Henk Hofland: vrijzinnig, nieuwsgierig en weloverwogen

Halverwege de jaren 60 werd ik student. In Amsterdam. Thuis, in een dorp op de Veluwe, lazen we Het Vrije Volk en Het Parool. De sociaaldemocratie vulde het ouderlijk huis in alle hoeken en gaten, van het “Morgenrood” in de ochtend tot de avondlijke vergaderingen aan de keukentafel.

Algemeen Handelsblad
Ik zocht naar een krant met een afwijkende signatuur. Blikverruiming. Dat werd het Algemeen Handelsblad en daarmee, naderhand in de combinatie met NRC, ontstond een band die tot aan de dag van vandaag bestendig, maar niet kritiekloos is gebleven. Het Handelsblad is in mijn herinnering een krant van bezonnenheid en nuance. Liberaal en ook veelkleurig, met binnen dat vrijzinnige kader, ruimte voor afwijkende meningen. Ik voelde mij thuis, bij die krant van de wat afstandelijke Steketee en van die dwarse, maar analytisch scherpe linkse anarchist Anton Constandse.

Ik leerde, als lezer, de journalist H.J.A. (Henk) Hofland kennen. Met Hofland als hoofdredacteur (1968-1970) vernieuwde de krant zich. Het zaterdagkatern kreeg een eigen en voor die tijd bijzonder karakter. Toch kon Het Algemeen Handelsblad zich in die ook voor het krantenwezen woelige tijd zich niet meer zelfstandig handhaven. Dagbladen met een voornamelijk lokale lezerskring moesten fuseren of gingen ten onder. Het Algemeen Handelsblad fuseerde in 1970 met de Rotterdamse NRC. Pas later begreep ik ook, dat niet alleen veel trouwe lezers, maar ook Hofland met dit samengaan moeite had.

Regentesk
En toen kwam Hofland begin jaren zeventig met zijn boek Tegels Lichten”. Een boek met “Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten”. Hofland stelde daarmee de regenteske autoriteiten en bestuursstijl van die dagen aan de kaak. Een boek dat ons, studenten politicologie, volledig overrompelde. Het was een tijd dat journalistiek graven in machtsstructuren nog tot wasdom moest komen.

Natuurlijk: we verslonden Vrij Nederland van Joop van Tijn, Igor Cornelissen en van de veel te vroeg overleden Martin van Amerongen, die ik, eerlijk gezegd in die jaren op eenzaam niveau vond staan, met zijn eruditie, scherpzinnigheid en ironie. Mijn waardering voor Hofland als journalist en columnist kreeg pas geleidelijk vorm. Hij liet me te vaak, na diepgravende weloverwogen en kritische analyses, met vragen achter: ‘maar wat vind je nu zelf?”

Tijdgeest
Onterecht: soms moet de lezer zelf conclusies trekken of zich er bij neerleggen dat voor sommige vragen, ook voor grote journalisten, het definitieve antwoord niet pasklaar voorhanden is. Pas laat gaf ik me gewonnen voor die afgewogen, zorgvuldige stijl, voor zijn bijna tomeloze nieuwsgierigheid naar oorzaken en verbanden, voor die prachtige observaties van grote en kleine dingen. Hofland schreef, als kritisch chroniqueur van de tijdgeest, juweeltjes, waarvoor hij terecht is geprezen. In een interview in Vrij Nederland met Jeroen Vullings laat hij toch iets los van zijn visie op de journalistiek van nu.

The Guardian bijvoorbeeld, Le Monde en voor een deel The New York Times zijn uitstekende kranten gebleven. Het spijt me meer dan ik kan zeggen, maar zulke dagbladen hebben we in Nederland niet meer. Intellectuele lezers, van welke politieke signatuur ook, stellen prijs op een goed geschreven, goed geïnformeerde, onafhankelijke krant, een betrouwbare en deskundige nieuwsbron. Dat is het wezen van de krant, de kern die niets te maken heeft met die losgebroken gekkenhuizen in overbodige katernen. Van dat wezen van de krant moet je je lezer niet vervreemden. In de concurrentieslag met het internet en de televisie verlies je toch, dus blijf trouw aan jezelf en je lezers die niet de waan van de dag volgen. Het is een trend in de media, vrees ik: op de klassieke zender Radio 4 rukt ook het gewauwel op, ten koste van de muziek.’

Ik ben het daar heel erg mee eens.

Een commentator en observator van het kaliber Henk Hofland kom je maar eens per eeuw tegen.

Foto: Nos.nl

Advertisements