Advertenties
Recent:

Jong en naïef

“Je vader is gearresteerd.”
“Gearresteerd…?”
“Hij zit op het politiebureau.”
“Maar wat …”
“Hij heeft ruiten ingegooid. En ook gevochten en hij is …”
Mijn moeder barst in snikken uit. Ik hoor haar rondlopen. Ze snuit haar neus, rommelt in een lade en pakt de hoorn weer op.
“Twee politieagenten.”
“Mama, ga eens zitten en vertel…”
“Twee politieagenten in ons huis.”
Ze huilt ontroostbaar hard. Het verhaal komt met horten en stoten op gang.

In de buurt van mijn ouderlijk huis werd die dag een autoshowroom geopend. Een feestelijk gebeuren met hapjes en drankjes en veel vlagvertoon. Japanse vlaggen, Japanse hapjes en Japanse gasten. Mijn vader loopt er nietsvermoedend langs. De eigenaar houdt hem staande en nodigt hem uit het nieuwe bedrijf van binnen te bekijken. Hij aarzelt. Uit beleefdheid stapt hij naar binnen en laat zich rondleiden. Hij ziet een tweetal oudere Japanners staan die uitbundig lachen en praten.

Jappenkampen
Na vier jaar slavenarbeid in Jappenkampen verstaat mijn vader een aardig woordje Japans. Hij hoort ze aan. Het duo bespreekt hun oorlogsavonturen in Birma. De Japanse stemmen, de gezichten, de rode zonnen op de honderden vlaggen, het wordt hem plotsklaps te veel vertelt hij mij later. Er knapt iets. Mijn stoere vader verliest zijn controle. Een jarenlang verzegeld vat springt open. Papa’s rede verdrinkt in emoties. Een rots in de branding wordt gebroken door een woeste zee. Hij loopt naar buiten, slaat met een steen een ruit in van de showroom, trekt een Japanse vlag naar beneden en raakt verzeild in een handgemeen met de uitbater en zijn gasten.

De politieagenten die hem meenemen naar het bureau belanden later op de bank bij mijn moeder. Om haar te informeren over het incident. “Jaja, informeren, dacht je dat? Om te kijken hoe je vader leeft, en met wie natuurlijk. Daar gaat het ze om“, krijg ik te horen als ik uren later op dezelfde bank ben beland. Ik pak haar hand. “Vreselijk volk.” Haar blik, haar houding en bewegingen drukken diepe afschuw uit. “Akelige pakken dragen die lui”, “Alles wat ze aanhebben maakt lawaai” Ze woelt door mijn haar. “Beloof me lieverd dat je nooit iets met ze te maken krijgt …”

Nachtmerries
Bij ons thuis schijnt overdag de zon. Er wordt gewerkt, gelachen, gepraat, gelachen, gegeten, gelachen en vooruit gekeken. Terugkijken is er niet bij. Zo nu en dan een naam, een herinnering of een anekdote. Snippers die bijeen gelegd min of meer een verhaal vertellen. ’s Nachts spookt het in huis. Krakende traptreden, piepende deuren en fluisterstemmen. De ijskast komt tot leven. Japanse nachtmerries worden in de woonkamer verdreven met geopende gordijnen, Joodse met de gordijnen dicht. Als puber kan ik na mijn eerste nachtelijke avonturen bij thuiskomst precies zien wie er op mij wacht.

Verraders
4 en 5 mei worden zoveel mogelijk genegeerd. Die dagen kunnen niet snel genoeg voorbij gaan. Eigenlijk begint het al eind april: ‘de tijd van huichelaars en moralisten’, van de ‘schijnheilige koppen’ en de ‘toneel tranen’. “Moet je ze zien, die profiteurs…, geen poot staken ze uit en nu staan ze allemaal vooraan…” De jaarlijkse stortvloed aan radio en TV-uitzendingen wekken onrust en wrevel. Zet toch uit die rommel krijg ik te horen als ik naar een documentaire kijk. Op krantenfoto’s gemaakt tijdens de bevrijding wijzen opa en oma verraders, NSB’ers en SS’ers aan. Ik herken de vader van het mooiste meisje uit mijn klas. Mijn wereld wankelt.

Kampen
Ik heb herdacht, bevrijdingsfeesten gevierd en iedere oorlogsdocumentaire gezien. Ik heb de oorlog van alle kanten bekeken. Toch ben je nooit voorbereid op tastbare stukjes werkelijkheid. Onlangs vond ik in een database de kampkaarten van mijn vader. Ik heb er urenlang naar gekeken. Kaarten vol vochtplekken met voorbedrukte Engelse subkopjes nauwgezet bijgehouden door Japanse kampadministrateurs in allerlei handschriften en inktkleuren.

Jungle
De voor mij onbegrijpelijke tekens bleken na vertaling papa’s reis te beschrijven door de kampen in Indonesië, Thailand en Birma. Ik herken de namen. Ik volg mijn vaders tocht door de jungle via Google Earth. De kampkaarten vermelden zijn woonadres, hoe en waar hij gevangen is en wie en waar zijn ouders zijn. Ik herken het handschrift van mijn vader. Híj is het die de namen van zijn ouders heeft ingevuld. Ik ben nu zo dichtbij dat ik hem zie staan. Dagenlang doe ik geen oog meer dicht.

Antisemitisme
Hoe ouder ik word hoe meer ik die meidagen zie door de ogen van mijn familie. Antisemitisme is volop aanwezig. Het is nooit weggeweest maar na de oorlog door schaamte een tijdje gecamoufleerd. Schaamte over het gedrag van Nederland in de oorlogsjaren, foute familieleden of weggevoerde collega’s, vrienden of buurtbewoners. De schaamte ging over in ergernis. Het gezeur moest maar eens afgelopen zijn. Ergernis werd woede. Het zette zich door in de volgende generaties. Een woede gevoed door een gif dat al eeuwenlang door de aderen van Europa stroomt. De oude haat vond een nieuwe uitlaatklep: de staat Israël, de Jood onder de naties.

Bijsluiter
Joodse Nederlanders die in de media verschijnen om over Israël of opkomend antisemitisme te praten doen dat altijd met de bijsluiter dat ook zij niets moeten hebben van het beleid van de regering Netanyahu. Zover is het gekomen in Nederland dat Joden zich voortdurend excuseren voor de binnenkort langstzittende premier van Israël, een democratisch gekozen politicus met een enorme achterban, een tacticus die de machinaties van iedere anti-Israëlische wereldleider weet te weerstaan, een man die alles in het werk stelt om zijn volk te beschermen. Dit buigen breekt mijn hart.

Goedpraterij
In postmodern Nederland is alles omgedraaid en uitgehold. Links, dat antisemitisme faciliteert en goedpraat in eigen en islamitische kring, schreeuwt moord en brand zodra men een tegenstander betrapt op een naar antisemitisme ruikende uitspraak of connectie. In intellectuele en culturele kringen is het weer bon ton om te spreken over joden die de (vul een wetenschappelijke, een zakelijke of cultuurdiscipline in naar keuze) controleren. Bovendien “kun je het de moslims niet kwalijk nemen..”, “Israël vertoont fascistische trekken…”, “Als Israël niet zou bestaan dan…”. Enzovoort, und so weiter.

Hypocrisie
De vervolgden worden vergeten en de vervolgers herdacht. Lafaards worden helden. 4mei is bijna Judenrein. Mijn vader is gaandeweg veranderd in een koloniale onderdrukker en een racist. Hypocrisie viert hoogtij. Ook al zou mijn familie niet verbaasd zijn, toch ben ik blij dat hen de aanblik bespaard blijft van de hedendaagse huichelachtige hoogwaardigheidsbekleders. Opportunisten in stemmig zwart die zich met plechtige praatjes een plaatsje weten te veroveren aan de statusverhogende tafels van deug-stichtingen, -commissies en -comité’s.

De leugen regeert. Gajes dat recht praat wat krom is, dat haat verkoopt voor vredelievendheid met afzichtelijke door valse vroomheid vertrokken tronies. Weerzinwekkender wordt het niet, denk ik ieder jaar opnieuw. Dit keer volgt beslist de ommekeer.

Dan hoor ik mijn ouders en grootouders lachen. Alsof ik ze een witz vertel. “Ach, onze Uri. Hij is nog jong en heel naïef.”

© OpinieZ.com 2017

Advertenties
About Uri van As (97 Articles)
Fout want rechts, man en ondernemer. Dol op katten, vrouwen, filosofie, Israël, uitgebreid tafelen, muziek, thuis-cinema en -bibliotheek.
%d bloggers liken dit: