Advertenties

Kameraad Hans

Vaak gebeurde het niet de laatste jaren, maar als arabist Hans Jansen werd gevraagd voor een tv-programma, antwoordde hij steevast: “Ik zou dolgraag willen, maar helaas mag ik niet van mijn ouders.” Onweerstaanbare humor, zeker in combinatie met zijn sonore rustgevend stemgeluid.

Zijn collega-arabisten deden nogal nuffig over hem, maar helemaal wegcijferen konden zij hem niet. Islamoloog Martin van Bruinessen zei ooit dat hij nooit heeft geweten dat Hans Jansen, die van die rare stukjes in de HP schreef, een en dezelfde persoon was als J.J.G Jansen die ooit een geleerd boek over de Koran had gepubliceerd. Volgens veel collega’s was hij ergens het spoor bijster geraakt. In hun onmetelijke academische genuanceerdheid voelden zij zich ver boven hem verheven.

Natuurlijk verkondigde Hans Jansen ook soms onzin, maar die werd ruimschoots overtroffen door de onzin van zijn collega’s. Zij liepen jarenlang meesmuilend langs de uitgestalde stapels in het Arabisch vertaalde Protocollen van Zion en Mein Kampf op de Talaat al-Harb in Cairo zonder daar enige conclusie uit te trekken. Zij beweerden dat de Nederlandse wet 95% overeenkwam met de sharia en droomden hardop dat je ooit in Nederland in het parlement zitting kon nemen in een boerka. Hans Jansen daarentegen had als eerste arabist in Nederland de moed om te erkennen dat de boodschap van de islam niet altijd even leuk was en dat de ontwikkelingen in de islamitische wereld voor hem en zijn naasten wel degelijk persoonlijke gevolgen konden hebben.

Hij deed dat op de hem kenmerkende onderkoelde wijze, zoals bijvoorbeeld in zijn biografie van de profeet Mohammed. Daarin beschrijft hij hoe Mohammed terugkeert van een rooftocht tegen een Joodse stam in de oase Khaybar. Een klein meisje krijgt van Mohammed als aandenken uit de buit een kettinkje dat zij de rest van haar leven zal blijven koesteren. Waar Jansen aan toevoegt: “Het is een ontroerend verhaal, totdat de lezer zich realiseert dat Mohammed de ketting van een ander klein meisje heeft afgepakt.”.

Hans Jansen behoorde tot wat ik gekscherend noem de voorhoede van de islamofobische internationale. Hij was de eerste wetenschapper die het opnam voor Bat Ye’or en haar standaardwerk over de teloorgang van de oosterse christenen in de islamitische wereld. Een teloorgang waarvan wij nu het slotakkoord beleven. Uiteindelijk heeft zijn associatie met “islamofobische” voorlopers als Robert Spencer, Andrew Bostom en Christopher Luxenberg, zeker bijgedragen aan zijn eigen verguizing. Weinigen beseffen echter dat hun werk indirect heeft geleid tot toenemend zelfonderzoek in de islamitische wereld. Steeds vaker duiken er “islamofobische” moslims op die met de nodige moed islamitische bronnen en de sharia inhoudelijk aan de kaak stellen.

Onlangs sprak ik Hans Jansen over zo iemand en zijn artikel in een Egyptische krant over shariahandboeken die vandaag nog verplichte kost zijn op de Azhar Universiteit. In die boeken wordt onder andere de vraag behandeld wanneer het eten van mensenvlees halal is. Hans wees mij er nog fijntjes op dat “at’ima” meervoud van “ta’aam” is en dat je het “hoofdstuk over voedsel” waaronder de kwestie van het mensenvlees werd behandeld, beter kon vertalen met “hoofdstuk der spijzen”.  Geconfronteerd met alles wat uit de islamitische wereld op ons af komt kon hij wel eens verzuchten: “Ik moet maar gauw eens gaan hemelen.”. Nu is het dan zover voor Kameraad Hans, zoals Leon de Winter hem in de dagen van Ayaan liefkozend en met de nodige ironie noemde. Wij zullen kameraad Hans zeker missen.

Over de auteur

Ruben Gischler
Documentaire en programmamaker.
Arabisch gestudeerd en afgestudeerd op de "moderne" geschiedenis van het Midden Oosten
Advertenties

3 Comments on Kameraad Hans

  1. P.K. Mischke // 13 mei 2015 12:44 at 12:44 //

    Kameraad Hans deed mij wel eens denken aan een roepende in een (Arabische) woestijn.

  2. Geweldig stuk. Pakkend, ontroerend

  3. Bernadette de Wit // 9 mei 2015 21:53 at 21:53 //

    Prachtig, Ruben. Ik ben ontroerd.

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: