Advertenties
Recent:

Schoonwassen geschiedenis komt voort uit anti-racistisch ideaal

In het debat rondom racisme wordt continu gezegd dat Nederland zijn eigen geschiedenis “pasteuriseert”, zoals Özdil het noemt in Nederland mijn vaderland. Het is een a priori aanname. Of deze de werkelijkheid recht doet, is op zijn minst twijfelachtig te noemen.

Op de middelbare school krijgen alle leerlingen les over de slavenhandel en de politionele acties, terwijl er maandelijks wel een artikel in een krant verschijnt omtrent de oorlogsmisdaden die gepleegd zijn tijdens die acties. Hans Janmaat, Pim Fortuyn en Geert Wilders zijn altijd door een groot deel van de politieke en intellectuele elite veroordeeld om hun vermeende racisme.

Toch kent bovengenoemde a priori aanname veel aanhangers. Wat betekent die aanname? Dat Nederland haar eigen verleden verschoont en dat wat niet in het zelfbeeld van een open samenleving past, naar de periferie wordt gestuurd?

Het schijn-zelfbeeld van Nederland
Voor Özdil en anderen is dit een punt van kritiek. Nederlanders willen de pijnlijke vragen met betrekking tot de eigen identiteit niet aan de orde stellen en leven zodoende met een schijn-zelfbeeld. Het is zaak, zo betogen zij, dat Nederland de donkere kanten van de eigen geschiedenis erkent en op die manier een meer realistisch zelfbeeld schept.

Hun kritiek lijkt op de kritiek die Dimitri Verhulst uitte in het boek Bloedboek op de priester, katholieke kerk en zijn docenten. In een interview met Trouw vertelt hij dat hij catechese kreeg, maar in plaats van dat de docenten hem het woord van God brachten, brachten ze hem de woorden die zij kozen. Dit zou volgens hem zowel intellectueel als religieus oneerlijk zijn. Het zou hem tot een slechte gelovige maken.

Wat hij niet inziet is dat juist in het kiezen van de woorden die ze hem brachten (als het ware een “pasteurisering” van het Oude Testament) juist intellectuele eerlijkheid schuilde. Ook de kerk wist dat bepaalde aspecten van de bijbel problematisch waren. Met name omdat de wereld doorgegaan is met beschaafder te geraken en het geloof daar ook op is aangepast. “Pasteurisering” is in die zin geen liegen, maar juist een ontwikkeling waarin het goede overblijft en het slechte wordt verworpen.

Openheid en tolerantie als idealiserend narratief
Dit kan eveneens opgaan voor de kritiek van Özdil. In het niet volledig op willen nemen van de donkere kanten van de geschiedenis, erkent de Nederlander (wie dat dan ook is), dat ze precies dat zijn: donkere kanten. En in het vormgeven van de gewenste toekomst, schept ze een geschiedenis die daar het fundament voor is. Juist het zelfbeeld van Nederland als tolerante en open samenleving, zowel historisch als toekomstig, is een mengeling tussen feitelijkheden en een idealiserend narratief. In het historische idee van de tolerantie en openheid, zit een te waarderen wensdenken voor hoe de wereld zou moeten zijn.

Dit roept natuurlijk allerlei vragen op. Een kernpunt hiervan is dat een land met een onwaarachtig zelfbeeld, niet kan of wil zien wat het fout doet. Nog steeds. En misschien is dat ook zo. Maar tegelijkertijd ligt juist in dat onwaarachtige zelfbeeld een verlangen naar hoe Nederland zou moeten zijn. Het lijkt me daarom belangrijk dat Nederland zichzelf niet donkerder maakt dan dat het is en dat het – zonder de feitelijkheden te ontkennen – zichzelf blijft zien als een verheven, open en tolerante samenleving.

Dat is geen valsemunterij, maar het niet bang zijn om te durven dromen van een land met grote idealen. De continue aanval op dit zelfbeeld lijkt nu de consequentie te hebben dat de idealen langzaam verdwijnen en vooralsnog wordt niets daarvoor in de plaats gesteld. Natuurlijk moeten de uitwassen van racisme en discriminatie benoemd en aangepakt worden. Maar dat moet ook kunnen zonder de geïdealiseerde horizon te wissen.

Advertenties
About Peter van Duyvenvoorde (43 Articles)
Masterstudent filosofie en theologie
%d bloggers liken dit: