Advertenties
Recent:

Vluchtelingenstromen roepen ongemakkelijke vragen op

Nederland zal voorlopig geen (uitgeprocedeerde) Oeigoeren terugsturen naar China, besloot staatssecretaris Dijkhoff van Justitie onlangs.

De Oeigoeren behoren, aldus het krantenbericht, tot een islamitische, aan de Turken verwante bevolkingsgroep in het Westen van China. Hun religieuze leven zou door de Chinese overheid worden beknot en door een toestroom van Han-Chinezen zouden interetnische spanningen in de autonome regio Xinjiang, waar zo’n 12 miljoen Oeigoeren wonen, zijn toegenomen.

Eén van de vele berichten in de stroom van feiten, reportages en beelden over wat het migratievraagstuk is gaan heten. Toch blijf ik met ongemakkelijke vragen zitten.

Ik geloof best dat veel Oeigoeren in het Westen van China onder grote druk leven. Maar waarom kiezen ze, als ze zo voor hun leven hebben te vrezen, niet voor het kennelijk nauw verwante Turkije? Zijn ze daar niet welkom? Waarom zoeken ze, zoals zo velen, voor de langere routes naar West-Europa? Zit er toch een element van economisch perspectief in hun keuze en hoe laakbaar is dat?

Diezelfde, even ongemakkelijke vragen heb ik bij de grote stroom vluchtelingen uit moslimlanden als Syrië: niet naar de schatrijke (islamitische) golfstaten, daar worden ze niet toegelaten. Wel richting naburige landen als Libanon en Turkije. En wie zich het financieel veroorloven kan, onderneemt de risicovolle tocht die uiteindelijk in West–Europa moet eindigen. Onze kwaliteitskranten en TV proberen daar al dagenlang ons begrip voor op te wekken, maar kritische vragen worden niet gesteld, te ongemakkelijk.

Net zomin als vragen worden gesteld bij de steeds massaler wordende stroom jongemannen uit Afrika, waar het, volgens deskundigen, economisch steeds beter zou gaan. Een lange reis die hen door niet-oorlogsgebieden en relatief veilige landen voert, naar het lokkende West-Europa. Hoezo vrees voor lijf en leden? En hoe zit het dan met de achtergebleven familie?

‘Fort-Europa’ is voor velen in de media een afschuwwekkende term. Vluchtelingen moeten wij in Europa gastvrij opvangen, wij mogen de grenzen niet afsluiten. En met ‘wij’ hebben die woordvoerders het nooit over zichzelf, maar spreken daarbij normatief voor ons allen, zonder ons daar ooit over geraadpleegd te hebben.

En waarvoor hebben we eigenlijk grenzen? Die zijn er toch om een gebied af te bakenen waarbinnen overheden burgers rechten garanderen en plichten opleggen? En waar die burgers zich verbonden voelen door een gedeelde geschiedenis, normen en waarden? De maatschappelijk steun voor ongelimiteerde toestroom neemt af, ook al doen die ‘woordvoerders’ en de media nog zo hun best om de problemen te verhullen. Mededogen stuit op grenzen.

De voorzieningen van de verzorgingsstaten zijn niet oneindig rekbaar, maar vragen daarnaar zijn ongemakkelijk. Waar liggen die grenzen dan? Hoeveel vluchtelingen kan een samenleving aan? Zeker als hun vermeende economische bijdrage aan die samenleving vooralsnog in negatieve bedragen moet worden geschreven? De statistieken over relatief hoge werkloosheid en bijstandsafhankelijkheid onder de toegelaten asielzoekers dragen ook niet bij aan het draagvlak voor ongelimiteerde toelating en opvang.

Het reppen over ‘solidariteit’ heeft iets vrijblijvends als je het prijskaartje van je morele gelijk bij de samenleving neerlegt. Hoe kunnen echte vervolgden worden gescheiden van (bijna even legitieme?) zoekers naar een betere toekomst? Daarvoor heb je politici nodig die niet wegkijken en vooruitschuiven. En media die niet de morele leermeester uithangen, de moeilijke vragen uit de weg gaan en tegendraadse meningen weghonen.

Advertenties
About Freek van Beetz (71 Articles)
www.freekvanbeetz.nl
%d bloggers liken dit: