Het gebroken woordje

img_1341

Het gebroken geweertje, kent u ‘m nog? Het was in ons land een symbool voor het pacifisme dat opkwam na de Eerste Wereldoorlog. Mensen droegen het als speldje op hun revers: een soort kalasjnikov-avant-la-lettre die door twee omhooggestoken handen in tweeën werd gebroken.

PSP
Voor mij stond het decennia later symbool voor de geweldloosheid van de jaren zestig en zeventig en op een politieke markt kocht ik een speldje bij de kraam van de PSP. Ik liep er de laatste flowerpowerjaren trots mee rond als een opstandige puber-met-een-mening, terwijl mijn mannelijke leeftijdgenoten de een na de ander werden opgeroepen voor de dienstplicht. Ik was mordicus tegen geweld en wapens. Liefde was het devies.

Gijzeling
Maar toen gebeurde er een treinkaping bij mij in de buurt en later nog een keer en er werden schoolkinderen gegijzeld, er werd iemand door de kapers doodgeschoten. En toen werd de trein met veel geweld bevrijd. De straaljagers vlogen die ochtend vroeg pal over mijn huis. Kogels doorzeefden de gele trein waar we wekenlang machteloos naar hadden gestaard. Ik vond het afschuwelijk maar ik begreep het wel.

We spraken erover in de klas. Niemand vroeg zich af of we de trein hadden moeten overladen met begrip en liefde. Niemand begon over waxinelichtjes en knuffelbeertjes. Ik ook niet. Al hadden de Molukkers wel een punt. Ze waren door de regering bedrogen en werden ook na de eerste kaping niet serieus genomen. Maar ze waren te ver gegaan. Daarmee verloren ze het recht op redelijkheid en begrip.

Geweld
Drie weken onderhandelen hadden tot niets geleid en het was nu eenmaal zo dat alleen geweld er nog een einde aan kon maken. Dat er kapers sneuvelden in deze actie was onvermijdelijk. Niemand in mijn omgeving was kwaad op de mariniers die geschoten hadden. We waren alleen maar blij dat de overbuurman weer heelhuids was teruggekeerd en dat we weer gewoon per trein naar Zwolle konden reizen, al schrokken we nog elke keer als er mensen met een Moluks uiterlijk in Assen instapten. Mijn gebroken geweertje verdween in de la.

Woorden
In Nederland vinden we fysiek geweld onacceptabel en hebben het strafbaar gesteld. Als je onenigheid hebt gebruik je niet je machete of je kalasjnikov, maar stap je naar de rechter, de gemeenteraad of begin je een nieuwe politieke partij. Daarom zijn woorden hier ook zo populair. Woorden zijn het helemaal, in Nederland. Daarin schieten we dan ook  weer door. Iemand zegt iets onwelgevalligs en meteen komen de spreekwoordelijke hooivorken tevoorschijn en wordt de spreker door een woedende menigte verbaal het dorp uitgejaagd.

Woorden werken hier als wapens die ernstige schade kunnen toebrengen aan tere zieltjes. Wij verbannen ‘allochtoon’. We slepen ‘minder, minder’ voor de rechter. We noemen ‘blank’ discriminatie , we kenmerken ‘trots als een aapje’ als racistisch en over het ‘pleurt-op’ van de premier weten we zelfs een hele middag onze tijd te verdoen in de Tweede Kamer.

Lucht
Woorden zijn geweldloos, maar woorden zonder daden zijn lucht. Wat beginnen woorden tegen eerwraak? Tegen etnische straatterreur? Kunnen woorden een liquidatie voorkomen? Zijn woorden heilzaam tegen huiselijk geweld? Woorden zijn niet gevaarlijk, maar woorden die je breekt zijn dat wel. Ze zijn zo giftig dat ze zelfs kunnen uitmonden in een treinkaping. Denk daaraan tijdens de komende verkiezingscampagne. Tijd voor een nieuw speldje, het Gebroken-Woordje?

Advertisements