Naast de Zwarte Piet-discussie, de hoofddoekjesdiscussie en de vluchtelingendiscussie heeft Nederland minstens nog een andere discussie die steeds weer blijft terugkomen. Het is de orgaandonatiediscussie. Meer precies: het nierdonatiedebat.
De vraag is heel simpel: ben je van nature donor, tenzij je aangeeft dat je dat niet wil zijn? Of is iedere Nederlander in principe niet-donor, tenzij hij zich bekendmaakt als donor, via een codicil.
In Nederland hebben we het laatste systeem, maar D66 doet (alweer) een poging om dat te veranderen. De laatste keer dat het onderwerp in de Kamer werd behandeld was in 2007 en toen sneuvelde het, onder andere door CDA en VVD. De voorstanders wijzen erop dat veel bruikbare organen verloren gaan doordat mensen te lui zijn om een codicil in te vullen. Zij willen daarom naar het ‘Ja, tenzij’ systeem. Tegenstanders vinden dat een onduldbare inbreuk op de integriteit van het lichaam of hebben religieuze bezwaren.
een doembeeld van een overheid die lukraak organen pakt van haar onderdanen
Op deze site schreef @YorienvdH dit weekend een stuk tegen het nieuwe voorstel van D66. Het bevatte de vertrouwde elementen, maar bevatte daarnaast de onnodige denkfouten, retorische verdraaiingen en onzin die ik graag even recht wil zetten.
Ze begint al snel te fulmineren tegen ‘moraalridders op hun witte paard’ (hier worden twee uitdrukkingen verhaspeld) die haar een egoïst vinden. Daar verzet ze zich tegen en ze vindt dan ook dat geen ‘overheid, stichting of organisatie’ zich met haar organen mag bemoeien. ‘Ik ben geen openbaar bezit’. Om de alinea af te sluiten met een pathetisch ‘Dein Körper gehört Deiner Nation’. Want Duits doet het nog altijd goed bij zulke onderwerpen en zo zitten we al weer bijna in het Derde Rijk.
Hier wordt een doembeeld geschetst van een overheid die lukraak organen pakt van haar onderdanen wanneer het haar uitkomt. Het is te idioot om op in te gaan. Het enige wat ter discussie staat is de keuze: ben je in beginsel wel of geen donor. In België en Denemarken is die uitgangspositie ‘wel’ en de overheid eigent zich daar bij mijn weten niet in het wilde weg organen toe.
Nog bonter maakt ze het vervolgens door een potje te huilen over de reacties die haar ten deel vallen. ‘Zij zijn altruïstisch. Ik ben een bruut’. Reacties die niet altijd even vriendelijk zijn, maar waar ik me wel wat bij voor kan stellen, gezien de ijskoude toon. Het is zelfs een tikje pervers om het ‘ja-kamp’ van een gebrek aan altruïsme te betichten.
Nieren voor mensen die anders
niet geholpen kunnen worden
Overigens haalt ze hier twee onderwerpen door elkaar: de discussie die nu voorligt en het dragen van het donorcodicil. Er zijn genoeg mensen die zich hebben aangemeld als donor, maar toch voor handhaving van het huidige stelsel zijn. Dat kan. Afgaand op haar betoog, lijkt Yorienvdh geen donor.
Ze sluit haar betoog af met het wijzen op een ontwikkeling die in opkomst is, nierpatiënten die zelf een donor vinden. Dat is inderdaad een prachtige ontwikkeling en deze transplantaties zijn ook medisch succesvoller. Maar niet iedereen kan een donor vinden. En daar gaat het debat over. Nieren voor mensen die anders niet geholpen kunnen worden.
De auteur wenst die mensen succes (‘ik meen het’). Dan kan het D66-voorstel ‘in de shredder’. Hebben we dat ook weer gehad’, zucht ze vermoeid. Dat dacht ik ook na het lezen van haar stuk.
