Advertenties
Recent:

Neutrale journalistiek? Gewoon Back to the Basics

Na de verkiezing van Trump als president van Amerika kwam de New York Times met een mea culpa aan het Amerikaanse volk: “We zullen van nu af aan wél neutraal over de nieuwe president berichten”. Naar aanleiding van de deze verkiezingen deed NPO-baas Shula Rijxman begin deze week in de Volkskrant een duit in het Nederlandse zakje.

Verbindend
Rijxman zei: “Ook in Nederland speelt de vraag of de zogenaamde mainstream media wel weten wat er speelt op straat. Of ze het geluid van alle Nederlanders voldoende laten horen, of alleen dat van de hoogopgeleide kosmopolitische Nederlander.” Ze vindt dat de NPO er voor iedere Nederlander moet zijn, dat de NPO een verbindende rol moet vervullen. En net als bij de New York Times vraagt ook Rijxman zich af of de media daar nog wel in slagen.

Opvallend is dat Rijxman ondanks deze vragen staande houdt dat de NPO onafhankelijk is en neutrale journalistiek bedrijft. En niet alleen de NPO, ook de NOS claimt dit nog steeds. Maar een groeiende groep burgers vindt dit onterecht.

Toezichthouder
Zo ook Thierry Baudet. Daarom wil het Forum voor Democratie hier wat aan gaan doen. De partij bepleit dat gezichtsbepalende presentatoren en omroepdirecteuren openbaar moeten maken van welke partijen ze eventueel lid zijn geweest. Er moet bij de NPO een onafhankelijke toezichthouder komen die de “exclusieve verantwoordelijkheid heeft om er op toe te zien dat er een evenwichtig en gebalanceerde coverage van de verkiezingscampagne plaatsvindt tot 15 maart 2017”. En er moet een onafhankelijke Raad van Toezicht worden ingesteld.

Onmogelijk
Wat ik vreemd vind aan het debat over de neutraliteit van de NPO, is dat zowel voorstanders als tegenstanders over het hoofd lijken te zien dat neutraliteit gewoon onmogelijk is. Elk mens heeft immers zijn eigen waarden en normen die hem in alles beïnvloeden: in het doen van boodschappen, in welke boeken er wel of niet worden gelezen, in welke politieke en journalistieke keuzes er worden gemaakt. Dat geldt voor journalisten van de NOS, de VARA, WNL, et cetera, maar ook voor de ‘onafhankelijke’ toezichthouder die het Forum voor Democratie graag wil zien.

Dit probleem is volgens mij alleen van onderop aan te pakken. Het heeft namelijk geen zin om met concrete beleidspunten neutraliteit af te dwingen, zoals het FvD wil. Journalistieke criteria om neutraliteit te garanderen, zoals hoor en wederhoor, zetten evenmin zoden aan de dijk. Tenminste, niet als tegelijkertijd aan het volgende niet voldoende aandacht wordt besteed.

Perspectief
Journalisten zouden bij elk item dat ze produceren, hoe groot of klein ook, zich grondig moeten afvragen: hoe beïnvloeden mijn persoonlijke waarden mijn eindproduct, hoe beïnvloeden ze de bronnen en deskundigen die ik gebruik en het perspectief dat ik wil benadrukken? Ook eindredacteuren zouden bij het beoordelen van producties zulke vragen bovenaan het prioriteitenlijstje moeten hebben staan.

Subjectiviteit
Pas als een journalist beseft hoe zijn eigen subjectiviteit de berichtgeving zelfs tot in de kleinste detail beïnvloedt, komt neutrale journalistiek écht in beeld. Pas dan kan de samenleving er meer en meer op vertrouwen dat journalisten daadwerkelijk werk hebben gemaakt van zo neutraal mogelijke content. Want als je steeds weer je eigen subjectiviteit in je stuk herkent, kun je er ook wat tegen doen. Volledige neutraliteit zal dan nog steeds onmogelijk zijn. Maar om het een journalistiek zinvol begrip te laten blijven, is genoemde methode het minste wat we van neutrale media mogen verwachten.

Dit klinkt allemaal evident, maar dat is het helaas niet. Want anders hoefde Rijxman zich niet te verdedigen en hoefde de New York Times geen mea culpa uit te spreken. Dat gebeurde wel. En dat zegt genoeg.

Advertenties
About Egbert Minnema (1 Article)
Journalist en Sociaal Planoloog in spe
%d bloggers liken dit: