Taal zou minstens dubbelzinnig moeten blijven

Vandaag verscheen in het Parool een kort artikel over Koningsdag. Er is nu een actiegroep die stelt dat we het woord “bezet” niet meer moeten gebruiken om op de vrijmarkt de plaats te markeren waar we onze spullen willen verkopen. We kunnen beter “vrij voor” gebruiken, want “bezet” is een woord dat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Wat is dat nou toch momenteel, dat we ons niet meer tot dubbelzinnigheden weten te verhouden?

Eerder verscheen van mijn hand een artikel op OpinieZ over taal en identiteitspolitiek. Het probleem is echter breder dan alleen het racismedebat.

Bezet
Als ik in een roman, gedicht of een historisch werk over de Tweede Wereldoorlog lees en ik zie het woord “bezet” staan, hoor ik gelijk die zwarte, glimmende laarzen onder de zwarte Hugo Boss-pakken marcheren door de Amsterdamse straten. Ik denk aan Zes-en-een-kwart, aan een “Dorpsleger onder Gods vuurkolom” (een roman over de houding van Rijnsburg gedurende de bezetting, als u het nog weet te vinden, raad ik het u ten zeerste aan), ik moet denken aan twitter-icon Amsterdam Huilt van Zwarte Riek, aan I.B. Singer en zijn romans over de Joodse gemeenschap na de Holocaust in New York. Kortom: in die context heeft het woord bezet inderdaad die betekenis. Alles van dat woord is dan verbonden met de Tweede Werelsoorlog.

Taal en beelden
Als ik in het dagboek van Lodewijk Napoleon lees, zie ik vooral hoge hakjes door de straten tippelen, onder pofbroeken en gezichten met make-up en pruikjes op, ik denk aan Nederlandse Leeuwen en Franse hanen, aan pre-industriële steden en ik hoor de koetsen door de straten rijden. Ik weet overigens niet of dit klopt, maar dat zijn nu eenmaal de beelden die ik zie. Als ik naar de wc wil gaan en daar “bezet” zie staan, denk ik aan een man met een broek op zijn enkels en een krantje in zijn handen. En als ik rond Koningsdag op een stoep zie staan “bezet”, denk ik aan een groepje mensen dat overbodige rommel gaat verkopen met soms verloren pareltjes daartussen en een dag van, ja ik gebruik dit woord echt, frivoliteiten.

de betekenis van het woord
verandert continu

Context
Mijn punt is duidelijk: een woord heeft niet één vaststaande betekenis, het wordt continu gebruikt binnen een context en de betekenis van het woord verandert continu. Als ik met een vrouw door de stad loop en ze heeft zichzelf te koud gekleed omdat zich mooi wilde maken voor mij – hoop ik dan maar -, kan haar “ik heb het koud” betekenen: wees eens een heer en bied mij je jas aan opdat we ons “wij”-gevoel kunnen versterken door deze intieme handeling. Maar als ze net heeft lopen bellen met haar vriend en dat ze er zo naar uitkijkt om hem vanavond te zien kan haar “ik heb het koud” gewoon een constatering zijn.

Protestantse erfenis
Maar wat is dat toch, dat we de eenduidige betekenis willen en meer niet? In het racismedebat gebeurt hetzelfde, maar daarvoor verwijs ik naar mijn artikel. Het heeft ontegenzeggelijk te maken met de protestantse geschiedenis: de letterlijke benadering van de tekst die zijn intrede deed – katholieken waren daar veel minder strikt in en de hele desymbolisering van die religie lijkt een gevoel voor mysterie weggenomen te hebben, het mysterie van de rede, maar ook het mysterie van de taal.

Het is misschien ook niet verbazingwekkend dat het vooral de protestante-puriteinse groepen in de niet-katholieke landen zich zo bezig houden met die utopische taalkwestie waarin taal maar één ding kan betekenen: in Amerika, in Engeland, Nederland. Het waren juist de katholieke landen die ten diepst begrepen hoe dubbelzinnig taal nu eenmaal was en dat taal nooit helemaal onder controle te krijgen viel.

Foucault
Daarom gaat het zo mis als de oud-puriteinen aan postmodernisme gaan doen: die hele sensibiliteit die tot in het wezen van het postmodernisme grijpt, is in feite een katholieke sensibiliteit. Een goede vriend van mij heeft een kortstondige, doch hevige affaire gehad met Foucault. Toen ik hem vertelde over de these dat het katholicisme en postmodernisme op een bepaalde wijze diep met elkaar verbonden waren – ik dacht toen dat ik iets had ontdekt wat nog niemand had ontdekt, zo gaat dat soms in de overmoed van de jeugd -, keek hij me aan met een wat glazige blik, licht verveeld: natuurlijk zijn die verbonden, Michel (hij mocht hem bij zijn voornaam noemen, de grote Foucault!) was ten diepst een katholieke man, ook al had hij het katholicisme afgezworen. In alles was hij katholiek.

iedereen buigt voor die puriteinse
benadering van taal

Poëzie
Persoonlijk merk ik het ook: de gedichten die ik schrijf die weinig metaforen kennen, weinig beeldspraak en weinig dubbelzinnigheid kunnen doorgaans op meer likes (wat een Facebookh**r ben ik ook…) rekenen dan de gedichten die volstaan met symboliek en metaforen. En je wilt gelezen worden, vooral ook als je ervan wil kunnen leven dus de verleiding is groot om de gedichten aan te passen – niet dat ik dat doe, tot nu toe weersta ik de verleiding – maar als ik haar voel, voelen andere schrijvers haar dus ook. Met als gevolg dat iedereen buigt voor die puriteinse benadering van taal waarin ieder woord maar één ding kan betekenen en er geen mysterie meer te vinden valt binnen de woorden.

Taal is een strijd
Misschien hangt het samen met de radicale complicering van onze persoonlijke leefwereld: hierdoor willen we van andere aspecten dat ze simpeler worden en taal is er daar blijkbaar één van. En het is ook een strijd, gewoon het voorbeeld van dievrouw: als we elkaar niet goed kennen en ze zegt dat ze het koud heeft, kan ik daarna dagen gaan piekeren over wat die zin nu betekende. Toegegeven, ik kan soms een beetje doorslaan in het piekeren omtrent die dubbelzinnigheid van taal, maar daarom snap ik het verlangen van de versimpelaars ook zo goed!

Woorden bewegen
Taal, symbolen, interpretaties, onbegrip, mysterie, meerduidigheid, dat hoort allemaal bij elkaar. Woorden staan niet vast, ze zijn altijd in beweging, hun betekenis is altijd onderweg en veranderlijk, het is meerduidig, metaforisch, probeert iets te grijpen wat nu helemaal te grijpen valt. Het is een ontzettende verarming van taal waar we ons nu in begeven, tot voor kort leken alleen de radicale utopisten hier schuldig aan, maar nu ook een of andere actiegroep die het woord “bezet” uit de straten wil halen omdat het een oorlogswoord zou zijn.

Er moet een manier zijn om taal zijn rijkdom terug te geven en het uit de handen van de seculiere puriteinse ideologische utopisten te halen. Hoe? Dat weet ik nog niet, ik probeer het met mijn poëzie – maar wie leest nog poëzie – en ik probeer het met mijn essays over dit thema, maar voldoende is het niet.

Ach, misschien begin ik wel een actiegroep “ter bevordering van de symbolische meerduidigheid van taal in de publieke ruimte”, zoiets. Als iemand nog een naam weet die wat meer sexy klinkt: de tips zijn welkom.

© OpinieZ.com 2017 – De artikelen op OpinieZ zijn gratis voor u te lezen. U kunt ons steunen door dit artikel te delen op twitter-icon Facebook, twitter-icon Twitter, twitter-icon LinkedIn of andere sociale media.

Zie de buttons onder de advertenties.

Advertenties