Advertenties
Recent:

Boekenweek-essay: Goede boeken spreken voor zichzelf

Schrijvers lijken tegenwoordig wel popidolen of filmsterren in plaats van teruggetrokken figuren, die in zelfverkozen eenzaamheid een literair kunstwerk tot stand brengen.

Ze schuiven aan bij programma’s als De Wereld Draait Door, Jinek en Pauw om hun boeken onder de aandacht te brengen van het grote publiek. En doen dan en passant ook nog even een duit in het politieke zakje als het onderwerp van literatuur dan wel lectuur verschuift naar problemen als de Eurocrisis, het vluchtelingenvraagstuk of het associatieverdrag met Oekraïne.

Daar was een paar decennia geleden allemaal geen sprake van. Ook voor wie de boekenbijlages van kranten en tijdschriften van nu vergelijkt met die van zo’n dertig jaar geleden is het verschil evident. Maar wat zegt dit over het aanzien of het image van huidige literatoren en de schone kunst die zij beoefenen? Is het een trend die zich ook voordoet in andere vormen van kunst? Is er een oorzaak voor aan te wijzen? En is het een ontwikkeling die te betreuren of juist toe te juichen valt?

Overbodige ruis
Als Kees Fens in de jaren ’80 de nieuwe dichtbundel van Jan Eijkelboom besprak in de Volkskrant, besloeg dat artikel misschien driekwart van een kolom in de krant.

De enige illustratie was een afbeelding van de kaft van het boekwerkje. Over het uiterlijk, de leeftijd, de burgerlijke staat en allerlei andere zaken uit het persoonlijke leven van de dichter kwamen we niets te weten.

Het ging om de verzen, de regels, de woordkeuze, het rijm, de thema’s. Met een microscopische blik en respectvolle precisie werd het werk geanalyseerd, eventueel in de rest van een oeuvre geplaatst en op zijn kwaliteit beoordeeld. De poëzie, de dichtkunst. Daar draaide het om. Al het andere was overbodige ruis, die alleen maar afleidde van de kwaliteit van het werk.

Hoe anders is dat anno 2016.

Bestudeerde pose
In een modieus leeg gestylde ruimte zit een man in een strak gesneden maatpak op een antieke houten stoel. De schoenen en sokken, de boord van de coltrui, zelfs het horloge dat onder het manchet uit piept, stralen een zekere, wereldse overdaad uit. De foto laat een bestudeerde pose zien: de goedverzorgde man kijkt ons aan, licht voorovergebogen in de stoel, de ellebogen op de leuningen, de handen dicht tegen elkaar aan gevouwen.

Op een andere foto, een close-up over de hele pagina afgedrukt, zien we dezelfde man met een vlekkeloze teint, en profile, geconcentreerd in een niet bestaande verte staren. Het hele artikel beslaat drieënhalve pagina, waarvan ongeveer vijftig procent in beslag wordt genomen door de foto’s, een grote kop met subtitels en tussenkopjes. Slechts ongeveer de helft is dus tekst.

Dit is niet de beschrijving van een paar pagina’s uit de Huomo of een andere mannenglossy, dan wel een magazine over film of popmuziek. Dit komt uit de boekenbijlage van de Volkskrant, opgenomen in “Sir Edmund”, van 6 februari 2016. De man is de Nederlandse dichter Menno Wigman en het artikel is een interview met hem naar aanleiding van de verschijning van zijn nieuwste bundel, genaamd “Slordig met geluk”.

Persoonlijke crisis
Als we de inhoud van het interview nader beschouwen, lezen we over de zware persoonlijke (gezondheids-) crisis die Wigman heeft doorstaan. Het heeft hem veranderd als mens en hoe hij in het leven staat. En dat alles heeft ook een weerslag op zijn werk in algemene zin.

Best interessant om te lezen allemaal, hoor, daar niet van. Maar voegt het iets toe aan de gedichten van Wigman? Hebben we deze informatie nodig om zijn werk beter te kunnen begrijpen, er meer van te genieten, het beter te waarderen? Dat is natuurlijk zeer de vraag.

Dit interview met Wigman is maar een voorbeeld, representatief voor vele andere interviews en reportages, compleet met fotoshoots over schrijvers in het bijzonder en kunstenaars in het algemeen. Wie kent niet de beelden van Janine Jansen die met een guitige blik haar viool omklemt als ware het een weerbarstige minnaar? Van haar weten we hoe haar persoonlijke leven getekend is door verschillende crises, maar dat ze nu gelukkig getrouwd is en zich toch nog helemaal geeft aan haar grote passie: de muziek.

Intieme details
De pianist Wibi Soerjadi is ook zo iemand van wie we veel meer weten en die we vaker in de media (bij Ivo Niehe bijvoorbeeld) zien dan strikt noodzakelijk is. Zijn liefdes, zijn excentrieke bestaan, de goede doelen die hij steunt, etc. etc.

Halina Reijn, actrice en schrijfster, is nog een voorbeeld. Ze is regelmatig tafeldame bij De Wereld Draait Door en ziet er geen enkel probleem in om de meest intieme details uit haar persoonlijke leven met het grote publiek te delen. Maar wat kan mij het schelen dat ze worstelt met de vraag of haar kinderloosheid op haar veertigste nu wel of niet te betreuren valt? Moet het mijn waardering voor haar podium- en schrijfkunsten doen toenemen?

Het lijkt erop dat bepaalde kunstuitingen, waaronder boeken, concerten en toneelvoorstellingen, die tot voor kort als elitair en voor een beperkt publiek werden beschouwd, gepopulariseerd worden om de geldelijke opbrengsten te verhogen. Als een boek niet verkoopt, heeft de uitgever geen inkomsten en de schrijver geen honorarium. Als er geen kaartjes of cd’s worden verkocht is er niet genoeg omzet. Zou het zo banaal kunnen zijn? Maar was dat “vroeger” niet ook al zo? Wat is er dan veranderd?

Hemelse verbindingsofficier
In het boek “Mythen en Bewustzijn” van Joseph Campbell en Bill Moyers worden kunstenaars getypeerd als de nieuwe priesters en sjamanen: degenen die ons in contact kunnen brengen met het hemelse, het goddelijke. Kunstenaars staan in de visie van Campbell en Moyers in verbinding met een andere wereld, waar archetypes en bovenmenselijke wezens met dito eigenschappen de dienst uitmaken.

Zulke kunstenaars kunnen ons helpen ontstijgen aan de aardse werkelijkheid. Dat merk je door de verrukking, troost of ontroering die zich van je meester maakt als je een magistraal schilderij of beeldhouwwerk bekijkt, een prachtige passage in een meeslepend muziekwerk hoort of een ongekende zin in een betoverend boek leest.

Kunst – en dus ook literatuur en poëzie – is dan een op zichzelf staand fenomeen, dat ons aardbewoners herinnert aan het feit dat deze wereldse werkelijkheid slechts van voorbijgaande aard is en dat er meer is dan het oog kan zien. De kunstenaar als goddelijke boodschapper, als hemelse verbindingsofficier, als engel die eigenlijk het liefst ego-loos, onzichtbaar en op de achtergrond blijft, want het gaat immers niet om hem of om haar. Het gaat om het kunstwerk.

Kunst als consumptieartikel
Zo anders dan kunst als consumptieartikel, iets waar geld mee verdiend kan worden, waar zelfs geld mee verdiend mòet worden. Kunst, kunstenaars, managers en agenten die zich richten op de vraag vanuit het publiek, terwijl datzelfde publiek geen idee heeft waarover kunst zou kunnen gaan, wat het zou kunnen betekenen, welke invloed het zou kunnen hebben. Het algemene publiek kan zich immers niets voorstellen bij het goddelijke, het onaardse, het bovennatuurlijke, het leven voorbij het alledaagse.

Heden staat dus niet het aanbod vanuit de kunstenaar centraal, maar de vraag vanuit het publiek. En hoe wordt die vraag het beste gewekt? Door kunstenaars te presenteren als popidolen of filmsterren, omgeven door glamour en glitter. En door ze tot publieke figuren te maken met een privéleven, met problemen, met ziektes en affaires, met verslavingen en kinderen en nog meer. Alles wat het publiek nieuwsgierig, consumptief en kooplustig maakt, is van belang.

Kunstwerk
Maar zoveel informatie leidt af van het kunstwerk. Als ik een roman, een verhaal of een gedicht lees, wil ik niets weten van degene die het geschreven heeft. Ik wil het werk op zijn merites kunnen beschouwen zonder allerlei overbodige details. Wat kan mij het schelen hoe vaak de schrijfster een miskraam heeft gehad of dat de auteur op amoureuze fietsreis is geweest in Patagonië? Ik wil lezen en geraakt worden door wat schrijvers oproepen met het geschreven woord.

Dus wat mij betreft geen persoonlijke interviews met schrijvers meer. En al helemaal niet begeleid door gladde, gefotoshopte fotoreportages. Laat boeken voor zichzelf spreken. Als ze goed geschreven zijn, kunnen ze dat.

Advertenties
About Maja Mischke (63 Articles)
3e generatie, 1 paspoort en nog niet geïntegreerd/ slechte huisvrouw, goede moeder/ leraar en coach in het onderwijs, vmbo/ A'dam/ schrijft/ twittert @MajaMischke

1 Comment on Boekenweek-essay: Goede boeken spreken voor zichzelf

  1. Laat kunstenaars zich – in hemels naam – alleen met de kunsten bezig houden.

    Wat ze daar buiten te melden hebben, is niet meer of minder, dan wat elk ander daar over te melden heeft.

    “Schoenmaker, houd je bij je leest”.

1 Trackback / Pingback

  1. De kunst- en cultuursector is moreel failliet – OpinieZ

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: