Advertenties

Afrekenen op het Binnenhof

Martin van Rijn hoeft niet af te treden vanwege de pgb-problemen. Of beter gezegd: hoeft nóg niet af te treden. Want als er de komende tijd weer iets misgaat op zijn beleidsterrein, kan hij vrijwel zeker alsnog zijn biezen pakken.

De Tweede Kamer is streng, heel streng voor ministers en staatssecretarissen. Ze accepteert niet of nauwelijks dat er onder hun verantwoordelijkheid dingen anders lopen dan ze verondersteld worden te lopen. Gebeurt dat toch een keer, dan moet de bewindspersoon in kwestie niet alleen een ijzersterke verdediging hebben, maar ook excuses aanbieden en garanderen dat het nooit meer zal voorkomen. En anders ligt er een motie van wantrouwen voor hem klaar.

Die onverbiddelijke houding voor falende politici is uitzonderlijk. Elders in de maatschappij is de vergevingsgezindheid voor blunderaars heel wat groter. De topman van een bedrijf moet het behoorlijk bont maken voordat de aandeelhouders hem de laan uitsturen. Een rechter die de verkeerde veroordeelt, wat met enige regelmaat voorkomt, kan gewoon in functie blijven. En een voetballer die meters naast het doel knalt, wordt echt niet meteen gewisseld, ook al verdient hij tien keer de Balkenendenorm.

Natuurlijk bevinden politici zich in een bijzondere positie. Ze zijn via verkiezingen aan de macht gekomen en werken met belastingcenten die door u en mij zijn opgebracht. Ze kunnen zich niet permitteren er een potje van te maken. Maar het idee dat een politicus volstrekt onfeilbaar dient te zijn is onrealistisch en een beetje absurd. Iedereen maakt af en toe een verkeerde inschatting. Waarom zou dat voor politici niet mogen gelden? Zij zijn toch geen superwezens?

Vooral oppositiepartijen stellen enorm hoge eisen aan bewindslieden. D66, ChristenUnie en SGP lieten het in het debat met Van Rijn nog bij een gele kaart, maar de rest van de oppositie eiste vuurspuwend zijn vertrek. Ook het CDA, dat in de vele decennia dat het zelf aan de macht was doorgaans overliep van begrip in vergelijkbare situaties.

De afrekencultuur bepaalt in hoge mate het klimaat op het Binnenhof. Altijd ligt er wel een minister of staatssecretaris onder vuur omdat hij/zij niet snel genoeg heeft ingegrepen als er ergens in het gigantische overheidsapparaat iets niet op rolletjes liep. Of omdat hij/zij de Kamer er niet tijdig over heeft geïnformeerd, want dat is helemaal een ‘doodzonde’. En het verweer dat het achteraf makkelijk is om te zeggen hoe het anders had gemoeten, wordt absoluut niet gepikt.

Ik wil hier vanzelfsprekend niet betogen dat politieke bestuurders per definitie op hun post kunnen blijven als ze de boel in het honderd laten lopen. Bij onmiskenbaar gepruts of gelieg is er maar een uitkomst denkbaar: wegwezen. Maar het straffen van de schuldigen staat in de Kamer wel heel erg voorop. Het lijkt vaak een doel op zichzelf.

De vraag wat de samenleving opschiet met al dat aftreden wordt zelden gesteld. Ook niet door de media. Sterker nog: die hebben bij politieke problemen meestal maar één kernvraag: gaan er koppen rollen? En ze zijn vervolgens hevig verontwaardigd als dat niet gebeurt.

Advertenties

Reacties zijn welkom. Er wordt gemodereerd.

  Abonneren  
Abonneren op