsom

Managementboekenschrijver, leiderschapshistoricus en veranderkundige.
Werkt op dit moment aan drie projecten:
1. Onderzoek naar Leiderschap in veranderingsprocessen (met de Kring Andragologie en de UvA).
2. Intellectuele geschiedenis: Leiderschapsadviezen in de Westerse cultuur, van Homerus tot Johan Cruijff.
3. Het boek: ‘Wijvenstreken’, het politieke spel van vrouwen in organisaties.
Laatste berichten van Joep Schrijvers (alles zien)

Er is een tijd van grote woorden, er is een tijd van geneuzel. En de ware leider weet wanneer hij welke woorden spreken moet. Helaas hoort de late erfgenaam van de socialist Joop den Uyl, Diederik Samsom, daar niet bij.

Afgelopen zaterdag kreeg Samsom de kans om in een interview in de Volkskrant zijn licht te laten schijnen op het vluchtelingenvraagstuk: een kans om staatsmanschap te tonen. Veel verder dan een ik-weet-het-niet en ik-kan-het-ook-niet-helpen kwam hij echter niet. Hier sprak geen leider, hier sprak een filiaalchef.

Nederland, Europa, is door de vluchtelingencrisis serieus op drift geraakt: burgers staan tegenover burgers, de staat kan haar grenzen niet bewaken en menigeen vreest de import van godsdienstoorlogen en de ellende van etnische twisten. In zulke tijden is er echter meer nodig dan praktische nuchterheid.

Hier sprak geen leider, hier sprak een filiaalchef

Beton spuiten voor woningen is echt het probleem niet, zelfs de werkverschaffing is dat niet, laat staan het geld. 60.000 vluchtelingen werken we wel weg en als het moet doen we het nog eens en nog eens. Was het vluchtelingenvraagstuk maar een logistiek probleem, was het dat maar! Dan had Samsom de juiste woorden gesproken.

Maar nee, over de twee grote existentiële vragen van de Nederlandse staat stamelde hij slechts en zweeg hij.

De eerste vraag luidt toch: Is de continuïteit van de Nederlandse staat in gevaar nu de staat geen zeggenschap meer heeft over haar grenzen? De gemakzucht waarmee Samsom langs dit vraagstuk scheerde “Het gaat niet om het tegenhouden van mensen. Dat zal nooit lukken” liet zien dat hij geen leider is. Natuurlijk gaat het daar wél om.

Want als de staat geen zeggenschap meer heeft over haar grenzen, dan is de staat zelf in gevaar en uiteindelijk de samenleving die zij dient. De staat boet dan aan geloofwaardigheid in omdat iedere burger ziet dat zij krachteloos is geworden en geen mensen buiten de deur kan houden of toelaten naar haar eigen criteria.

Kan de Nederlandse staat de strijd van burgers onderling gepacificeerd houden?

Deze existentiële crisis van de staat is nog dieper, nu de Nederlandse staat haar zeggenschap over haar grenzen halfslachtig heeft uitbesteed aan iets dat geen staat is: Europa. Hoe veilig ben ik in zo’n staat? Hoe waarborgt deze staat de continuïteit van mijn bestaan? Dat denkt de burger, dát voelt hij. Maar niet Samsom, niet de leider van de sociaaldemocratie.

De tweede existentiële vraag ligt in het verlengde van de eerste: Kan de Nederlandse staat de strijd van burgers onderling gepacificeerd houden? Er gaan inmiddels stenen door de ruiten van barmhartige verwelkomers zoals er keien geslingerd worden door de ramen van PVV-aanhangers. Nu zijn het nog stenen. De eerste jerrycans doken ook al op. Wanneer worden de bommen gekneed?

Op de achtergrond hiervan speelt de onderhuidse angst voor en dreiging van etnische en religieuze conflicten. Is de Nederlandse staat bij machte een godsdienstoorlog hiér tussen moslims onderling, en moslims en niet-moslims in de kiem te smoren? Dat moet de grootste zorg zijn van onze leiders en niet zoiets als de duur van asielprocedures. Dat laat je over aan je officemanagers.

Op een nieuwe godsdienstoorlog zit niemand te wachten

Het moderne Europa is gesticht op drie trauma’s: de holocaust, de bittere sociale kwestie van de negentiende eeuw én de godsdienstoorlogen van vierhonderd jaar terug. Op een nieuwe godsdienstoorlog zit niemand te wachten.

Alleen een trotse, seculiere en democratische rechtstaat is in staat om de grenzen van haar orde intern en extern te bewaken en te verdedigen. Maar daar heb je wel politieke leiders voor nodig en geen conciërges van staat.

Mobiele versie afsluiten