Die twee minuten zijn nu weer van ons

4 mei was altijd een bijzondere dag tijdens onze korte jeugd. Er heerste een gespannen sfeer die door mijn broers en mij werd ervaren als iets bijzonders, maar niet negatief. De apotheose van deze zwijgzame ingehouden dag kwam om klokslag 20:00 uur. Met onze neuzen tegen het raam zagen we de straatverlichting twee minuten branden en weer uitgaan. Onze ouders gedroegen zich anders op die dag dan op alle andere dagen van het jaar. Het is altijd een bijzondere dag gebleven.
 
Titelfoto: Ernst Lissauer

 
Dimensie
Wij konden die dag niet delen met anderen. Hij was van ons. We deden er niet veel mee en tegelijkertijd wisten we ieder met onze eigen invulling dat het betekenisvol was. Er kwamen verder geen emoties bij, geen toespraken, niks bijzonders dan naar dat tijdstip toe leven. Het smalle weggetje door de Haagse Vogelwijk was met die bijzondere lantaarnpaal ons speelgebied. Nu zagen we het in een heel andere dimensie vanachter het raam. Het was niet meer de uitnodigende speelplaats die het de rest van het jaar was. De lantaarnpaal was nu geen klimpaal, maar had een voorname status deze dag. Iets zorgde ervoor dat tijdens volstrekt daglicht de lantaarn twee minuten licht zou verspreiden waarop wij zwijgend dienden toe te kijken. En dat deden we zonder morren.

Verwarring
Het maakte ons ook anders. Vriendjes en vriendinnetjes hadden iets dat wij niet hadden, maar niet over werd gesproken. Zij hadden tantes, ooms, neven, nichten, oudooms en al dat soort termen die ik nooit zorgvuldig heb geleerd en mij tot vandaag de dag alleen in verwarring brengen. Wij hadden ‘Oma Laren’ en tante Juliette. Dat was genoeg, maar het stak schril af bij de schare rond de vriendjes en vriendinnetjes van school. Dat er geen opa was is mij nooit opgevallen. Daar dacht ik ook niet aan tijdens de stilte die onze twee minuten onderscheidde van anderen. Aan de overkant waren struiken, geen woningen dus niemand zag dat ene gezin om acht uur stil voor dat raam staan.

Verzet
Onze ouders hadden de Holocaust overleefd terwijl ze elkaar hadden ontmoet in het verzet. De schaarse verhalen die wij daarover meekregen waren – zo bleek later – krom of deugden niet. Het meest plausibele verhaal ging over mijn opa en oma. Beiden werden gelijktijdig opgehaald door het verzet, maar werden aan de deur gescheiden. De ene groep nam mijn opa mee, de andere mijn oma. Je zag ze tijdens het verhaal voor een deur in donker Amsterdam: de ene linksaf met een groepje mee, de ander naar rechts. Mijn opa belandde in Auschwitz en mijn oma kon ergens onderduiken. Opa was verraden.

Moeder
Na 16 jaar overleed onze vader, en een jaar daarna onze moeder. Een dik pak papier en oorlogsparafernalia van de Stichting 40-45, dat ik jaren later ontving, verklaarde hun vroege einde. Nadat mijn vader relatief jong overleed begon voor mijn moeder de oorlog opnieuw. Dat overleefde zij, hoewel 10 jaar jonger, niet. Ondanks de röntgenfoto’s uit het 40-45-dossier, waarop de zwaar beschadigde baarmoeder en eierstokken van mijn moeder werden getoond had ze kans gezien ons te baren.

Oranjehotel
De Duitse arts had zijn werk niet kunnen voltooien omdat het verzet haar net op tijd uit zijn handen had weten te bevrijden. Met behulp van het Rode Kruis kwam ze totaal gebroken thuis bij haar ouders in Den Haag. Kort daarna werd ze opgepakt en in het Oranjehotel gezet. Als haar buurman in de cel ernaast niet was gefusilleerd zou ze met hem zijn getrouwd en hadden we überhaupt niet bestaan. Zoveel wordt duidelijk uit de opgerolde papiertjes uit het dossier die tussen de stenen van de celmuren heen-en-weer werden gesmokkeld. Hoe ze uit het Oranjehotel is gekomen blijft gissen. Maar de laatste jaren van de oorlog sluit ze zich aan bij het verzet in Amsterdam en het Gooi waar ze mijn vader ontmoet.

Somberder
De bijzondere dag, 4 mei, wordt met de jaren somberder. Mijn kinderen kennen ook geen opa en oma en die had ik hen gegund. Ik nam ze altijd mee naar het monument waar Den Haag de doden herdenkt, maar daar ben ik mee gestopt. Sinds er ‘alle oorlogen en missies’ worden herdacht heb ik er geen binding meer mee. Die twee minuten wil ik beleven zonder afleiding en dat werd ook steeds lastiger door de aanwezigheid van burgemeester van Aartsen. Om zijn persoon hing de laatste jaren een steeds pregnantere politieke geur die ik niet blief.

Nu sta ik met mijn dochters en vrouw twee minuten stil op een Israëlitische begraafplaats. Ik let niet eens op de lantaarnpalen. Zelfs de jongste is twee minuten stil. We zijn niet triest maar wel stellig in onze twee minuten. Die twee minuten zijn nu weer van ons.

© OpinieZ.com 2017                  Email

LinkedIn
Advertenties