Advertenties
Recent:

De vrijheid waar het fundamenteel over gaat

Welke vrijheid herdenken we nu eigenlijk? Als filosoof ben ik graag cynisch over de liberale definitie van vrijheid: Veronica-liberalisme noemde een filosoof dat eens. Gewoon lekker je ding kunnen doen. Normaal gesproken word ik niet moe om daar tegen te ageren, vrijheid in de moderniteit is een onzinnige vrijheid.

God als vrijheid
Het liefst begin ik dan in de dertiende eeuw. Toen veroorzaakte William van Ockham een breuk met daarvoor en daarna. Daarvoor was vrijheid het volgen van God. En dat kon vrijheid zijn, omdat God ons beter kende dan dat wij onszelf kenden en ons meer liefhad dan dat wij onszelf liefhadden. Zijn pad volgen, kon dus niets anders zijn dan het beste doen voor onszelf. Jezelf verbinden met God en je aan hem “onderwerpen” was in die zin een daad van vrijheid. Vrijheid door buiging, zoiets.

Na William van Ockham en het voluntarisme begint dat beeld langzaam in elkaar te zakken. God, zo stelde deze denker, is niet gebonden aan de menselijke definitie van “goed”. Hij kan morgen zeggen dat moord goed is, dat martelaarschap slecht is, hij had zelfs een ezel kunnen laten kruisigen. Mijn zeer gewaardeerde, digitale katholieke vriend A. stelde hierbij terecht de vraag of Reve dit misschien niet indachtig had in zijn fameuze passage over God als ezel.

Vrijheid in de Verlichting
Als ik dit punt duidelijk heb gemaakt, ga ik door met mijn betoog. Als dan in de 17e eeuw, – als voortvloeisel van die beweging in de 13e eeuw, want als God niet meer de weg en het leven is, wat dan wel? – het subject ontstaat gaat het helemaal mis.

Foucault legt de nadruk mooi op de paradox van de term subject. De vrije mens van de Verlichting eigent zichzelf een term toe die in feite “het onderworpene” betekent. Terwijl het nu juist de kwintessens is van die Verlichtingsmens dat hij zich niet meer wil onderwerpen. Daar ontstaat dan wat ik de paradox van de Verlichting noem: de mens is eindelijk “vrij”, niet meer onderworpen, maar door de dood van God heeft hij geen idee meer wat hij nu met die vrijheid aan moet.

En ik sta hier niet alleen in, hè. Ik haal Kierkegaard erbij, Hegel, Schelling, Scruton. Allemaal denkers die vrijheid definiëren als een vrijheid door binding. En hetzelfde zien we in de ideeëngeschiedenis: de Romantiek raakt zo erg in de war van het wegvallen van het waartoe van de vrijheid, dat ze obsessief naar binnen gaat kijken.

Daarbinnen
Rilke zal dan ook dichten: “Nergens, geliefde, zal wereld zijn als in ons.” Novalis zal zeggen “naar binnen, gaat de mysterieuze weg”. Maar uiteindelijk gaat het denken voort en komen we, met de dood van het subject in het Franse postmodernisme, tot de conclusie dat daarbinnen ook het antwoord niet ligt.

Ik haal nog wat andere denkers erbij, Augustinus en de Jezuïeten en zo houd ik mijn betoog dat van die hele complexe definitie van vrijheid van de premoderne tijd weinig rest en er van die hoogstaande term niets anders is overgebleven dan “lekker doen wat je wilt” en dat dat dan vrijheid zou zijn.

Kritiek
Leuk om te doen, goede intellectuele exercitie ook. Maar natuurlijk ook een beetje pretentieus en aanstellerig. Dat wordt duidelijk op 4 en 5 mei: die vrijheid die ik dan zo bekritiseer is de fundamentele vrijheid, die onder alle andere vrijheden ligt.

Ik kan kritiek uiten op die vrijheid, omdat ik kan zeggen wat ik wil, zijn wie ik ben en denken wat ik wil denken. Het is als de democratie bekritiseren (ten bate van, bijvoorbeeld, een aristocratisch systeem), in een democratie, waardoor je juist de ruimte hebt om diezelfde democratie te bekritiseren.

Dát herdenken we op 5 mei. De dankbaarheid voor de ruimte om alle mogelijke kritiek te uiten, vragen te stellen. “Kunnen zijn wie je wilt zijn” is misschien een makkelijke definitie van vrijheid, maar dat het een makkelijke definitie is, maakt de vrijheid niet minder fundamenteel.

© OpinieZ.com 2017

Advertenties
About Peter van Duyvenvoorde (45 Articles)
Masterstudent filosofie en theologie
%d bloggers liken dit: