Advertenties
Recent:

Ontspoord leiderschap

Recentelijk verscheen het nieuwe boek van Joep Schrijvers Hoe raak je ze kwijt? Over ontspoorde leiders en slechte managers. Hierin behandelt hij de oorzaken van slecht leiderschap en hoe je dat kunt verhinderen. De management- en leiderschapsindustrie, waartoe Schrijvers zichzelf ook rekent, is mede schuldig aan ontspoord leiderschap. OpinieZ brengt een fragment uit het hoofdstuk waarin de auteur zelf mede het boetekleed aantrekt.

Moralisering leiderschapstheorie

Het is bizar hoe weldenkende leiderschapsdeskundigen vergaten, dat er ook nog zoiets als kwaadaardig leiderschap bestond. Hun voorgangers uit de Oudheid en de Middeleeuwen zouden meewarig hun hoofd geschud hebben bij zoveel naïviteit en ontkenning. Als we maar zeggen dat het kwaadaardige en gruwelijke leiderschap er niet is, dan bestaat het ook niet. De meest geëerde leiderschapsdenker en veel geciteerde schrijver van de tweede helft van de vorige eeuw gaf daarvoor de klaroenstoot: James MacGregor Burns.

Niet iedereen zal hem kennen, maar zijn invloed is ook doorgesijpeld onder de dijken van gezond verstand. Hij is de man die de term ‘transformationeel’ leiderschap muntte, waar ik het even terug over had. Een goed leider haalt het beste uit zijn mensen en brengt deze tot ontwikkeling en wasdom. Maar dat is niet het punt dat ik hier wil maken. Burns haalde ook een kwalijke, definitorische streek uit, die grote gevolgen zou hebben. Hij definieerde leiderschap als goed en ethisch leiderschap. In zijn eigen termen: ‘Ik zal leiderschap behandelen als iets anders dan louter het hebben van macht en als het tegendeel van brute macht.’

Tirannen, dictators, zeikerige chefs waren vanaf dat moment geen leiders meer. Zij werden een aparte categorie, machtswellustelingen die in de leiderschapskunde niet meer besproken en onderzocht moesten worden. Dit spoor van Burns vond gretige aftrek bij politiek-correcte studenten, leiderschapstrainers en paste in een tijd van humanistische, positieve psychologie. Effectieve leiders zijn positief en dragen op een ethische wijze bij aan de gelukkige samenleving en de gelukkige mens. Zelfhulpboeken, waaruit je leerde authentiek, vriendelijk te zijn, hoe je complimentjes moet geven, je diepste kern tot blinken brengt waardoor je ging shinen, waren niet aan te slepen.

Het resultaat? Men had geen oog meer voor het kwaadaardige en het machtsbeluste van leiders, peergroups en al helemaal niet van volgelingen die eerder als slachtoffers dan als daders werden gezien. De aandacht voor slecht leiderschap werd minimaal toen leiderschap per definitie gelijkgesteld werd met ethisch en effectief leiderschap. Dictatoriaal gedrag, vriendjespolitiek, onkunde en onbenulligheid verdwenen van het toneel om pas in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw schoorvoetend weer op de agenda te komen.

Het eerste diepgaande boek over destructief leiderschap When Leadership Goes Wrong: Destructive Leadership, Mistakes, and Ethical Failures, verscheen pas in 2010. Nederland ontwaakt langzaam met boeken over ontspoorde managers. Een schamele oogst vergeleken met al die vele schandalen die er ook in Nederland waren en zijn. De suikerziekte is nog niet voorbij. De hoofdstroming wordt nog altijd op smaak gebracht met het positiviteitskruid. Leiders moeten inspireren, energie vrijmaken en vooral positief zijn.

Het is een verslaving, kreunt de Engelse leiderschapswetenschapper David Collinson. Al die positieve leiderschapsverhalen in opleidingen, tijdschriften en organisaties verdoven ons maar. Snerend noemt hij dat leiderschap-Prozac. Het is een plicht positief te denken over volgelingen, leiderschap en de wereld. Ik zeg het gewoon zo: in het leiderschapsdenken is sprake van de dictatuur van het positivotariaat.

Moet ik met Collinson uittekenen waartoe dat geleid heeft? Moet ik het hebben over het misplaatste optimisme over de multiculturele samenleving, over de euforie van de nieuwe economie, de zeepbellen die motivational speakers van hun zeepkisten naar hun hongerige positieve publiek bliezen, de Blairs en de Bushes die dachten dat met het verdrijven van tirannieke leiders in het Midden-Oosten de democratie zou gaan bloeien, een Angela Merkel die onbezonnen meermalen riep: Wir schaffen das? Niet toch, u weet dat zelf toch wel, zwartkijker, collega!

Waarom doen wij dit?

Maar hoe schuldig zijn wij, ben ik, die hun brood verdienen met praatjes en plaatjes in de leiderschapsindustrie? Het valt niet te ontkennen dat de management- en leiderschapsindustrie haar eigen blindheid heeft voortgebracht. Dat kon ook niet anders. Want zij deelt met kerken en moderne spirituelen, met twintigste-eeuwse utopisten als communisten, fascisten en neoliberalen, hetzelfde DNA, dat zoveel gruwelijke zaken voortbrengt: hoop en goede intenties.

Wie in mijn bedrijfstak werkt, kan niet anders dan positief zijn en mocht je al naar de nieuwe kleren van de keizer wijzen, dan kan dat alleen als hofnar en als clown. De business is hard, de concurrentie groot op de markt waar hoop de enige handelswaar is. Leiders verkopen hoop, hun adviseurs verkopen hoop, de goeroes doen dat net als de wetenschappers in hun MBA-programma’s. De zeven-stappen, de acht S’en, de vijf zuilen, de cirkels, piramides, logische lagen, wat zegt het nog als zoveel slecht leiderschap er niet mee voorkomen wordt en de resultaten alleen positief voor hun bedenkers uitpakken.

Menig managementboek wordt geschreven door een wanhopige ZZP’er met te weinig klandizie en hij weet: een boek biedt hoop… voor mij. Het zijn veredelde PR-brochures met opgewarmde sociaalpsychologische prak, strak vormgegeven, dat wel, en met één positieve blije boodschap: dit wordt jóúw jaar.

Het kan ook niet anders. Somberte en wanhoop – de slechtheid van de mens en van leiders in het bijzonder – verkopen niet. Je publiek toeschreeuwen dat ze er een Sodom en Gomorra van hebben gemaakt brengt geen brood op de plank. Het volk wil bedrogen worden, dat weten wij, leiderschapsdenkers, maar al te goed. Daarom verkopen we emotionele intelligentie, spiritualiteit en authenticiteit. Uw verlangen is ons inkomen.

De roze wolk van het managementseminar

Toch, ik doe al die aanstichters van het lieve leiderschapsdenken onrecht. Ik moet niet zo zaniken over hun verkoop van leiderschap-Prozac. Waar een markt is hebben altijd twee schuld. Ook u, volgeling, heeft een klont boter op het hoofd. Ook u wilt bij Sinterklaas op schoot en een kneepje in de wang. U bent het zelf, die in de fuik van leiderschapspositivisme zwemt. U, ik, we doen het zelf! We zijn gek op leiders en schrijven hen maar al te graag goddelijke en uitzonderlijke eigenschappen toe. De verhalen over hen, de leugens over leiderschap slikken we als zoete koek. Die tillen ons op en doen ons beseffen dat we leven, ertoe doen en onsterfelijk zijn. Met tienduizenden op een plein, wie laat zich niet verdoven! Of een leider ook nog wreed, narcistisch of paranoïde kan zijn, vergeten we even. De leider tegemoet werken, uit eigen wil, dat is onze enige drijfveer. We willen braaf zijn en zoet.

Leiders hebben ons in hun macht omdat zij existentiële angsten wegnemen en ons hoop bieden. We bekijken leiders zelf door een te roze bril. Dat is niet alleen de schuld van de kandij-geleerden in de leiderschapskunde. We doen dat, omdat we, als volgers, verslaafd zijn aan de hoop op een goede afloop. Dat we ons dan blind maken voor slecht leiderschap nemen we op de koop toe. Liever in een roze wolk op een managementseminar dan de gestoordheid van het alledaagse onder ogen zien. Het is hoog tijd slecht leiderschap weer te herkennen.

Bevalt dit artikel u – of juist niet – , deelt u het dan op
twitter-icon Facebook, twitter-icon Twitter of andere sociale media.
Zie de buttons onder de advertenties.

Advertenties
About Joep Schrijvers (31 Articles)
Leiderschapshistoricus en veranderkundige. Werkt aan een ideeëngeschiedenis van Westerse leiderschapsadviezen.
%d bloggers liken dit: