Advertenties

Hunkeren naar machines

Op een verjaardagsfeest vertelde de buurman hoe hij zijn hele muziekcollectie had gedigitaliseerd en hoe hij tegenwoordig zijn smartphone als afstandbediening gebruikte. Ik was onder de indruk. Zelf worstel ik me door het leven met vijf afstandbedieningen, diverse cd-spelers, een smart-tv en nog een hele reeks devices die mij vaker hun wil opleggen dan omgekeerd.

Gelukkig stond ik niet alleen. De echtgenote van de buurman zei dat ze na de digitaliseringsactie van haar man geen apparaat meer kon bedienen. Ze had een oude transistorradio van zolder gehaald om naar muziek te kunnen luisteren.

In het nieuws en in het alledaagse leven tekent zich regelmatig een scherp contrast af tussen superieure technologie enerzijds en kneuzige mensen anderzijds. De mens is de stoorzender van technologische idealen. Vliegtuigen storten niet neer door technische gebreken, maar door moedwil en falen van individuen. ICT-projecten mislukken door een opeenstapeling van miscommunicatie, hoogmoed, hebzucht en tunnelvisie.

Ook de OV-chipkaart haalde het nieuws weer. Het was al bekend dat OV-vervoerders jaarlijks zo’n twintig miljoen euro overhouden aan vergeetachtige mensen die niet uitchecken. Nu blijken de tolpoortjes weer te laag. Een beetje zwartrijder wipt er zo overheen. De oplossing voor al dat menselijke falen is eenvoudig: méér machines. Een alcoholslot, een (hoog) tolpoortje, een enkelband en een hardloop-app. Misschien kunnen in de toekomst robots de planning van ICT-projecten bij de overheid overnemen.

Van efficiënte bedrijfsvoering snap ik al even weinig als van het bedienen van huistechnologie. Toch knaagt de vraag of techniek inderdaad de oplossing voor alles is. Zou het investeren van miljarden in tolpoortjes en ov-chipsystemen werkelijk efficiënter zijn dan het inhuren van wat extra conducteurs? De historicus en techniekfilosoof Lewis Mumford (1895) zou het betwijfelen. Mumford liet in zijn onderzoeken naar de industriële revolutie zien dat de invoering van machines in veel gevallen leidde tot verlies aan productiviteit, zonder dat dit het optimisme over techniek ooit temperde. Volgens Mumford berust ‘de mythe van de machine’ op een ideologie: problemen worden zo geformuleerd dat het lijkt alsof ze alleen met technologie opgelost kunnen worden. De ideologie van de machine is in het tijdperk van industrialisatie gehuld in een taal van productiviteit en doelmatigheid. Of productiviteitsdoelen ook worden bereikt is echter ondergeschikt, zegt Mumford. De machine is zelf het ideaal.

Als het zo werkt, lijkt het me de moeite waard om vraagstellingen op hun ideologische hunkering naar ‘meer machines’ te onderzoeken. De taal van de techniek gaat in deze tijd niet meer alleen over control en efficiency. Technologie staat ook in dienst van veiligheid, gezondheid of sociaal verkeer. Maar het mechanisme is wellicht hetzelfde: de mogelijkheden van de machine reiken ons een taal en perspectief aan waarbinnen we onze behoeften gaan begrijpen. Grote ICT-projecten, zoals het onlangs gestrande ERP van het ministerie van Defensie, ontstaan uit wensen die worden geformuleerd in de taal en metaforiek van de database: “financiële, logistieke en materiële processen verbinden”. En toegegeven, sinds mijn buurman zijn muziekcollectie heeft gedigitaliseerd, voel ik het gemis dat ik in de avonduren geen playlists meer kan afspelen die perfect bij mijn stemming passen.

 Harrie van Rooij is filosoof en communicatieadviseur

Over de auteur

Recente columns
Advertenties

1

Reacties zijn welkom. Graag kernachtig, niet meer dan 15 regels (ca. 200 woorden). Er wordt gemodereerd. De spelregels staan in de voettekst. De redactie gaat niet in discussie over geweigerde reacties.

  Abonneren  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op

[…] Dit artikel verscheen afgelopen weekend op het webmagazine Opiniez. […]