Jeruzalem eendrachtig in strijd tegen bouwafval

Jeruzalem is een oude stad, maar ook een heel moderne, met 830.000 inwoners. Jeruzalem kent milieuactivisten, mensen die fietspaden willen en autovrije zones en vooral… geen slechte planning door het stadsbestuur! Zo voeren de bewoners van noordoost Jeruzalem – een bont gezelschap van Joodse en Palestijnse Israëliërs, Palestijnse vluchtelingen en bedoeïenen – gezamenlijk actie tegen een stortplaats voor bouwafval in het bovenste deel van Nachal Og.

Bouwafval
Nachal Og is een uitgedroogde beek, die alleen in de winter het overtollige regenwater bruisend afvoert richting Dode Zee. Het dal dat Nachal Og zo heeft gevormd, begint tussen het vluchtelingenkamp Shuafath, de Palestijns-Arabische wijk Issawiya en de overwegend Joodse wijk French Hill: alle drie Jeruzalem. Het leek de gemeente geschikt om daar gedurende twintig jaar met meer dan honderd vrachtauto’s per dag bouwafval aan te voeren, te vermalen en te storten, waarna alles met aarde zou worden bedekt en er een park zou komen. Maar niemand van de omwonenden wil twintig jaar aanvoer van bouwafval met veel stof en lawaai.

Plan en protest
Een dergelijk plan gaat in Jeruzalem door alle fasen van deskundigheid en zelfs inspraak van de bevolking. Deze maand is het terugverwezen naar de vorige fase, een succes voor actievoerders na een demonstratie van omwonenden uit French Hill, Issawiya, het vluchtelingenkamp Shuafath en enkele bedoeïenen. Er kwamen zelfs parlementsleden kijken, want plan en protest hebben de commissie voor Binnenlandse Zaken en Ruimtelijke Ordening van de Knesset bereikt.

Gewone stad
Jeruzalem is een gewone stad als er iets is om je samen voor in te zetten. Van de circa 830.000 Jeruzalemmers vormen Joden de meerderheid en dat is al zo sinds halverwege de negentiende eeuw. 37% is Arabisch of Palestijns en volgens het Palestinian Center for Public Opinion wenst 52% van de in Jeruzalem wonende Palestijnen bij een vredesregeling bij Israël te blijven. Maar sommige Palestijnse wijken zijn ware no go zones, waar zelfs de politie het te gevaarlijk vindt om een bezoek te brengen. Dat zijn vooral vroegere dorpjes rond Jeruzalem, die nu als wijken aan de stad zijn vastgeplakt.

Extremisten
Issawiya is zo’n wijk, deels gebouwd op grond van de Hebreeuwse Universiteit. Het behoorde als piepklein dorpje in 1948 al tot Israël. French Hill ligt er tegenover en is pas na de zesdaagse oorlog gebouwd, na verovering op Jordanië. Het is een Joodse wijk met een niet onbemiddelde Palestijnse minderheid. Veel grond daar is in bezit van de Grieks-orthodoxe kerk en na 1967 voor 99 jaar verpacht aan Israël, met het doel er huizen op te bouwen voor nieuwe – Joodse – immigranten. De prominente Palestijnse familie Erekat heeft daar ook enkele grote villa’s op eigen grond.

Joodse bewoners van French Hill kunnen niet naar Issawiya, want behalve aardige mensen zijn daar helaas ook extremisten actief – aanhangers van Hamas. Bewoners van Issawiya werken wel in heel Jeruzalem en komen ook naar French Hill voor zaken en voor het postkantoor, want hun eigen postkantoor werd door die extremisten platgebrand.

Nederzetting
Ook het vluchtelingenkamp Shuafath is een no go zone. Het is Jeruzalem, maar voor de veiligheid achter de betonnen veiligheidsmuur, die zich ook nog door dit landschap slingert. In Shuafath is veel illegale bouw, grote flats die gapend leeg staan, maar waar iemand van buitenaf kennelijk het geld voor gaf. Bewoners, die vanuit Shuafath in Jeruzalem (onder andere in dienst van de gemeente) werken, vertellen dat het de Europese gemeenschap of Qatar wel zullen zijn geweest en noemen het spottend ‘de Palestijnse nederzetting Shuafath’, want van wie is de grond en gaven die eigenaars wel toestemming?

Het klinkt ingewikkeld allemaal en dat is het ook, maar tegen de bouwvuilstortplaats slaan de bewoners van dit gebied toch eendrachtig de handen ineen. Net als in iedere gewone stad.

============================================================================
Foto: Demonstratie van activisten op 8 december 2016 door de “Opposing the Og Landfill Steering Committee”, verkregen via de auteur met recht van publicatie
============================================================================

Advertenties