Advertenties
Recent:

Trump ontmaskert de hypocrisie van het establishment

Foto: Donald Trump by Gage Skidmore is licensed under CC BY-SA 2.0

Niemand zou verbaasd moeten zijn dat postmodern Amerika een antiheld tot president heeft gekozen. Donald Trump is de eerste Amerikaanse president die de hypocrisie van progressieve moraalridders doorprikt. Hij heeft hun verbale trucs en machtsspelletjes door en weet ze onschadelijk te maken.

Bad Guy
Als het zo is dat politiek uit de cultuur voortvloeit, dan was het slechts een kwestie van tijd voordat een politicus de truc doorkreeg. Hou van hem of haat hem, maar Donald Trump heeft de code gekraakt. Tony Soprano, Walter White en Frank Underwood zijn maar een paar recente voorbeelden van de razend populaire personages die elk op hun eigen manier staan voor de complexe bad guy die miljoenen Amerikanen fascineert.

Antiheld
Antihelden hebben al lang onderdak gevonden in Westerns, gangsterfilms en misdaaddrama’s, zoals Al Pacino’s portret van de drugskoning uit Miami Tony Montana in Scarface. Tony begint zijn epische ondergang en val met een gemene ruzie met zijn vrouw in een exclusieve Country club in Miami. Ze vernedert hem in het openbaar voor een groep verbijsterde, WASPy, in smoking geklede, golfspelende witharigen door hem toe te schreeuwen dat hij een moordenaar en een drugsdealer is en niet eens een fatsoenlijke vader kan zijn.

Als Tony een klassieke held was geweest, zou dit het begin zijn van zijn morele bewustwording en zijn zoektocht naar vergeving. Maar dit is “Scarface” en Tony is geen held, dus hij reageert op zijn ontmaskering als crimineel in de nette maatschappij door de spiegel aan zijn publiek voor te houden en ze de les te lezen.

💬 “What you lookin’ at? You all a bunch of f—in’ a–holes. You know why? You don’t have the guts to be what you wanna be. You need people like me. You need people like me so you can point your f—in’ fingers and say, “That’s the bad guy.” So… what that make you? Good? You’re not good. You just know how to hide, how to lie. Me, I don’t have that problem. Me, I always tell the truth. Even when I lie. So say good night to the bad guy! Come on. The last time you gonna see a bad guy like this again, let me tell you.”

Hypocrisie
Het verlangen van een crimineel om geaccepteerd te worden door rijke mensen die geen crimineel zijn is geen nieuw thema. Toch – aangezien Oliver Stone het scenario schreef – is Tony’s uitbarsting een voor de hand liggend commentaar op de hypocrisie van de zogenaamd respectabele mensen in de meedogenloze, kapitalistische VS van het Reagan-tijdperk. Mensen die in wezen niet verschillen van Tony. Al deze welvarende Miami-types zouden niet dood gevonden willen worden in het gezelschap van iemand als Tony. Hoewel ze heel goed weten dat de cocaïnehandel ze allemaal rijk maakt en velen van hen waarschijnlijk zelf zijn product gebruiken.

Dus, vanuit Tony’s perspectief bekeken, wat is de zin van fatsoenlijk zijn als de mensen die verondersteld worden de fatsoenlijkheid te belichamen zelf geen greintje daarvan bezitten? Zou voor deze mensen een teken van moreel berouw geen perversie zijn? Zou dat niet zelfs voor Tony vernederend zijn?

Tony is geen held of slechterik: hij is een anti-held. Je zal waarschijnlijk niet toegeven dat je een fan van hem bent, maar als je het leuk vond om hem tekeer te zien gaan tegen die opgefokte, kennelijke hypocrieten, dan is het waarschijnlijk dat dat toch zo is. Hij is alles wat zijn vrouw zei dat hij was, zeker, maar hij heeft tenminste de ballen om er eerlijk voor uit te komen.

Donald Trump, de Politieke Antiheld
Trump kopieerde deze scene in zijn inaugurele rede, een “oorlogsverklaring” tegen het establishment wiens “overwinningen niet jullie overwinningen zijn geweest. En terwijl zij feestvierden in de hoofdstad van onze natie, was er voor hard werkende gezinnen overal in het land weinig om feest over te vieren”.

Hij handelde vergelijkbaar in een verbijsterend optreden op het Al Smith Dinner enkele dagen voor zijn verkiezing. Elke gesis opwekkende grap ten koste van Hillary Clinton was een niet subtiele middelvinger naar iedereen die aanwezig was. Kijk maar eens naar zijn openingswoorden.

💬 “And a special hello to all of you in this room who have known and loved me for many, many years. It’s true. The politicians. They’ve had me to their homes. They’ve introduced me to their children. I’ve become their best friends in many instances. They’ve asked for my endorsement and they’ve always wanted my money. And even called me really a dear, dear friend. But then suddenly, decided when I ran for president as a Republican, that I’ve always been a no-good, rotten, disgusting scoundrel. And they totally forgot about me.”

Minachting
Met andere woorden: zelfs als ik een slechte, verrotte, walgelijke schurk ben, wat maakt dat jullie dan? Ik doe tenminste niet alsof ik fatsoenlijk ben; jullie hebben anderzijds de brutaliteit om te doen alsof jullie beter zijn dan ik. Laten we stoppen met het verzinsel dat jullie mij minder minachtend hadden behandeld als ik eerst de moeite had genomen om te voldoen aan welke van jullie fatsoenlijkheidsnormen dan ook. Geef toe dat die normen niks te maken hebben met fatsoenlijkheid op zich, maar alles met macht. Jullie pretentie van morele superioriteit is een bewuste, schaamteloze leugen en ik ga jullie aanspreken op die onzin tot het mij in het Witte Huis brengt.

Velen hebben beweerd dat Trump het product van politieke correctheid is. Dit is slechts ten dele waar. Het is eerder zo dat zowel politieke correctheid als Trump’s reactie daarop de vruchten zijn van het postmodernisme dat lang tot een hoog niveau in onze cultuur is doorgedrongen: het nihilisme van het algemene uitgangspunt dat elke waarheid relatief is, moraliteit subjectief is en daarom ook al onze persoonlijke “narratieven” die onze levens zin geven in gelijke zin waar en geldig zijn. Tony onderwijst zijn publiek op karakteristieke wijze: “I always tell the truth, even when I lie.” Zijn personage was een man die zijn tijd ver vooruit was.

Postmodernisme: proberen het goede te doen is tijdverspilling
Postmodernisme is de bron van de nadruk die onze cultuur legt op authenticiteit en de minachting die het heeft voor onechtheid. Want als de enige waarheid ter wereld is dat alle waarheid en moraliteit relatief zijn, dan is iedereen die iets anders beweert hetzij een idioot, hetzij een oplichter. Vandaar de hedendaagse aantrekkingskracht van de antiheld en het verdwijnen van de traditionele held.

Authenticiteit
Helden die staan voor traditioneel goede dingen in een wereld waar al het veronderstelde goede al lang in diskrediet is gebracht, zijn banale goedzakken die op zijn best te stom zijn om beter te weten. Antihelden daarentegen verkrijgen bijval van het publiek vanwege hun schurende realisme en hun openhartigheid, ongeacht hoe slecht ze zijn. Frank Underwood doorbreekt het beeldscherm met zijn kijkers en brengt ze op de hoogte van zijn snode plannen; Walter White’s moment van verlossing is de ultieme bekentenis aan zijn vrouw dat hij meth verkoopt omdat hij dat leuk vindt en niet om zijn gezin te plezieren en Tony Soprano krijgt een nauwe band met zijn dochter wanneer hij haar bekent dat hij eigenlijk geen “afvalverwerkingsconsultant” is. In de postmoderne wereld is er geen grotere deugd dan authenticiteit en geen grotere ondeugd dan onechtheid.

Postmodernisme is eveneens de bron van de aannames die ten grondslag liggen aan de snelle grappen van de komieken in de Late Night shows die een denigrerend vooroordeel hebben tegen vaderlandsliefde of godsdienst, maar zelf bitter oordelen over elke vorm van vooringenomenheid die zij waarnemen.

Het is het vertrekpunt van zo ongeveer elke verhaallijn van sitcoms over doelloze, egocentrische mensen als “Seinfeld”, “It’s Always Sunny in Philadelphia” en “Archer”. Het is hyper-vooroordeel tegen vooroordeel of – in de woorden van Evan Sayet – “een cultus van non-discriminatie”.

Verdacht
In tegenstelling tot de vele religies, ethische denksystemen en andere oude tradities die elke poging om de menselijke situatie te verbeteren waarderen, gaat het postmodernisme er van uit dat al deze probeersels de oorzaak van menselijk falen zijn. Het gaat dan ook te werk volgens exact één moreel gebod: maak alles verdacht wat andere mensen voor het goede houden, omdat de opvatting dat iets verheven is boven iets anders onvermijdelijk leidt tot vooroordeel, intermenselijk conflict en ongelijkheid.

Op deze manier heeft de Venus van Milo niet meer esthetische waarde dan een crucifix in een kan vol urine; zijn Beethovens symfonieën niet diepzinniger dan het laatste rondje van top 40 hits; zijn alle godsdiensten in wezen hetzelfde en zijn al hun “gematigde” postmoderne aanhangers plezierig vertegenwoordigd op de “Coexist” bumpersticker. In zekere zin is het postmodernisme helemaal geen cultuur, maar eerder een anti-cultuur die succes afmeet aan het vermogen om alles wat mensen van waarde achten te ontmantelen.

Postmodernisme verbergt slechts zijn hypocriete idealisme
Gesteld dat de postmoderne mens in niets gelooft en niets van waarde acht, zou het niet onredelijk zijn te concluderen dat hij om niks geeft. Maar iedereen die de postmoderne mens kent weet ook dat niets meer bezijden de waarheid is. In plaats daarvan is de “cultus van non-discriminatie” vervuld van het naïeve idealisme dat van de wereld een betere plek wil maken. Echter, net als andere utopische visies die de mens proberen te herscheppen in iets dat vreemd is aan zijn aard, is deze cultus niet in staat tot compromis en levert zichzelf daardoor uit aan hypocrisie en fanatisme.

Deze hypocrisie blijkt uit de selectieve toepassing van politiek-correcte verontwaardiging. De oneerlijkheid van veel “gekwetstheid” wordt misschien het beste weergegeven door MSNBC, de zelfbenoemde toezichthouder op alle vormen van vooroordeel in het Amerikaans leven, die er herhaaldelijk niet in slaagt om aan dezelfde normen te voldoen die zij op anderen toepast.

Romney
De opvallende tegenstrijdigheid van Melissa Harris Perry en andere commentatoren die de gek steken met het gezin van Mitt Romney vanwege de adoptie van een zwarte baby en zich vervolgens kort daarna vol tranen ervoor verontschuldigen, riekt naar iemand die niet zozeer berouw heeft, maar zich schaamt: zij en haar collega’s dachten niet goed na toen ze de Romney’s belachelijk maakten en hebben hun werkelijke gevoelens laten zien.

Hoe anders kan iemand die het impliciete racisme ontmaskert in iets zo triviaal als de personage Darth Vader zich zo vergissen? Het toont aan dat alle rechtvaardige verontwaardiging die deze lieden op andere mensen richten die iets dergelijks doen aanstellerij is: een vooropgezette show die voor andere doeleinden wordt opgevoerd.

Collegeprotest
De selectiviteit van politieke correctheid werd levendig tentoongespreid op een van de eerste protesten die eind 2015 op Amerikaanse colleges plaatsvonden. Tijdens een protestdemonstratie op Claremont McKenna College als reactie op een persoonlijke mail van de decaan van de opleiding die inhield dat niet-blanke studenten niet pasten in de mal van de school, verzamelden studenten zich om openlijk hun eigen ervaring van rassendiscriminatie te bediscussiëren. Toen een Chinese studente de luidspreker pakte om over haar ervaringen met discriminatie door een groep zwarte mannen te vertellen, krompen de studenten ineen en duwden haar weg.

Toen zij haar punt probeerde duidelijk te maken, richtte een demonstrant de luidspreker op haar: “Je bent in de war, OK, je verliest het zicht op de beweging!”. Blijkbaar was het de Chinese studente niet bekend dat uitbreiding van de discussie tot haar eigen ervaring afleidde van het doel van de demonstratie: het schoolbestuur intimideren en te laten doen wat de demonstranten wilden. Daarom werd haar gedwongen het zwijgen opgelegd.

Het enige dat de Postmodernen nog hebben is macht
De onechtheid van de politieke correctheid wordt alleen overtroffen door haar fanatisme, dat in de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Het ontslag van Brendan Eich door Mozilla omdat hij voorstander was van Proposition 8 (de afschaffing van het homohuwelijk – vert.) in Californië, de uitbarsting van protesten op universiteitscampussen tegen de aanstootgevendheid van Halloween-kleding, de controverse over staatswetten die het gebruik van de wc beperken volgens biologische maatstaven in plaats van genderidentiteit: alles wijst er op dat de postmoderne “cultus van non-discriminatie” alleen maar wanhopiger wordt naarmate er meer successen worden geboekt. Wat is er aan de hand?

Het antwoord is dat de postmoderne mens uiteindelijk bevrediging vind in het enige dat hem rest: macht. Morele superioriteit is een ontegenzeggelijk bron van macht over andere mensen en het postmoderne morele gebod biedt die goedkoop aan aan iedereen die zijn uitgangspunten aanvaardt. Het vermogen om anderen het zwijgen op te leggen alleen door te insinueren dat ze racistisch zijn is subtiel, maar de kracht ervan valt moeilijk te overschatten.

Hysterie
Als gevolg hiervan, zelfs nu de Amerikaanse maatschappij meer divers en aanpassingsbereid wordt, zien steeds meer mensen toch overal domme discriminatie in. Hoe minder tradities, instituties en gewoonten er zijn om af te breken, des te meer verwatert de macht die is geworteld in hun woede. Vandaar de groei van morele hysterie over steeds kleinere en onbeduidendere zaken.

Tot ongeveer 2014 was politieke correctheid voor velen een onschadelijke poging om mensen gevoeliger en beleefder te maken. In de woorden van Charles C.W. Cooke was politieke correctheid een verontrust kerkdametje. Maar tussen het Mozilla-incident en de campusrellen beseften velen dat je door ongefundeerde politieke correctheid over in de privésfeer gedane of gezegde zaken ontslagen kon worden, je carrièrevooruitzichten kon verprutsen of zelfs machtige instellingen kon vernederen die niet luisterden naar de eisen van jongeren.

Het werd ook duidelijk dat de aanhangers van politieke correctheid niet van plan waren om iemand of iets hen de weg te laten versperren. Zo gauw de politiek-correcte verontwaardigingsmachine besluit dat iets fout is aan wat je ook moge denken, is zij niet meer geïnteresseerd in je gedachten of je overwegingen: je moet ze gelijk geven of je mond houden. Stel je maar eens voor dat je een middenweg probeert te vinden met deze demonstrant op Yale University nadat ze zichzelf kennelijk in een autoriteitspositie heeft geplaatst.

Trump laat postmodernisme over zichzelf struikelen
Dit alles roept een ongemakkelijke vraag op bij mensen die niks hebben met de politiek-correcte agenda en die hechten aan hun vrijheid om zelf na te denken. Hoe reageer je op iemand die vastbesloten is om je te belasteren vanwege je veronderstelde onverdraagzaamheid, ongeacht wat je denkt en waarom? Hoe win je een discussie met iemand die bewust de mening van woorden verdraait en volhoudt dat de waarheid volledig relatief is en zich helemaal in zijn recht voelt staan om bijna iedereen te beschuldigen van de ernstigste morele tekortkomingen?

En daar verschijnt de rechtse, postmoderne antiheld. Afwijkend van zo ongeveer elke andere presidentskandidaat die voor de Republikeinen is aangetreden, beschikt Trump over een intuitief begrip van onze postmoderne cultuur en weet er op een verwoestende manier gebruik van te maken.

Spelregels
Als onze tegenstanders ons gaan beschuldigen dat we intolerant en kwaadaardig zijn, ongeacht wat we zeggen of denken, wat voor zin heeft het dan om de moeite te nemen ze van het tegendeel te overtuigen? Laten we hun eigen spelregels van relativisme en subjectiviteit hanteren, hun ongefundeerde beschuldigingen verwerpen en meedogenloos inslaan op waar ze het kwetsbaarst zijn: hun hypocrisie.

Als er uiteindelijk geen grotere deugd is dan authenticiteit en geen ergere ondeugd dan onechtheid, dan zijn de leveranciers van verzonnen politiek-correcte woede bijzonder kwetsbaar.

Protesteren tegen een beschuldiging van Links door te zeggen dat je geen racist, sexist etc. volgens hun eigen termen bent, is een recept voor mislukking. Denk maar terug aan wat er met Romney gebeurde toen hij wanhopig het tegendeel probeerde aan te tonen met zijn Binders full of women. Trump bood een alternatief aan: laten we, liever dan een feitelijk, rationeel argument te geven de beschuldiging neutraliseren door de uitgangspunten zelf te ontkennen en daardoor de macht van de beschuldiger wegnemen om überhaupt wat voor oordeel dan ook te vellen.

Latino’s
Vlak nadat hij geruchtmakend verwees naar de “verkrachters” die Mexico naar de VS stuurde toen hij net zijn campagne begon, reageerde Trump op zijn geschokte critici door te claimen “Latino’s houden van Trump en ik van hen“. Precies zo, nadat de beruchte Access Hollywood tape was opgedoken, verkondigde Trump onverschrokken tot een grinnikend publiek dat “niemand meer respect voor vrouwen heeft dan ik“.

Nam iemand werkelijk Trump’s weerleggingen serieus? Natuurlijk niet. Toch toonden zijn brutale antwoorden aan dat beschuldigingen van racisme en sexisme geen macht over hem hebben en in onze postmoderne cultuur is dat alles dat echt van belang is.

Raak de oplichters waar het het meeste pijn doet
Het meest belangrijk van alles is dat Trump begreep dat postmodern Amerika van niets meer walgt dan van een zelfingenomen oplichter. Vandaar zijn reputatie van “terugslaan” wanneer hij wordt geconfronteerd met hijgerige uitingen van “gekwetstheid”. Dat was duidelijk bij zijn reactie op Clinton’s “neiging tot sexisme“-opmerking door te wijzen op haar echtgenoot’s verleden van aanrandingen. Door dat te doen in plaats van wat men verwachtte – de koninklijke weg kiezen, excuses maken en doorgaan – koos Trump ervoor zijn aanklagers er op te wijzen dat hun verklaringen van morele verontwaardiging cynische machtsgrepen zijn en niks meer.

Inderdaad, Trump provoceerde precies om deze reden met politiek-correcte verontwaardiging als effect. Door net als Tony Montana de spiegel voor te houden aan zijn stomverbaasde Country Club-publiek, haalde Trump de ene prachtige stunt na de andere uit.

Immigratie
Misschien was het beste voorbeeld van Trump’s provoceer-en-win-strategie zijn opvatting over immigratie. Elk voorstel om immigratie te beperken, ongeacht hoe bescheiden ook, stuit onveranderlijk op beschuldigingen van nativism en racisme. Dus waarom zou je die dan ook bestrijden? Trump koos ervoor de uitdaging aan te gaan door aanvankelijk iets echt verschrikkelijks voor te stellen: het deporteren van tientallen miljoenen mensen. Toen de voorspelbare verontwaardigingsmachine in de hoogste versnelling ging, besloot hij niet de schade beperken. In plaats daarvan verwierp hij de beschuldigingen en liet hij het lopen.

Nadat Trump zijn hyperventilerende critici had afgeschud die hem hysterisch voor racist, fascist en alles daar tussenin uitmaakten, nam hun woede geleidelijk af omdat het niet het gewenste effect had. Nu liggen alle verklaringen van Trump over het onderwerp ter bespreking op tafel, ze lijken relatief redelijk te zijn en elke politiek-correcte uitbarsting ertegen zal hol klinken. Op deze manier temde en beheerste hij de verontwaardigingsmachine steeds opnieuw: de immigratiestop voor moslims, het doden van de familie van terroristen, het beledigen van John McCain vanwege zijn krijgsgevangenschap, dat alles tot het hem de Republikeinde nominatie bezorgde.

Dit is de Trump die we krijgen
De Democraten verwelkomden opgewonden Trump’s overwinning in de Republikeinse Primaries in de verwachting dat ze hem zouden begraven onder een stapel neerbuigendheid omdat hij een clown is en zouden minachten omdat hij de volgende Hitler is. Erger nog, ze meenden dat zijn verbazingwekkende opkomst alles bevestigde wat ze al lang dachten over de helft van het land en nu hardop mochten uitspreken: het zijn inderdaad een mand vol niet te redden racistische, sexistische, homofobische deplorables. Mainstream Republikeinen zouden zeker op de progressieve trein springen, liever dan te worden geassocieerd met deze griezels.

Niets van dit alles gebeurde natuurlijk. Maar waarom? Omdat Trump’s vijanden niet konden begrijpen dat hij niet aan het winnen was vanwege de rare dingen die hij zei, maar vanwege de valse verontwaardiging en de gekunstelde neerbuigendheid die zijn uitspraken opriepen. Veel mensen leefden mee met Trump omdat hij de minachting moest verdragen die hij bewust over zichzelf afriep. Trump bleef de rol van de antiheld spelen en Clinton de rol van de zich naarstig aan haar parelketting vastgrijpende oplichtster.

Dus ik ben een schoft omdat ik geen inkomstenbelasting betaal? Dat kan zijn, maar het maakt me ook slim, net als al die andere miljardairs die je campagne steunen. Dus ik ben een sexist omdat je een video van me vond waarin ik opschepte over hoe mijn superster-status me in staat stelt om vrouwen bij hun p-y te pakken? Dat kan zijn, maar sta me toe vier van de vrouwen in de openbaarheid te brengen die jouw echtgenoot hebben beschuldigd van alles variërend van exhibitionisme tot verkrachting. Dus ik ben een hebzuchtige zakenman die mijn aannemers afknijpt? Jij bent een corrupte politica die onze nationale belangen uitverkoopt om je zakken te vullen.

Misschien is alles wat ze over me zeggen waar, maar ik ben ten minste authentiek, ik ben ten minste echt: jij daarentegen bent een smerige, walgelijke hypocriet.

Dus wens de bad guy maar goedenacht. Omdat deze bad guy nu onze president is.

===============================================================

De auteur is afgestudeerd aan het Institute of World Politics, Graduate School of National Security and International Affairs te Washington DC.

Oorspronkelijk gepubliceerd als Donald Trump Is The First President To Turn Postmodernism Against Itself door David Ernst op TheFederalist.com.

Door de auteur geautoriseerde vertaling door Asher.

===============================================================
Foto: Donald Trump by Gage Skidmore is licensed under CC BY-SA 2.0
================================================================

Advertenties