Advertenties
Recent:

Obama: de Oppertherapeut van de wereld

Nu Obama zich heeft teruggetrokken, is het tijd om te bespreken hoe buitengewoon zijn presidentschap was. Nee, niet vanwege zijn resultaten. Behalve Obamacare dat nauwelijks een New Deal is, blijft er beleidsmatig weinig substantieels over van zijn acht jaar in het Witte Huis. Evenmin was zijn inzet buitengewoon vergeleken met de jaren van Dubya.

Als Obama een bepaald soort president was, was hij er een van continuïteit. Hij hield Bush’s inmenging in het Midden-Oosten in stand, breidde die zelfs uit en intensiveerde Bush’s ondermijning van burgerlijke vrijheden uit naam van terreurbestrijding. Toch, waar Bush om die redenen een “fascist” was, had Obama weinig keus, zo wordt ons verteld. Hij “erfde” deze troep, zeggen zijn apologeten.

Therapie
Nee, de buitengewoonheid van Obama’s presidentschap lag in de vervanging van politiek door therapie. In de verandering van opperbevelhebber in oppertherapeut. In de bevestiging dat politieke leiders zich niet langer horen druk te maken over wereldse zaken als welvaart en vrijheid en het werkelijk verbeteren van de levens van mensen, maar het als hun rol zien om zelfvertrouwen te versterken, historische wonden te helen, een “katalysator voor psychologische verandering” te zijn, zoals een beoordeling van Obama het formuleerde. Alsof Amerikaanse volwassen mensen patiënten waren en geen burgers.

Het Obama-tijdperk was opvallend vanwege zijn ontmanteling van de politieke burger en van de politiek zelf en zijn opbouw van een rijk van emotie, waarin leiders emotioneel zijn en de burgerij slechts verondersteld wordt te voelen en niet veel meer. Er waren geen kaplaarzen of wachttorens, maar dit is desalniettemin toch een tyrannie.

Emotioneel
De reactie van de media en veel politieke kringen op Obama’s vertrek zijn hevig emotioneel. Niet sinds de dood van Prinses Diana zijn respectabele kranten zo volgepakt geweest met weelderige fotoreportages en terugblikken en over-the-top vergelijkingen (Di was een seculiere Heilige Maagd; Obama is een amalgaam van Lincoln, Gandhi en King). Waarnemers en Twitterpersoonlijkheden spreken een gevoel van verlies uit dat volledig disproportioneel is voor een politicus die zijn ambt verlaat. Iets wat regelmatig voorkomt in het volwassen rijk van de politiek. Dat komt omdat ze meer dan een politicus verliezen.

Rouwproces
Ze verliezen een heler (van de wonden van de geschiedenis), een stem van “wijsheid en vergeving”, zoals elk galmend hoofdredactioneel commentaar hem beschrijft; een man die “balsem” aanbrengt op onze persoonlijke en politieke “trauma’s”, zoals een waarnemer het omschreef; iemand die in de afgelopen maanden de “therapeut voor hen die lijden aan Trump-angst” is geworden, in de woorden van The Guardian. De omslag van Obama, van het instituut president, van commandant van een natie tot vormgever van gevoelens, brenger van historische genezing en waarborger van zelfrespect, betekent dat zijn vertrek wordt ervaren als een enorm verlies, een rouwproces. Het zorgt voor een psychologisch dal. Sommige waarnemers zeggen dat ze zich werkelijk ziek voelen. De toeëigening van de politiek door therapie is volledig.

Voor degenen van ons die hechten aan een ouderwetse opvatting van politiek als staatszaken, als “de wetenschap van gezond verstand toegepast op publieke zaken”, zoals het achttiende-eeuwse Amerikaanse Congreslid Fisher Ames het beschreef, zijn de afgelopen paar weken ongelooflijk frustrerend geweest. Elke poging om de zaken die zijn gedaan door de Obama-regering serieus te analyseren – of, zoals sommigen vinden, de zaken die louter zijn gebeurd onder Obama, wie er ook achter moge zitten – stuit op verwarring en zelfs vijandigheid.

Psychologie
Obama – dat is wel duidelijk geworden – hoort niet te worden beoordeeld op zulke wereldse zaken als inzet of vrijheid of oorlog en vrede, maar meer door hoe hij het gevoel van mensen beïnvloedde; door wat een schrijver omschreef als de “ingrijpende verschuiving in de Amerikaanse psyche”. Obama’s invloed is geestelijk, niet politiek; genezend, niet concreet. Zelfs krantenartikelen over zijn erfenis die gaan over Obamacare en zijn beslissingen over het Midden-Oosten bewegen snel terug naar het rijk van karakter en emoties, naar zijn sierlijkheid, stijl en wijsheid. Zijn erfenis wordt psychologisch beoordeeld in plaats van politiek.

Deze zeer emotionele evaluaties van Obama zijn in overeenstemming met hoe hij altijd is gezien door de mainstream media en de politieke wereld. In 2008 zei de Chicago Sun-Times in de aanloop naar zijn verkiezing dat het belangrijkste aan Obama de emotie was die hij opriep bij delen van de bevolking. En de krant weigerde hierover defensief te zijn: “Ja, deze krant kiest voor een man vanwege hoe hij ons doet voelen, vanwege de hoop die hij in ons oproept”. Met Obama hebben gevoel en verbeelding altijd prestatie overtroefd. Zoals de linkse schrijfster Sasha Abramsky het in 2009 formuleerde, “eenvoudigweg door wie hij is” kan Obama “psychologische verschuivingen teweeg brengen in hoe Amerika zichzelf begrijpt. Ongeacht wat deze politicus zegt of doet; hijzelf is wat telt in de zin van veranderende psychologie, niet infrastructuur.

Nieuw imago
Dit leidde tot een situatie waar Obama werd toegejuicht niet omdat hij het leven van mensen verbeterde, maar omdat hij mensen, terecht of onterecht, liet voelen dat hun leven beter was geworden. Precies zoals de auteurs van Obama on our Minds: The Impact of Obama on the Psyche of America betoogden was Obama’s grote verdienste gericht op het “culturele beeld van Afro-Amerikanen” en op “het zicht op sociale kansen”. Dit is opvallend; wat er blijkbaar toe doet is niet of Obama tastbaar het leven van Afro-Amerikanen verbeterde of werkelijk, in materiële zin sociale kansen uitbreidde, maar dat hij nieuwe imago’s van Afro-Amerikanen schiep – dat wil zeggen, zijn eigen imago – en zicht op kansen gaf. Omdat politiek tegenwoordig niet over dingen gaat, maar over gevoel.

Obama’s eigen taal is de taal van de therapie. Zijn vroege slogan “Yes, you can” kwam regelrecht uit de wereld van de zelfhulp. Hij heeft het over empowerment. Blijkbaar kan zijn eigen imago empowerment oproepen. Volgens de politieke denker George Lakoff die in 2008 zei: “Je kijkt naar hem en…je voelt je sterk”. Hij verwijst niet naar politieke macht- dat iets is dat je moet verkrijgen en gebruiken en waarmee je tastbaar de wereld moet beïnvloeden – maar naar therapeutische macht. Wat natuurlijk geen echte macht is.

Empowerment
Eigenlijk is empowerment een ander woord voor je goed voelen, voor zelfrespect. “Be empowered“, zei Michelle Obama in haar laatste speech die was gericht op Amerikaanse jonge mensen. Dit is niet gelijk aan “wees machtig” of “grijp de macht” of “hier is meer macht en meer vrijheid”; het staat voor “zie je zelf als machtig, ook al ben je het niet”. Het probeert niet de levensomstandigheden van mensen te veranderen (politiek), zodat ze meer beheersing over hun leven kunnen hebben; het probeert alleen het zelfvertrouwen te vergroten en daarmee, door het verkeerde gebruik van taal, verdoezelt het waar de echte macht ligt en waarom die angstvallig blijft afgeschermd.

De behandeling van Obama als Oppertherapeut bleef doorgaan gedurende zijn ambtsperiode. In 2015 bejubelde een schrijver van de New York Times Obama als “cognitieve therapie voor het land”. Hij prees Obama’s vermijding van “nutteloze feiten” – politieke zorgen – ten faveure van zijn optreden als “onze Oppertherapeut”. Tegen het einde van 2016, volgend op de overwinning van Trump, dankte The Guardian Obama voor “het spelen van therapeut voor Westerse bondgenoten die lijden aan een Trump-angststoornis. Het binnensijpelen in de politiek van de taal en opvattingen van therapie is nu zo ingeworteld dat het niet wordt waargenomen.

Obamaïsme
Het therapeutische regime van de Obama-jaren heeft in feite gewerkt als een blokkade op de eigenlijke politiek, op serieus debat en zeker op elk besef dat geschiedenis wordt geschreven. Velen hebben Obama beschreven als “maker van de geschiedenis” en natuurlijk deed hij dat in de nauwe betekenis van de eerste zwarte man die aan het hoofd van de VS staat. Maar op een meer fundamenteel niveau, stond het Obamaïsme op tegen de opvatting van de historische mens, de betrokken burger, de schepper van maatschappelijk geluk.

Onder Obama ging men de geschiedenis beschouwen als een wond, een trauma en het was Obama’s taak om die te helen. Obama werd bediscussieerd, zoals een criticus het omschreef, als “de balsem die eindelijk de zwerende wonden zou genezen” van de Amerikaanse geschiedenis, in het bijzonder de slavernij en Jim Crow. Hij was de “zalf voor racistische littekens” van de geschiedenis, zoals John Wilson schreef in Barack Obama. The Improbable Quest. Vanuit dit gezichtspunt is de geschiedenis een soort banvloek, een bron van horror en verdriet en Obama is er om het te genezen en te beëindigen.

Anti-geschiedenis
Dit alles wijst in de kern op een tijdperk-Obama waarin sociale verandering werd vervangen door mentaal herstel – de politieke, historische daden van de mens werden te gevaarlijk bevonden en de oorzaak van eeuwenlange posttraumatische stress. Obamaïsme gaat over het inperken van die daden. Obama is principieel anti-geschiedenis; hij was niet de president van de verandering, maar de handhaver van stilstand, de verzoener van de wonderlijke vragen van de geschiedenis, de deksel op het verleden en in het verlengde daarvan een waarschuwing tegen teveel risico in de toekomst. Vandaar dat het Obamaïsme wil dat je je empowered voelt, liever dan machtig.

Dit was allemaal slecht voor de politiek en slecht voor Amerika. Maar het was soms ook slecht voor Obama. Toegegeven, door de verhevenheid van het gevoel dat hij ons gaf over wat hij in de wereld teweegbracht, kreeg hij de vrije hand in wat er gebeurde tijdens zijn presidentschap. Maar hij eindigt ook geïnfantiliseerd en geracialiseerd. Geef kritiek op Obama’s optreden in het Midden-Oosten en zijn supporters zullen zeggen “hij heeft dit geërfd, het is niet zijn schuld”. De haast om Obama te beschermen tegen de normale impact van politieke kritiek leidt er toe dat hij soms niet verantwoordelijk wordt gesteld, alsof eigenlijk niks aan hem kan worden toegeschreven – het gebeurt simpelweg om hem heen.

Schuld
Erger nog, de verering van Obama als is een zwarte balsem op de historische littekens van het Westen, die zijn veroorzaakt door een blanke intelligentia die zich steeds minder op haar gemak voelt door de moderniteit en die wortelt in industrialisatie en kolonialisme en andere gebeurtenissen die zowel slechte als goede kanten hadden. Uiteindelijk waarderen ze Obama niet vanwege zijn overtuiging of intellect, maar vanwege de emoties die hij bij hen oproept. Vooral het gevoel dat zijn verkiezing het moment was dat zij niet langer zich zo vol schuld hoefden te voelen over hun positie of hun afkomst. Dit bewijst de pijnlijke lijst van The New Statesman van Obama’s beste ogenblikken, waaronder het moment dat hij een jongetje zijn Afrokapsel liet aanraken en de keer dat hij Amazing Grace zong – “de eerste keer in de geschiedenis dat de VS een president hadden die de gewoonten van de dienst in zwarte kerken kende”.

Magical Negro
Net als zoveel van het overdreven commentaar over Obama, brengt dit ons dichtbij het Magical Negro gebied. De Magical Negro is een begrip in de moderne Amerikaanse literatuur en film: een wijs, aardig personage dat in de war zijnde blanke mensen helpt een ontbering of een trauma te overwinnen. Spike Lee populariseerde de term in 2001, in zijn kritiek op films als The Green Mile en de Legend of Bagger Vance en enkele zwarte commentatoren hebben het woord gebruikt met betrekking tot Obama. De behandeling van Obama als een soort Magical Negro voor de geschiedenis van Amerika en voor de schuldgevoelens van blanke intellectuelen over de oorsprong van hun samenleving en hun leven, maakt hem slechts tot een symbool, bijna op het niveau van een onschuldige, die niet politiek en moreel kan worden beoordeeld.

Erosie
Toen Obama met Hillary slaags raakte in de strijd om de Democratische kandidatuur in 2008, werd ophef gemaakt over zijn emotionaliteit in contrast met haar technocratische uitstraling. Ze hadden hierover een veelzeggend debat op TV. “Woorden zijn geen daden”, zei Clinton over Obama’s retoriek. “De waarheid is dat woorden wel degelijk inspireren”, antwoordde hij, er op hintend dat Clinton op mensen wat koud overkomt. Maar in feite is er een sterk verband tussen de therapie van het Obamaïsme en de technocratie van Clinton (en veel van de moderne Westerse elite). Beide geven uitdrukking aan en faciliteren de erosie van het politieke burgerschap, de reductie van politiek tot proces of emotie en de reductie van het volk tot signalen waar de ambtenarij op reageert – hetzij met therapie of deskundigheid; met balsem of knikjes, met een klopje op het hoofd of een vermaning.

Alle retoriek ten spijt, was het tijdperk-Obama even symbolisch en destructief voor politieke idealen en moraliteit als de EU is, de Hillary-fans en andere kleurloze technocraten. Alle kanten schuwen moraliteit en kiezen voor emotie of terechtwijzing. Dus dit is onze taak voor de toekomst na Obama: hermoraliseren van het openbare leven, degraderen van emotie in ruil voor overtuiging, zeggen dat de geschiedenis niet iets is om te laten rusten, maar om te vernieuwen.

===============================================================
Brendan O’Neill is editor van Spiked sinds 2007. Hij is ook columnist van The Big Issue en van The Australian in Sydney. Hij blogt voor The Daily Telegraph en schrijft voor The Spectator.
Oorspronkelijk gepubliceerd als Obama is not your ‘magical negro’ op Spiked.
Door de auteur geautoriseerde vertaling door Asher.

===============================================================
Foto: 170120-D-NA975-0596 by Airman Magazine is licensed under CC BY 2.0
===============================================================

Advertenties
%d bloggers liken dit: