Advertenties

Heeft de PVV nog wel toekomst?

Twaalf zetels in de Tweede Kamer, diverse verkiezingsnederlagen op rij en steeds terugkerende interne strubbelingen. Het is allerminst rustig bij de Partij voor de Vrijheid. Geert Wilders lijkt zijn aandacht verlegd te hebben naar het buitenland, de Haagse politiek lijkt opgegeven. Hoe moet het verder met de PVV? Is er nog wel perspectief?

Onlangs zei Wilders nog de Nederlandse politiek niet te verlaten vooraleer hij zijn intrek kon nemen in het Torentje. Het leek een serieuze uitspraak, maar ook Wilders kan enige realiteitszin niet ontzegd worden. Het deelnemen aan een kabinet lijkt al een utopie voor de PVV-leider, laat staan het voorzitten daarvan. De PVV lijkt zichzelf buitenspel te hebben gezet en is verworden tot een dwarse oppositiepartij die schopt en schreeuwt, maar geen gehoor vindt. De partij is in zichzelf gekeerd en zelfs haar voorman lijkt de strijd te hebben opgegeven.

Want de focus van Geert Wilders is al enige tijd verschoven naar het buitenland, waar hij relatieve onbekendheid geniet en opnieuw kan shockeren met uitspraken en standpunten. In Nederland schrikt niemand meer op, wanneer Wilders het over de islam heeft. In het buitenland is dat wel anders. Als voorman van zijn internationale strijd tegen de islam is Wilders in staat een internationaal publiek voor zijn denkbeelden te winnen. Gesteund door de controversiële Pamela Geller is Wilders de laatste tijd vooral actief in Amerika, waar zijn verhaal gretig aftrek vindt binnen (ultra)rechtse segmenten van de Republikeinse Partij.

Wilders’ Nederlandse strijd lijkt gestreden, zijn doelstellingen opgegeven. Het vormen van een Europese fractie met het Franse Front National mislukte, samenwerkingen met Europese, dubieuze, uiterst rechtse partijen deden de partij eveneens weinig goeds. Een rol in de marge lijkt op te doemen, een rol die Wilders weinig ligt. Nieuwe partijen als VoorNederland illustreren de onvrede binnen de PVV. De rechtse beloftes zijn ingewisseld voor pragmatisch populisme. De achterban van de PVV heeft weinig weg van een liberaal electoraat, maar lijkt steeds meer op een ontevreden socialistische arbeidersklasse: boos, blank en op de bank.

Het wordt tijd voor Wilders en de PVV om een koers uit te zetten voor de lange termijn. Indien de partij zal blijven fungeren als de basis voor Wilders’ persoonlijke agenda, is een levensvatbare toekomst nagenoeg uitgesloten. Chris Aalberts omschreef het goed in zijn boek De Puinhopen van Rechts. Er is geen enkele structuur aanwezig, laat staan een opvolger voor de partijleider. De partij heeft moeite met het vasthouden van talentvolle politici en slaagt er nauwelijks in nieuwe aanwinsten te rekruteren.

De vraag of de PVV zal slagen in een machtsovergang bij een vertrek van Wilders laat zich moeilijk beantwoorden, al is duidelijk dat op dit moment alles aangestuurd wordt door en in het belang van Geert Wilders. Door angstvallig vast te houden aan deze structuur lijkt de vrees voor stuurloze LPF-taferelen groter dan het creëren van een gezonde politieke partij. Partijleden kunnen geen invloed uitoefenen op de partijagenda, wat uiteindelijk de onvrede zal doen toenemen. En zelfs boos, blank en op de bank houdt ergens een keer op…

Advertenties

1

Reacties zijn welkom. Graag kernachtig, niet meer dan 15 regels (ca. 200 woorden). Er wordt gemodereerd. De spelregels staan in de voettekst. De redactie gaat niet in discussie over geweigerde reacties.

  Abonneren  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op

De keuze van de PVV (niet alleen van Wilders, maar ook van minimaal Bosma) om géén ledenpartij in te richten is zeer juist. Democratie houdt in dat we allemaal mogen stemmen. Of een politieke partij ook intern ‘democratie’ wil invoeren is aan die partij. Als een partij dat niet doet, wil dat niet zeggen dat die partij dùs tegen democratie is. Alleen onlogisch redenerende mensen snappen dit maar niet.

Leden toelaten betekent dat je je blootstelt aan infiltratie en dus sabotage. Zelf was ik bij de eerste vergadering van een nieuwe politieke partij. Er was een man of 20, waarvan een aantal zogenaamd geïnteresseerden van andere partijen waren. Enkelen maakten dat nog netjes kenbaar, maar van anderen kon dat alleen maar vermoed worden, want die speelden daarover geen open kaart.

Wat partijdemocratie kan inhouden, zien we bij de PvdA oh zo duidelijk. Er is daar altijd richtingenstrijd gaande en alle tijden is het slechts aan één van die richtingen om de macht te hebben. De anderen staan erbij en kijken ernaar, gelaten wachtend op ‘betere tijden’.