Advertenties

Het antisemitisme keert terug – een onverdraaglijke gedachte

Immigratie uit het Midden-Oosten brengt Jodenhaat mee

Titelfoto by Boris Niehaus is licensed under CC BY-SA 4.0

Eind 2017. President Trump heeft Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkend. In Amsterdam ramt een man de ruiten van een Israëlisch restaurant kapot. In Stuttgart verbrandt een Alahu Akbar scanderende menigte Israëlische vlaggen. In Berlijn, notabene vlakbij het Holocaust monument, idem dito.

In Malmö wordt een brandbom naar een synagoge gegooid en klinkt “dood aan de Joden”. In Parijs wordt een dame met een Israëlisch vlaggetje omringd door agressievelingen die het vlaggetje uit haar handen proberen te slaan. De aanwezige politieagenten ondernemen niets om de boosdoeners tot de orde te roepen.

Leon de Winter en Esther van Fenema

Ik zie een gesprek bij Café Weltschmerz waarin schrijver Leon de Winter en psychiater Esther van Fenema, beiden van Joodse afkomst, met elkaar spreken. Het is een ingehouden gesprek waarin Leon de Winter op een gegeven moment zegt dat het niet meer goed komt met de Joden in West-Europa, als het huidige beleid wordt voortgezet.

“Het is voorbij” zegt Leon de Winter. “We zien het slot van die gruwelijke onbeantwoorde liefde van Joden voor Europese culturen”. Esther van Fenema, die toch wel wat gewend is, lijkt even van slag. Het zijn zulke wrange, schurende woorden. Maar wat kun je er tegenin brengen?

Migratie en antisemitisme

De Europese elite weet, wat zij doet. Ze wéten dat het toelaten van een grote stroom niet gescreende immigranten uit islamitische landen onherroepelijk gaat ten koste van de veiligheid van hier levende Joodse burgers. Niet alleen vanwege de eeuwenoude traditie van Arabisch antisemitisme die zij meenemen. Ook omdat ze een illusie najagen, de illusie van westerse welvaart die voor velen uitloopt op een uitzichtloos en armoedig bestaan in een buitenwijk. Waarna de rancune toeslaat en de agressie zich richt op die ene groep die, zowel hier in het Westen als in het Midden-Oosten er wél wat van weet te maken. Welvaart en democratie brengen zij in plaats van haat en rancune.

Vreemd genoeg leidt deze voor ons nieuwe vorm van islamitisch antisemitisme tot een weer tot leven komen van het oude, wellicht sluimerende, West-Europese antisemitisme. Ik merk het overal. Soms in kringen en bij mensen, van wie je het niet zou verwachten.

Familiegeschiedenis

Mijn gedachten gaan terug naar mijn grootouders. Ik schreef er al over in mijn 4 mei bijdrage voor OpinieZ: het ondenkbare herdenken. Daarin had ik het over mijn grootouders die er in het vrolijke, vooroorlogse Amsterdam een uitgebreide Joodse vrienden- en kennissenkring op nahielden. Sommigen van hen keerden terug van de concentratiekampen; de meesten niet.

Aus der Fünten

In die familiegeschiedenis duikt het bizarre verhaal op van de oorlogsmisdadiger Ferdinand aus der Fünten, één van de Drie van Breda, de man die leiding gaf aan de deportatie van Joden vanuit de Zentralstelle für jüdische Auswanderung aan het Adema van Scheltemaplein in Amsterdam. Ferdy aus der Fünten die met zijn zieke hond langs kwam in onze dierenartsenpraktijk in de Johannes Verhulststraat. Terwijl de Nazi zich in de spreekkamer begaf paradeerde mijn oma met zijn pet door de gang om hem belachelijk te maken. Mijn vader zag het als kind en heeft het nooit vergeten.

Jacques Presser

Laatst las ik een stuk van Jacques Presser over dezelfde Aus der Fünten. Hoe die de bij razzia’s opgepakte Joodse mensen verzamelde op een binnenplaats en dan urenlang in de weer was om een selectie te maken tussen degenen die op transport gingen (hun dood tegemoet) en degenen die mochten blijven. Dat duurde altijd tot klokslag vijf uur ’s middags. Wie dan nog niet was aangewezen om te mogen blijven moest op transport. Presser stond daar ook met zijn vrouw Debora. Om tien voor vijf werden ze door Aus der Fünten op het nippertje nog uit de rij gehaald. Leven! Later werd Presser’s vrouw toch opgepakt tijdens verzetsactiviteiten. Zij overleefde de oorlog niet. Jacques Presser schreef er later dit prachtige gedicht over:

De voetstappen die nimmer kwamen:
Tot zelfs hun echo is gedoofd.
Zij zijn als de verloren namen
Waarvan alleen de gek gelooft

Dat zij eens, aan het eind der dagen,
Gelezen worden en onthuld,
Waar wij staan met ons zinloos klagen,
Met onze angst en onze schuld,

Waar ik herkennen zal de schreden
Van wie eens in de schemerzee
Onhoorbaar was teruggegleden:
Eurydice, Eurydice…

Presser vertelt ook over een ouder Joods echtpaar op de binnenplaats waarvan de vrouw op transport moest, maar de man van Aus der Fünten mocht blijven. Toen de man bezwaar maakte tegen het vertrek van zijn vrouw sprak Aus der Fünten lachend: “Prima, dan gaan jullie beiden op transport”. En tekende beider doodvonnis.

Dat gebeurde allemaal in het brave Amsterdam-Zuid, terwijl het leven doorging. Het was een vorm van waanzin die met geen pen is te beschrijven en waarvan ik nooit gedacht heb dat het in één of andere vorm weer terug zou keren. Maar nu begin ik anders te denken.

Geen helden

Mijn opa en oma waren geen helden, zoals ik het waarschijnlijk ook niet zou zijn. Ze hebben geen onderduikers in huis genomen. Ze zaten niet in het Verzet. Ze stonden wel aan de goede kant en ja, opa heeft een keer het Verzet geholpen om een waakhond uit te schakelen bij een overval. Verder waren ze voorzichtig. Daardoor overleefden ze, net als het gros van de Nederlanders. Dat gold niet voor onze Joodse bevolking, van wie 75% de antisemitische waanzin niet zou overleven.

Moordenaars

Nee, de Nederlanders in het algemeen waren de moordenaars niet. Dat waren de antisemitische Nazi’s en een groep Nederlanders die met hen heulden. Maar dit land heeft een dure plicht dat zoiets nooit, nooit, nooit meer kan gebeuren. Daarvoor is nu een beleidsomslag nodig. Een ander immigratiebeleid. Desnoods afgedwongen met nationale grenzen. Betere educatie over de Holocaust. En last but not least een zero-tolerance beleid ten opzichte van alle vormen van antisemitisme.

Leon de Winter denkt – met recht en reden – dat het al te laat is. Laten we het uiterste doen om het tegendeel te laten gebeuren.

Over de auteur

Jan Gajentaan
Jan Gajentaan
Amsterdammer in Rotterdam, blogger, schrijver van e-books, voetbalvader, Volvo 940 rijder, in het dagelijks leven Recruitment / Human Resources Consultant.