Advertenties

De Gordiaanse Euroknoop (2): de herverdeling van de armoede

De One-Size-Fits-All-doctrine werkt niet

Foto: Pixabay CC0

Met de te dure euro zijn de economie, werkgelegenheid en financiën van de zwakkere EU-landen in het slop geraakt en wordt het herstel op eigen kracht geblokkeerd. Het door de Trojka aan die landen opgelegde veel te stringente procyclische bezuinigingsbeleid (in tegenstelling tot het Keynesiaanse contra-cyclische begrotingsbeleid) heeft de economische en sociale problematiek verergerd.

Als gevolg hiervan ontbreekt het in de zwakkere eurolanden ook aan voldoende maatschappelijk draagvlak om de noodzakelijke hervormingen door te voeren.

Aan de andere kant van het eurospectrum, in de sterkere landen, tast de voor deze landen juist te goedkope (ondergewaardeerde) euro de koopkracht ernstig aan. En, in combinatie met het ultra-lage-rentebeleid van de ECB, geeft dat ook een giftige voedingsbodem voor ‘import van inflatie uit het buitenland’ met (vastgoed)bubbles en risico’s voor economische oververhitting. Met een nog verder koopkracht-aantastende prijs/loonspiraal als gevolg.

Betonblok

Hervormingen in de zwakkere landen, zelfs indien deze overal adequaat doorgevoerd zouden zijn, kunnen de economische kloof met de sterkere landen niet overbruggen. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen nu eenmaal véél te groot. En indachtig de lessen van Keynes is de sinds 2010 toegepaste eurocrisis-aanpak van de zwakste eurolanden, Griekenland bij uitstek, als ‘zwemles met een betonblok aan de benen’ (een veel te dure wisselkoers). Omdat de economieën van de zwakkere eurolanden achter blijven, zijn nationale en internationale investeerders naar economisch sterkere eurolanden gevlucht waar het investeringsrisico laag is en wel rendement behaald kan worden. En om de cirkel rond te maken, wordt daardoor de economische kloof tussen de zwakkere en de sterkere landen nog groter, met een averechts effect op de economische integratie.

One-Size-Fits-None euro

Bovendien zijn er hedendaagse praktijkvoorbeelden, zowel die van landen met vergelijkbare economische ontwikkeling en nauwe onderlinge handelsbetrekkingen elders op de wereld (Australië/Nieuw-Zeeland en Canada/VS) als die van EU-landen zonder de euro (Denemarken/Zweden). Daaruit blijkt dat, juist als gevolg van onderlinge wisselkoersflexibiliteit en rentedifferentiatie, de economieën, werkgelegenheid en welvaart van die individuele landen beter worden gediend. Maar ook de onderlinge grensoverschrijdende handel en economische integratie tussen die landen.

De onmogelijkheid van onderlinge wisselkoersaanpassingen en rentedifferentiatie is, zeker in de gegeven omstandigheden, juist geen voordeel, maar de ‘bottleneck’ van de euro: geen one-size-fits-all, maar one-size-fits-none. Zo luidt de economische theorie en de praktijk van de eurocrisis heeft deze theorie op hardvochtige wijze bevestigd. Het euro-experiment is dus op deze manier een nogal zinloze exercitie.

Symptoombestrijding

Omdat de politieke beleidsmakers bij de invoering van de euro de noodzakelijke monetaire instrumenten (onderlinge wisselkoersaanpassingen en rentedifferentiatie) overboord hebben gegooid, is de boel volledig in het honderd gelopen. Er is een enorme economische, sociale, financiële, humanitaire en ook politieke ravage aangericht.

Gegeven de one-size-fits-none structuur van de euro komt het sinds 2010 gevoerde eurocrisisbeleid van peperdure noodfondsen – meer dan € 500 miljard – en ontwrichtend en peperduur ECB-beleid – inmiddels ca. € 2.750 miljard en ‘still counting’ – om de Zuidelijke landen en de euro(zone) te ‘redden’ neer op dweilen met de kraan vol open. Een heilloze en peperdure symptoombestrijding op kosten van de burgers van de sterkere landen.

Verder zijn in het Eurobetalingssysteem, TARGET-2, de (letterlijk ‘waardeloze’) vorderingen van de Nederlandse en Duitse centrale banken op die van de Zuidelijke eurolanden tot eveneens astronomische hoogte (ca. € 1.000 miljard) opgelopen. Ondertussen zijn de zogenoemde Non-Performing-Loans (leningen waarop geen rente en aflossingen meer worden betaald) in de eurozone voornamelijk in de Zuidelijke eurolanden opgelopen tot ruim € 1.000 miljard. En met deze cijfers hebben we het nog niet eens gehad over de immense inkomens- en winstschade bij de Europese burgers en bedrijven als gevolg van het niet-functioneren van de euro.

Herverdeling armoede

Op deze wijze wordt niet de welvaart in alle eurolanden verhoogd, zoals ons bij de invoering van de euro toch plechtig was beloofd, maar wordt uitsluitend de toenemende armoede in Zuid-Europa over de burgers van de sterkere Noordelijke landen herverdeeld. Al-met-al is het verklaarbaar dat, ondanks de aanhoudende crisis-mode van de ECB, de economieën in de Zuidelijke eurolanden zelfs in de huidige mondiale hoogconjunctuur achterblijven met een structureel hoge werkloosheid. En hierbij is het zeer zorgelijk dat, bij de onvermijdelijk weer aankomende cyclische economische neergang, de ECB dan geen stimuleringsmaatregelen meer voorhanden heeft.

Economie vs. politiek

Vanuit (monetair) economisch perspectief bezien ligt de ontmanteling van de euro met de (her)introductie van een Europees wisselkoersstelsel op basis van nationale munten voor de hand. Een teruggang naar nationale munten betekent overigens wel dat we dan ook afscheid moeten nemen van de voordelen van de euro. Want die zijn er wel degelijk. Hierbij valt te denken aan de gemakken van prijstransparantie en één-en-hetzelfde betaalmiddel binnen de gehele eurozone, alsook de inbedding van het economisch machtige Duitsland in het grotere Europese geheel. Verder valt te noemen de afwezigheid van valutaspeculatie binnen de eurozone. En het was bovendien de bedoeling dat de euro zou moeten uitgroeien tot een dominante internationale handels- en reservevaluta, naast de US-dollar. Al die voordelen en overwegingen verliezen we dan.

Splijtzwam

Het zij dan maar zo. Al die (potentiële) voordelen van de eenheidseuro zijn immers meer dan ruimschoots overvleugeld door de nadelen. En ‘Europa’ houdt echt niet op te bestaan bij de ontmanteling van de euro. Integendeel, de euro is juist een gevaarlijke splijtzwam voor de samenwerking binnen de EU. Geheel rimpelloos zal het niet zijn, maar als we de overgang naar een nieuw Europees wisselkoersstelsel op basis van nationale munten adequaat regelen, zullen economie, werkgelegenheid en welvaart in alle eurolanden alsook de Europese Interne Markt al snel een stevige en duurzame impuls krijgen. En het gevaar van de euro als politieke splijtzwam verdwijnt daarmee ook.

Maar ondanks de ratio, het gezond verstand, ligt het opgeven van de euro, zelfs alleen al die gedachte, zeer gevoelig bij de politieke elites in alle eurolanden, ook in Nederland. Daarmee zouden immers ook zij moeten toegeven dat de invoering van de euro in 1999 en het sinds 2010 daarmee voortmodderen flagrant foute – en dus onverantwoorde -politieke beslissingen zijn geweest.

© OpinieZ.com 2018. U kunt dit artikel delen via de knoppen onder de advertenties.

Het inleidende artikel van prof. Kees de Lange “De molensteen om de nek van de eurozone” leest u 👉🏽 Hier.
Deel 1 van het drieluik “De Gordiaanse Euroknoop” van André ten Dam leest u 👉🏽 Hier

Advertenties